NRC checkt: ‘Grote kans dat je DDT vindt op de bodem van de sloot’

Dat zei onderzoeker Adriaan Guldemond in het radio- en tv-programma Vroege Vogels.

De aanleiding

CLM, onderzoeksbureau voor landbouw, voedsel, natuur en milieu, maakte onlangs bekend dat het veertien verschillende pesticiden heeft aangetroffen in boerenzwaluwen – dat wil zeggen in niet-uitgekomen eieren, in dode jongen en in één volwassen (dode) zwaluw. In totaal werden er 27 monsters genomen, op boerderijen in Friesland, Gelderland, Zuid-Holland en Limburg.

In Vroege Vogels (13 mei) vertelde onderzoeker Adriaan Guldemond dat het insecticide DDT het vaakst was aangetroffen. De dieren kunnen de stof via insecten binnen hebben gekregen tijdens hun jaarlijks trek van en naar Afrika. Maar ook besmetting in Nederland is mogelijk. Want hoewel DDT hier al sinds 1973 verboden is, kun je het nog steeds in de grond vinden. „Als je ergens in Nederland de bodem van een sloot gaat bemonsteren, is de kans heel groot dat je DDT vindt”, zei Guldemond. Is dat zo?

Waar is het op gebaseerd?

De afgelopen jaren verschenen er geregeld publicaties over DDT en daaraan gerelateerde derivaten en afbraakstoffen in bagger, vooral in gebieden waar vroeger veel werd gespoten. Guldemond verwijst naar de Bestrijdingsmiddelenatlas, samengesteld door het universitaire Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden. En hij noemt een Europees onderzoek van Greenpeace uit 2015, over DDT in bodemmonsters, genomen in appelboomgaarden.

En, klopt het?

DDT (DichloorDifenylTrichloorethaan) gold tot de jaren zestig, zeventig als een wondermiddel in de land- en tuinbouw en voor de bestrijding van ziektes als malaria en typhus. In 1962 veroorzaakte de Amerikaanse biologe Rachel Carson een kentering met haar boek Silent Spring, waarin ze liet zien hoe schadelijk DDT is voor het milieu, door de slechte afbreekbaarheid en de schadelijke ophoping in vetten van mens en dier.

De gegevens in de Bestrijdingsmiddelenatlas bevestigen dat DDT-sporen meer dan veertig jaar na het verbod nog steeds terug zijn te vinden. Maar de atlas meet oppervlaktewater en niet de grond. Inzicht daarin kunnen waterschappen bieden.

Waterschap Brabantse Delta bijvoorbeeld liet in zeven jaar ruim achttienhonderd slibmonsters analyseren. In tweederde werd er DDT of aanverwante stoffen aangetroffen. Het Hoogheemraadschap van Rijnland onderzocht de afgelopen vijf jaar 2.336 waterbodemmonsters. In 207 gevallen werd DDT aangetoond. Bij beide waterschappen ging het overwegend om concentraties die onder de geldende veiligheidsnormen bleven.

Toxicoloog, bioloog én vogelaar Martin van den Berg, verbonden aan de Universiteit Utrecht, vindt het niet opmerkelijk dat je nog steeds DDT aantreft. Het spul breekt uiterst moeizaam af en de meetapparatuur is geavanceerder geworden. „Je vindt altijd wel wat”, zegt hij. „Maar in toxicologisch opzicht hebben de gemeten concentraties doorgaans geen enkele waarde”.

Met andere woorden: het gevaar van DDT is grotendeels geweken. CLM zelf stelt dat de gevonden concentratie in de boerenzwaluw waarschijnlijk beneden de grens is „dat dit acute toxische effecten heeft”.

Bedreigingen in de vorm van moderne bestrijdingsmiddelen, zoals neonicotinoïden, zijn hiervoor in de plaats gekomen, benadrukt Van den Berg. Zij veroorzaken hoogstwaarschijnlijk de drastische afname van insecten, zoals in Duitsland en in Nederland wordt geconstateerd. Daarvan hebben vogels veel meer te lijden dan van DDT, aldus Van den Berg.

Conclusie

Is de kans dat je DDT tegenkomt in een willekeurige boerensloot erg groot? Die bewering is, vanwege het gebrek aan onderzoek, lastig te onderbouwen. Maar dat je DDT nog steeds kunt terugvinden, klopt. We beoordelen de stelling daarom als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Wim Brummelman