Een kort applaus is voor iedereen het beste volgens Micha Wertheim

Applaus Cabaretier Micha Wertheim heeft een problematische verhouding met applaus. „Hoe eerder het erop zit, hoe beter.”

Micha Wertheim in het decor van Micha Wertheim Voor Zichzelf. Foto Clemens Rikken

Twintig jaar geleden, toen ik net was begonnen als comedian, trad ik weleens op in een theater met andere comedians. Iedereen speelde een kwartiertje en na afloop namen we samen het applaus in ontvangst. Ik zag daar altijd tegenop. Allereerst omdat ik vermoedde dat het publiek andere comedians veel leuker had gevonden. Terecht waarschijnlijk, want ik had zeker in het begin geen idee waar ik mee bezig was. Meestal mocht ik alleen maar meedoen omdat iemand anders had afgezegd. Op het podium stonden we vriendelijk lachend naast elkaar, de bedoeling was dat we op een zeker moment elkaars handen vastpakten om vervolgens samen een buiging te maken. Het voelde alsof ik iets in ontvangst nam dat eigenlijk voor de persoon naast mij was bedoeld.

Hoe eerder het erop zat, hoe beter. Maar vaak, als we net terug in de coulissen waren, was er één iemand die riep: „Kom op, nog één keer terug!” En nog voor we de kans hadden hierover te vergaderen, was die persoon weer zwaaiend het podium opgerend.

Achterblijven in de coulissen terwijl de rest voor een tweede keer terugkomt, is een beetje vreemd en onbeleefd, dus zocht ik mijn meest geloofwaardige glimlach en huppelde zo enthousiast mogelijk het podium weer op. Het applaus dat net een beetje was ingezakt omdat we afgingen, zwol weer aan, en dit keer gingen mensen staan. Eerst een paar, maar als we lang genoeg op het podium bleven buigen, stond uiteindelijk de hele zaal: een staande ovatie. Al kon ik mij nooit aan de indruk onttrekken dat veel mensen in het publiek hun benen gewoon wilden strekken. Dat ze opstonden omdat ze naar de garderobe wilden. Of omdat ze niet wilden blijven zitten terwijl de rest al was gaan staan.

Het publiek zal altijd klappen

Eigenlijk is het nooit goedgekomen tussen mij en het applaus. Niets is zo makkelijk op te halen als applaus. Iedereen die ooit op een podium heeft gestaan weet dat. Wat je ook doet, het publiek zal altijd klappen. Sterker nog, iedereen heeft wel eens naar een spreker zitten kijken die ieder contact met de zaal verloren heeft. De beste manier om zo iemand het zwijgen op te leggen is wachten op een geschikt moment om hem of haar, maar meestal hem, met een welgemeend applaus van het podium af te klappen.

Lees ook dit eerdere opiniestuk van Micha Wertheim: Ik blijf benieuwd naar het werk van Louis C.K.

Geen wonder dat de meeste artiesten die ik bewonder het applaus zo kort mogelijk proberen te houden. Natuurlijk moet je het publiek gunnen om te laten merken dat ze het leuk hebben gehad. Maar als maker weet je tijdens de voorstelling al of het je lukte om ze te boeien.

Een publiek dat stil is, niet voortdurend zit te schuifelen, lacht als er echt iets te lachen valt, en ongemakkelijke stiltes niet meteen opvult met gehoest, zegt veel meer over de waardering van een voorstelling dan welk applaus ook.

Zo manipuleer je een applaus

Vaak is applaus vooral een manier van het publiek om zichzelf te feliciteren met hun goede smaak. Zoals wijn volgens onderzoek beter smaakt naarmate die duurder is, zo wordt een voorstelling beter als het applaus langer aanhoudt. Een half lege zaal met veertig mensen zal niet snel vijf minuten blijven klappen, hoe goed een voorstelling ook is. Terwijl een uitverkochte zaal met meer dan duizend man vaak een eeuwigheid staat te klappen.

Theatermakers weten als geen ander dat je applaus kan manipuleren. Hoe vaker je applaus hebt gekregen, hoe beter je snapt hoe het werkt. Om een staande ovatie af te dwingen, dien je na de black-out lang weg te blijven terwijl het lege podium zo langzaam mogelijk weer licht wordt. Bij het ophalen van het applaus is het raadzaam om licht geëmotioneerd de zaal in te kijken, alsof je enigszins gedesoriënteerd bent. Om vervolgens na de eerste buiging pas voor het eerst een glimlach door te laten breken. Alsof je net wakker wordt uit een droom en je nu pas beseft dat je deelgenoot bent geweest van iets heel bijzonders.

Vervolgens ga je af en kom je weer terug met een verbijsterde blik in je ogen. Alsof je niet had zien aankomen dat het applaus zo lang aan zou houden. Hoe beter de acteurs, hoe beter ze de zaal het gevoel kunnen geven dat het applaus dat ze krijgen niet door henzelf wordt gemanipuleerd.

Lees ook het verhaal over Wertheims show Ergens Anders : Hoe Micha Wertheim een show gaf zonder zelf te verschijnen

Minstens even gemakkelijk is het trouwens om het applaus kort te houden. Je komt op, buigt beleefd, gaat af, en zwaait vlak voor je het podium verlaat vriendelijk naar de zaal om duidelijk te maken dat het er echt op zit. Daarna laat je de zaaltechnicus het zaallicht aandoen en het podiumlicht doven. Negen van de tien keer snappen mensen dan dat het afgelopen is. In het zeldzame geval dat ze toch blijven klappen kan je altijd nog een keer terugkomen, in de hoek van het podium blijven staan, bescheiden je handen ter hoogte van je borstkas vastpakken, ze even voor je hoofd tillen om vervolgens definitief het podium te verlaten.

Persoonlijk ben ik een groot voorstander van het korte applaus. Want zoals de Amerikaanse trompettist Wynton Marsalis het van zijn vader leerde: „Those who play for applause, that’s all they get.

    • Micha Wertheim