Deze Amerikaanse eist tien miljoen van de tennisbonden

Roland Garros De Amerikaanse tennisster Madison Brengle begint een rechtszaak nadat ze bij bloedtesten fysieke schade zou hebben opgelopen.

Madison Brengle, de nummer 99 van de wereld, werd zondag in de eerste ronde van Roland Garros uitgeschakeld.Foto CHRISTOPHE SIMON/AFP

Madison Brengle geeft met rechts een voorzichtig, half handje op Roland Garros, zondagmiddag in Parijs. Later vertelt ze dat het niet mogelijk is een normale hand te geven. „Dan doet het extra pijn. Ik moet tegen mensen zeggen: alsjeblieft, raak mij niet aan.”

Het is een treurig relaas, dat van Brengle, de 28-jarige Amerikaanse uit Delaware en nummer 99 van de wereld. Ze heeft, volgens haar, blijvende fysieke schade opgelopen door dopingcontroles bij toernooien. De geïnjecteerde naalden voor de bloedtests zouden voor zwellingen hebben gezorgd en verminderde kracht in haar hand en arm.

In april begon ze een rechtszaak bij een rechtbank in Florida tegen vrouwentennisorganisatie WTA en de overkoepelende federatie ITF. Ze eist een schadevergoeding van meer dan 10 miljoen dollar (ruim 8,5 miljoen euro).

Ze verwijt de instanties dat ze voor de dopingcontroles venapunctie moest ondergaan, terwijl ze in november 2016 is gediagnosticeerd met het uitzonderlijke CRPS type I, ofwel het complex regionaal pijnsyndroom. Volgens haar is deze chronische pijnaandoening verergerd door de naaldinjecties. Met als gevolg dat ze zich moest terugtrekken voor toernooien en trainingen.

Paarse pols

Zondag verloor ze in de eerste ronde van Roland Garros van Anett Kontaveit (6-1, 4-6, 6-2). Brengle wijst na de nederlaag op haar rechterpols – ze tennist met rechts. „Zie je, het is letterlijk paars nu.” Dat is ontstaan bij een dopingcontrole voor de US Open van 2016, zegt ze. Volgens haar is er toen een zenuwbaan geraakt. Twee dagen na de bloedtest moest ze opgeven in de eerste ronde.

Op sommige dagen is haar hand volledig opgezwollen. „Dan lijkt het of ik 300 pond [136 kilo] ben aangekomen.” Ze heeft een brandend gevoel in haar rechterhand. „Het is alsof je hand altijd in een oven zit. Als je gaat slapen, als je gaat autorijden, tijdens het tennis.”

Een deel van haar rechterarm „voelt niet als een normale arm”. Haar duim en wijsvinger functioneren, de andere drie vingers voelt ze niet, zegt ze. In de rally, met forehands en backhands, gaat het „oké”.

„Ik doe veel lichamelijke therapie, doe alles wat ik kan. Maar er is geen behandeling voor deze ziekte. Iedere dokter waar ik mee sprak vroeg: hoe is het mogelijk dat je nog tennist?”

Serveren is het probleem

Het grootste probleem is serveren. Brengle kan de ‘klappende’ beweging moeilijk maken. Zondag werd ze acht keer gebroken. Ze haalde op haar eerste service een gemiddelde snelheid van 126 kilometer per uur en 112 op haar tweede, relatief lage snelheden. Brengle – rossig, vriendelijk, voorkomend – lacht: „Mijn oma zou misschien beter serveren dan ik.”

Ze heeft getraind op onderhands serveren, maar doet dit niet in wedstrijden. „Ik heb ook mijn trots.”

Ze vertelt dat de verantwoordelijke tennisorganisaties haar niet geloven – of althans, lang niet hebben geloofd. Een medewerker van de instantie die de tests afneemt zou haar bij de Australian Open in 2016 een „leugenaar” hebben genoemd. In augustus 2017 werd onder meer door wereldantidopingorganisatie WADA besloten dat ze een jaar lang geen bloedtesten hoeft te ondergaan.

Over de rechtszaak kan ze inhoudelijk niets zeggen – wanneer de zaak voorkomt is nog niet bekend.

„Er is geen ader in mijn lichaam die ze kunnen raken zonder dat ze schade toebrengen”, vertelt ze. „Daarom moet het via mijn huid.” Ze vertelt dat hier alternatieve methoden voor zijn, zoals capillaire bloedafname: via de vinger of hiel.

Brengle: „We hebben contact opgenomen met een van de bedrijven die apparaten hiervoor maakt. Zij konden de exacte hoeveelheid garanderen. Maar de ITF en WADA weigerden dit. Wij probeerden een manier te vinden om met ze samen te werken, om te voldoen aan hun testen, zodat ze mijn lichaam niet vernielen. En ze weigerden. Je kan je voorstellen hoe frustrerend dat is.”

    • Steven Verseput