Promoveren? Dat hoeft van Kozakken Boys en Katwijk niet

Tweede divisie

Kozakken Boys en Katwijk zijn semi-professionele voetbalbastions. Maar promoveren naar de eerste divisie, willen ze niet.

Spelers en supporters van Katwijk vieren het kampioenschap van de tweede divisie. Foto ANP

In naam en clubkleuren zijn ze anders, in cultuur nagenoeg gelijk. De clubs die deze zaterdagmiddag om de titel in de tweede divisie strijden, zijn semi-professionele bastions in dorpen van harde werkers. Vis en vaart, christelijk-liberaal gedachtengoed als moreel kompas. Veel trots, veel verbondenheid. De zondag is er nog heilig, de zaterdag is voor velen de dag van het voetbal.

Voetbal waarmee ze succes hebben. Opgestuwd door lokale ondernemers spelen Kozakken Boys en VV Katwijk al jaren in de hoogste rangen van het Nederlandse amateurvoetbal. Ze onderhandelen met spelers over contracten, werken met seizoenskaarten en laten zich graag voorstaan op hun professionele organisatie. Maar professionele allure is één ding, een profclub zijn is iets anders.

„Wij gaan het betaalde voetbal niet in”, zegt voorzitter Henk de Goeij in de businessruimte van Kozakken Boys. „Den Bosch uit op vrijdagavond, zitten wij niet op te wachten. We weten allemaal hoe het is afgelopen met de amateurclub die wel die stap heeft gemaakt.” De Goeij, in het dagelijks leven directeur van een bedrijf in schotelantennes voor schepen en caravans, heeft amper tijd om te praten, zo veel aandacht vergt de wedstrijd die wordt gespeeld op sportcomplex De Zwaaier in Werkendam, een dorp in het uiterste westen van Noord-Brabant, omgeven door de Biesbosch, landerijen en rivieren.

Amateurgiganten

Het is een confrontatie tussen amateurgiganten. Kozakken Boys versus Katwijk. De thuisclub staat tweede, de bezoekers uit het kerkdorp in Zuid-Holland eerste. Laatste speeldag van de tweede divisie, twee punten verschil. Tot spijt van de KNVB staat er nog altijd geen promotie op het spel, maar alleen al de eer zorgt voor een beladen sfeer onder de bijna 5.000 fans.

Oké FM verzorgt beukende beats, de bierkraan stroomt onophoudelijk en de vrijwilligers achter de kraam met merchandise verkopen shirt na sjaal. „Het dorp loopt uit”, zegt De Goeij. „Dat zegt wel iets over het beleving van voetbal in Werkendam.”

De wedstrijd vormt een aanlokkelijk affiche voor eenieder die zich niet hoeft te bekommeren om de veiligheid en logistiek. De wedstrijd is al dagen uitverkocht en het was voor de autoriteiten snel duidelijk dat de achthonderd supporters van Katwijk niet op eigen gelegenheid naar Brabant zouden afreizen. Per touringcar en politie-escorte arriveren ze bij hun een eigen entree op het complex.

Rookpotten en fakkels

‘Mijn hart, mijn leven, mijn club’ staat er op het spandoek dat ze naast rookpotten en fakkels hebben meegebracht. Wanneer een van hen op het veld met een Katwijk-vlag zwaait, klimmen thuissupporters over de boarding om het vlagvertoon op hún veld te stoppen. Daarop volgen die van Katwijk. Er is weliswaar provisorisch hekwerk dat fans moet scheiden, maar de ironie wil dat ze binnen een tel over de reclameborden zijn geklommen en elkaar op het kunstgras bestoken.

In dat opzicht is de tweede divisie nog altijd een vrijplaats – hier regeert de zachte hand. Handboeien en stadionverboden worden net zo ver op afstand gehouden als een proflicentie.

Toch doet de samenstelling van de elftallen juist grote ambitie vermoeden. Zowel Werkendam als Katwijk is naar binnen gekeerd, maar de spelers komen van buitenaf. Zo homogeen als de ‘Wèrkendèmmer’ langs de lijn oogt, zo wijdverspreid liggen de roots van de spelers. Ook bij Katwijk staat niet één Katwijker in het veld.

„We proberen regionaler te werken”, zegt technisch manager van Katwijk Cees Bruinink, „maar het zal nog een jaar of vijf duren voordat er echt een Katwijker basisspeler wordt. Wat er nu doorkomt uit de jeugd, is te schraal.”

Negen ton omzet

Zijn budget? Bruinink is even stil. „Dat houd ik liever voor me.” Volgens hem kan het niet tippen aan de zes ton waarmee de onderste clubs in de eerste divisie werken. Meerdere spelers zitten niettemin op meer dan 2.000 euro per maand, wat overeenkomt met het gemiddelde in de eerste divisie. Bruinink: „Voor spelers van pakweg 27 of 28 jaar zijn wij aantrekkelijk. Voor hen is de eerste divisie dat veel minder. Je verdient er niet heel goed, maar traint te veel om erbij te werken. Bij ons kan dat wel.”

Bij Kozakken Boys wordt jaarlijks zo’n negen ton omgezet. De club heeft een eigen businessclub waarvan de meeste leden een stoel op de tribune hebben. Type lederen autostoel. „Zo’n 95 procent van de sponsoren is emotioneel betrokken, maar inmiddels komen er steeds meer met zakelijke overwegingen bij”, zegt voorzitter Paul van Gelderen van de sponsorcommissie. Terwijl hij stoelen van A4’tjes met namen voorziet zodat vreemden niet op stoelen van bekende gezichten zitten, dineert de sponsorclub nu bij een restaurant in het dorp.

„We zijn een dorp van ondernemers”, zegt clubvoorzitter De Goeij. VVD scoorde het hoogst bij de landelijke verkiezingen, daarna CDA en PVV. Lokaal regeren met name christelijke partijen. De kerk heeft hier nog aanzien. Voetballen op zondag, bij een mogelijke toetreding tot de eerste divisie, leidt tot weerstand. Niet per se binnen de club, zegt De Goeij, maar mogelijk wel bij sponsoren, die klanten kunnen verliezen door een zondagclub te steunen. „Verbondenheid is onze kracht.”

In Katwijk, waar landelijk dezelfde partijen werden gesteund (CDA, VVD, PVV), is de zondagsrust eveneens een overweging om niet de stap naar het betaalde voetbal te maken. De KNVB streeft nog altijd naar een voetballandschap zonder grenzen, met degraderende en promoverende clubs, maar stelt volgens amateurgrootmachten te hoge eisen voor de stap van de tweede naar de eerste divisie.

Angst voor profvoetbal

Zowel in Werkendam als Katwijk wijzen ze naar Achilles ’29, dat bij wijze van pilot tot het profvoetbal toetrad, maar na een faillissement is afgezakt naar de derde divisie. „De stap moet wel overleefbaar zijn”, zegt Bruinink van Katwijk. „Je moet je lichtinstallatie aanpassen, camera’s ophangen en je moet bijvoorbeeld ook een financieel manager voor twintig uur aanstellen. Wat moet zo’n man al die uren bij ons doen? Onze penningmeester doet hetzelfde, maar dan voor niets. Moeten we dat dan betalen van ons huidige spelersbudget?”

Trainer Danny Buijs van Kozakken Boys, volgend jaar coach van FC Groningen, kijkt na de 0-0 droogjes naar de feestende supportersmassa van Katwijk. Had hij om promotie willen strijden? Hij schudt zijn hoofd. „Amateurclubs worden geleid door amateurs. Als je ziet hoe moeilijk profclubs het hebben, dan moet je er niet aan willen beginnen. Bij de profs zijn het vaak ook amateurs die de leiding hebben.”

    • Fabian van der Poll