Waarde interesseert me helemaal niks

Grunberg in het Stedelijk #21 De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

‘Als je vroeg komt kun je de boel barricaderen”, vertelt Maurice. „We hebben een kantoortuin met flexibele werkplekken, dan bouw ik boeken om mijn bureau heen en dan laten ze je met rust.” Maurice is wetenschappelijk medewerker. Hij draagt een grijs colbertje, heeft een sikje en werkt al twintig jaar voor het museum. Anders dan de meeste van zijn collega’s toont hij veel interesse in de Syrische kunstenares die bij ons is deze ochtend, Christine. Hij heeft haar website bestudeerd en beneden in de bibliotheek bekijken we de kunstwerken die ze op de kunstacademie in Zwolle heeft gemaakt, veelal van gips en jutte. „De dingen waaraan ik liever niet wil denken die beeld ik uit”, vertelt Christine.

Halverwege de ochtend begint Maurice over zijn werk te vertellen dat bestaat uit het beantwoorden van kunsthistorische vragen en het doen van tentoonstellingsvoorstellen. Hij pakt een brief. „Deze meneer uit Limburg,” zegt hij, „wil weten of dit schilderij dat hij in zijn bezit heeft een vroege Appel is. Ik denk van wel, Appel is naar Limburg gegaan in de oorlog.”

„Die meneer wil natuurlijk weten hoeveel dat schilderij waard is”, zeg ik. „Wat denkt u?”

„Dat interesseert me helemaal niets,’ antwoordt Maurice, opeens ongekend fel, alsof praten over geld en kunst smeriger is dan spreken over masturbatietechnieken.

„Belangrijk in een museum”, zegt Maurice, „zijn de titelkaartjes. Op de titelkaartjes moeten de maker worden vermeld, de titel, de jaar waarin het gemaakt is en welke materialen zijn gebruikt. Als je bij een schilderij bijvoorbeeld niet weet of het olieverf is of niet, zeg ik altijd, schrijf: verf. Beter algemeen en correct dan gedetailleerd en onjuist. Soms zijn vertalingen ingewikkeld. We bereiden een voorstelling voor van de gebroeders Djaya en een van de schilderijen heeft als titel het woord ‘Volksspelen’. Hoe vertaal je dat in het Engels? Wij hebben er ‘Fun and Games’ van gemaakt.”

We lopen naar het archief om een vraag van een Amerikaanse student te beantwoorden die wil weten hoe het beeld Demeure 8 (soleil) van de beeldhouwer Étienne Martin in het bezit van het Stedelijk is gekomen.

We komen langs de fietsenstalling, die soms als keuken wordt gebruikt voor feesten en partijen. „Vreselijk”, zegt Maurice over die keuken, hij rilt bijna van walging.

Maar in het archief tussen kaarten die nog met de hand zijn geschreven leeft hij weer op.

Maurice is de belangrijkste persoon in het Stedelijk Museum.

(Wordt vervolgd)