Recensie

Operadagen geeft verrassend ruimte aan cabaret

Operadagen

Tijdens het slotweekend van de Operadagen Rotterdam was traditionele opera ver te zoeken. Wel werd je verrast. Een opvallende hoofdrol was er voor variété.

Bij de Operadagen Rotterdam vatten ze het genre ruim op. Dat is de charme van het festival: traditionele opera is er ver te zoeken, maar je wordt wel verrast. Neem Carmina latina, vrijdagavond. Een op het oog regulier oudemuziekconcert pakte door de swingende voordracht uit als een sprankelende voorstelling. Leonardo García Alarcón (1976) en zijn Cappella Mediterranea en Choeur de Chambre de Namur presenteerden een reeks intrigerende mengvormen uit de ontmoeting van Spanje en de Amerika’s – renaissance en vroegbarok, maar dan met belletjes en opzwepende ritmes.

Multi-instrumentalist Quito Gato speelde de stukken op vihuela (gitaar), theorbe en percussie geolied aan elkaar. Het solistenkwartet stal de show met Mateo Flecha’s meeslepend gezongen zeeballade La bomba. Vooral sopraan Mariana Flores betoonde zich een onvermoeibare performer. In Romerico florido van Matheo Romero danste en schmierde ze als een variétéartiest, terwijl ze loepzuivere ornamentiek afwisselde met bevreemdende, prachtige blue notes.

Op zaterdagavond haakten twee voorstellingen heel verschillend terug naar de sfeer van het jaren-twintig-cabaret. In Les âmes perdues zochten vier jonge Belgische makers door het prisma van het variété naar zingeving. Ze gebruikten muziek van Poulenc en Britten tot Brel, maar ook eigentijdse cabarettrucs, sketches, teksttheater en burlesk naakt. Naomi Beeldens, Isaak Duerinck, Ewout Lechoucq en Alexandra Oppo speelden slim met rollen en verwachtingen en bleken allemaal te kunnen zingen, musiceren en acteren. Het talent spatte ervan af, al was het ook wat rommelig en miste de expliciete zoektocht naar politieke lading urgentie.

Bekijk hier een trailer van Les âmes perdues

Veteranen Claron McFadden en Sven Ratzke hernamen hun liederencarrousel Groschenblues uit 2012, met klassiekers van Brecht en Weill. McFadden en Ratzke zetten in op de vervoering van de illusie, ook al weten we dat het een illusie is. Ze vulden elkaar mooi aan, terwijl in de band de onvolprezen alleskunner Fay Lovsky de grote troef vormde – de shoot-out tussen McFadden en Lovsky’s theremin was een geestig hoogtepunt. De onweerstaanbare podiumpersoonlijkheid Ratzke praatte de voorstelling met zijn scabreuze verhalen over pooiers en hoeren smeuïg aan elkaar.

    • Joep Stapel