Onderling vertrouwen Nederlanders neemt toe

CBS Hoe het kan is niet duidelijk, maar Nederlanders vertrouwen elkaar en instituties nu meer dan een paar jaar geleden.

Foto Friedemann Vogel/EPA

Het vertrouwen van Nederlanders in anderen neemt langzaam toe. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat sinds 2012 het vertrouwen van Nederlanders in medemens en instituties meet.

In 2017 zei 62 procent van de bevolking vertrouwen te hebben in andere mensen, dat is een stijging met 2 procentpunt ten opzichte van 2016, en met 4 procentpunt ten opzichte van 2012. Ook het vertrouwen in diverse grote instituties zoals de EU (43 procent) en de Tweede Kamer (41 procent) is toegenomen. In de politie en rechters had in 2017 meer dan 70 procent van de Nederlanders vertrouwen. Het vertrouwen in de pers en kerken groeit bijna niet, ze blijven volgens de bijna 46.000 ondervraagden van 15 jaar of ouder weinig betrouwbaar (respectievelijk 32 en 31 procent).

Individualistischer

Een reden voor de stijging heeft het CBS niet. Volgens socioloog Tanja Traag van het CBS is het een positieve ontwikkeling, minder vertrouwen in medemens en instituties vertaalt zich in minder interactie en individualistischer en geïsoleerder gedrag. „Dat maakt een samenleving er niet prettiger op.”

Volgens het CBS gaan de cijfers in tegen sommige heersende opvattingen. Traag: „Volgens mij denken veel mensen dat de gemiddelde Nederlander wantrouwender is geworden, vooral als je je beeld baseert op sociale media.”

Ambtenaren

Vooral jongeren en hoger opgeleiden hebben meer vertrouwen in hun medemens, blijkt uit de CBS-cijfers. Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond in Nederland scoren gemiddeld lager op het vlak van vertrouwen in anderen, maar hebben meer vertrouwen in instituties en instellingen zoals de EU, ambtenaren, banken en de kerk.

Ook blijken er grote regionale verschillen; onder meer in de Gooi en Vechtstreek en in Noord-Drenthe is het vertrouwen het hoogst, in Oost-Groningen of Delfzijl en omgeving is het vertrouwen het laagst. Traag: „De verschillen tussen regio’s zijn slechts gedeeltelijk te verklaren door verschillen in leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. Soms lijken de redenen voor de hand liggend: in Oost-Groningen en Delfzijl zou het kunnen dat mensen zich niet gehoord voelen door de overheid en daardoor het vertrouwen verliezen. Maar voor andere regio’s waar het vertrouwen relatief laag is, zoals delen van Limburg, is geen voor de hand liggende verklaring.”

    • Sabeth Snijders