Experiment mislukt, de strafcorner blijft even waardevol

Hockey De Euro Hockey League experimenteert met spelregels. Het voorbije seizoen telden veldgoals dubbel, de strafcorner was ineens minder belangrijk

Een schot in de kruising, met fore- of backhand. Dat is het summum van extase en ontlading. Vinden alle hockeyers. Maar het mooiste blijft toch een treffer met geschiedenis. Een rake strafcorner die de esthetica overstijgt door het succes van een beslissend moment: een gewonnen finale, of de kroon van een titel.

Hij heeft er vele gemaakt, maar één blijft in zijn herinneringen overeind. 17 mei, 2017, 66ste minuut, 1-0 achter tegen Rotterdam in de finale van de play-offs om de landstitel. De eerste strafcorner van Kampong in de wedstrijd. Een onberispelijke bal van de aangever, strakke stop en perfecte ‘sleep’. Martijn Havenga (27) maakt de mooiste strafcorner in zijn loopbaan. Hard, laag in de rechterhoek.

Details herinnert hij eigenlijk nauwelijks bij een treffer. Het gaat ook allemaal heel snel. Minder dan een seconde tussen het aangeven , de stop en de push, met 120 kilometer per uur richting het doel. Of rap over verschillende schijven, als er voor een variant wordt gekozen. Kampong heeft er wel vijf of zes, zegt Havenga.

In het hockey is de strafcorner cultuurgoed. Als de scheidsrechter er een geeft, is er de opwinding van een doelpunt in aantocht, zo voelt iedereen dat. De aanleiding is vaak een subtiele overtreding binnen de cirkel van de verdedigende partij: balletje op de voet, tikje op de stick. En soms bij opzettelijke, zwaardere overtredingen binnen de 23-meterlijn.

Suspense in een dood spelmoment

Geen sport met zoveel suspense in een dood spelmoment als het hockey. De strafcorner heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt: van een schot ruim binnen de cirkel – nadat de bal met de hand was gestopt – naar een sleeppush vanaf de kop van de cirkel.

En door de opkomst van de videoanalyse wordt tegenwoordig alles ‘kapot’ geanalyseerd, tot het uitlopen van de verdedigers aan toe. Waar ligt de ruimte rond de keeper, de lijnstop en de uitlopers? Maar uiteindelijk is het een kwestie van ritme, van doen. „Er komt een behoorlijk mentaal aspect bij kijken”, zegt specialist Havenga. „Vooral omdat je het niet alleen kunt doen. Je moet vertrouwen op de andere jongens. Als het aangeven en stoppen rommelig gaat, is de push minder hard en zuiver.”

De strafcorner is voor Havenga een vast onderdeel van de trainingen bij zijn club en de nationale selectie. Soms heeft hij een speciaal pak aan met daarop sensoren. „Om de sleepbewegingen te monitoren”, licht hij toe.

Geen onderdeel van het hockey is zo grondig bestudeerd als de strafcorner. Het sensorische pak van Havenga is een nouveauté, het gebruik van videoanalyse is bij elke topploeg inmiddels routine.

De strafcorner is een ‘een mooi onderdeel van het spelletje’, zeggen de hockeyers in koor. Het gaat ze om een hoge kwaliteit: de schoonheid van het spel. Maar ook om de trivialiteit van winst en verlies. Een goede strafcorner brengt het succes dichterbij, leren de statistieken. Nee, ze zouden hem niet willen missen. Er mag niet mee gerommeld worden, het gaat om de identiteit van de sport. „De strafcorner heeft veel status verworven. Veel grote hockeyers voortgebracht.” Havenga somt ze rap op, de specialisten uit het verleden. Paul Litjens, Ties Kruize, Floris-Jan Bovelander, Taco van den Honert, Bram Lomans, Taeke Taekema; kanonnen die voor internationaal succes zorgden. Maar de strafcorner zorgt volgens critici ook voor schraalheid: relatief te weinig velddoelpunten, te weinig spektakel. Het ‘voetje zoeken’ om een strafcorner uit te lokken had weinig te maken met gevarieerd aanvalsspel.

„Sommige teams verzanden in hun spel omdat ze op zoek zijn naar corners”, zegt Seve van Ass, international en speler van Rotterdam. „Als Mink van der Weerden langdurig geblesseerd is, doet Oranje- Rood het minder goed. Hij is zo belangrijk door zijn corner, dat is misschien een beetje scheef.”

„Er zijn gasten die eigenlijk heel slechte hockeyers zijn, maar die heel goed kunnen pushen en om die reden in de nationale ploeg komen”, zegt Nicolas De Kerpel, eerste sleper van het Belgische Herakles, de enige niet-Nederlandse club in het finaleweekend van de Euro Hockey League (EHL).

Altijd bezig met vernieuwing

De organisatie van de EHL is sinds de oprichting van het jaarlijkse Europese clubtoernooi in 2007 altijd bezig met vernieuwing. Dit seizoen was de puntentelling bij wijze experiment veranderd: velddoelpunten en strafballen telden dubbel, terwijl een benutte strafcorner gewoon één punt opleverde. In alle jaren van de EHL komt ongeveer een derde van de doelpunten voor rekening van de van de strafcorner: ruim 31 procent van de in totaal meer dan tweeduizend doelpunten.

Het initiatief van de afgelopen jaargang maakte dan ook veel tongen los. Terwijl de organisatie vooral wilde zien wat deze regel voor het spel zou betekenen als Europese topteams erbij betrokken zijn.

„Het is uitgelegd alsof we tegen de strafcorner zijn. Dat is onjuist”, zegt voorzitter Marijke Fleuren, voorzitter van de Europese Hockey Federatie (EHF), op het terras van Bloemendaal waar de Final Four, het finaleweekend van de EHL, wordt gespeeld. „Voor veel mensen voelt het toch niet goed. Je kunt uitslagen van 20-10 ook niet uitleggen.”

Belangrijker: het experiment met dubbel tellende veldgoals leverde niet of nauwelijks andere winnaars op. De NOS zocht zelfs uit dat deze puntentelling in de laatste zeven olympische finales geen verschil had gemaakt tussen goud of zilver.

Van Ass vind het „deep down wel mooi” als velddoelpunten dubbel tellen. Maar in zijn ogen kwam deze spelregelproef vijf jaar te laat. „Topteams krijgen veel minder doelpunten tegen door hun manier van uitlopen, lijnstop en keeperswerk. Ook dat is een skill. Niet iedereen scoort zomaar even uit een strafcorner”, zegt Van Ass, die met Rotterdam in deze editie van de EHL als derde eindigde.

Zelf pusht hij in een seizoen tussen de twintig en dertig strafcorners. De meeste toppers verzilveren gemiddeld een op drie kansen vanaf de kop van de cirkel. Van Ass: „Mijn vaart is prima, maar ik heb geen topsnelheid. Ik moet het hebben van zuiverheid of van een schijnbeweging.”

Blijven zoeken naar vernieuwing

Het hockey zal ook de komende jaren ongetwijfeld blijven zoeken naar vernieuwing om het spel voor buitenstaanders aantrekkelijker te maken. Maar de sport zal zonder de strafcorner niet bestaan. Er is veel te veel drukte in en rondom de cirkel, het gebied waarbinnen alleen kan worden gescoord. Van Ass: „Mindere teams doen tegen een sterkere tegenstander maar één ding: met elf man naar achteren. Bij hockey kun je echt elf man in je eigen cirkel zetten. In het voetbal kun je het ook heel compact houden, maar Messi kan vanaf dertig meter schieten en scoren.”

Minder spelers binnen de lijnen, is dat een idee? Van Ass is sceptisch. In het zaalhockey ging men eens van zes naar vijf spelers en dat werkte volgens hem contraproductief. Met die maatregel wilde de internationale hockeyfederatie (FIH) meer ruimte creëren voor individuele acties om het publiek te amuseren. Van Ass: „De ruimte werd daardoor alleen maar kleiner omdat ze er een hecht blok van maakten. Het effect was dat iedereen nog compacter verdedigde.”

Een beter idee vindt hij het om in een eventuele verlenging eerst met negen tegen negen spelen en daarna zeven tegen zeven. „Dan wordt de wedstrijd beslist door het hockey en niet door shoot-outs of strafballen.”

Bloemendaal kroonde zich zondag voor de derde keer tot winnaar van de EHL. Dat gebeurde met een royaal bemeten uitslag door louter velddoelpunten: 8-2 tegen Kampong. Naar alle waarschijnlijkheid schrappen de Europese hockeybestuurders deze zomer de experimentele puntentelling.

De EHL, altijd laboratorium voor vernieuwing – met de self-pass om het spel te versnellen als blijvende vondst – zal zich dan vast weer richten op andere innovaties. Nicolas de Kerpel, die met Herakles als vierde eindigde, waardeert de pogingen. „Zolang het spektakel er niet op achteruit gaat, vind ik elke nieuwe regel goed. Het is winst dat de sport durft te experimenteren. Daar wordt het hockey alleen maar beter van.”

    • Harry Meijer