Een republikein mag best blij zijn

Republikeins Genootschap De monarchie is populair, maar „daarom nog niet per se goed”. Zaterdag spraken de tegenstanders van het koningshuis over hun nieuwe koers.

Een antimonarchist op Koningsdag in 2015, in Dordrecht. Op zijn jaarvergadering trok het Republikeins Genootschap zaterdag zo’n vijftig bezoekers. Foto Olaf Kraak/ANP

Het gezicht van Hans Maessen straalt. De voorzitter van het Republikeins Genootschap wil deze jaarvergadering gebruiken om de recente „successen” te vieren en bekijken „hoe we deze verder kunnen uitbouwen”, zegt hij in zijn inleiding.

Terwijl zich hier en daar nog wat laat gearriveerde republikeinen in de collegebankjes van een zaaltje van de Hogeschool Utrecht wurmen (het bezoekersaantal blijft steken op 50, meest oudere mannen), begint Maessen de successen uit te serveren. „Met ons recente onderzoek naar de verborgen kosten van het koningshuis hebben we alle media gehaald, inclusief het NOS Journaal. Sinds die tijd hebben we er zo’n 200 nieuwe leden en sympathisanten bij gekregen, waardoor we nu 2.537 leden en 3.620 sympatisanten hebben. We hebben een gloednieuw Republikeins Bulletin gemaakt, dat we u straks gaan uitreiken. En we zijn als bestuur net terug uit Londen waar we samen met zusterorganisaties uit Engeland, Noorwegen, Zweden en Spanje onze groeiende samenwerking hebben besproken.”

Monarchistische lente

Wie een zielig hoopje republikeinen dacht aan te treffen tijdens een monarchistische lente (huwelijk prins Harry en Meghan Markle, vijf jaar koningschap Willem-Alexander en Máxima) komt bedrogen uit. Het genootschap dat in 1996 begon als een herenclub van intellectuelen als Pierre Vinken (uitgeverij Elsevier) en Ben Knapen (NRC), en zich beijvert voor de afschaffing van de monarchie, laat zich niet van de wijs brengen, zo blijkt tijdens de algemene ledenvergadering afgelopen zaterdag. Na een aanvankelijke afwijzing mocht NRC erbij aanwezig zijn.

„Alles wat leuk en gezellig is aan het koningshuis, hoeft daarom nog niet per se goed te zijn”, zegt publicist-uitgever Floris Müller, rijzende ster binnen het genootschap en uitgever van het nieuwe Republikeins Bulletin. „Het koningshuis is alleen maar sprookje en emotie”, beaamt de Limburgse kunstenaar Jos Deenen. Hij heeft daarom een tekening gemaakt van voormalig koningin Beatrix met uitgezakte borsten („als staatshoofd verouder je snel”) en dito buik („de onderbuik , ha ha, maar ook het belangrijkste lichaamsdeel voor de erfopvolging”).

Ontsteltenis

Tot ontsteltenis van de nodige leden heeft de tekening van Deenen het eerste Republikeins Bulletin gehaald. „Ik ben gechoqueerd door deze grofheid”, protesteert een wat oudere republikein. „Waarom heeft het bestuur dat toegelaten? Het gaat mij om de zaak, niet om de persoon.”

Een paar uur eerder heeft Floris Müller de vinger op de wonde plek van het genootschap gelegd. De boodschap is populairder dan het, vaak onderling kibbelend, genootschap. „We moeten af van het beeld van een club van oude, boze mannen”, zegt Müller. „Een club die vooral andermans feestje wil verpesten. We moeten juist een eigen, positieve, enthousiasmerende boodschap brengen.” Daarmee moeten ook meer jongeren worden getrokken.

Contributie

Wim Smit uit Rotterdam knikt achterin goedkeurend. Hij loopt al langer mee in de beweging, al betaalde hij tien jaar zijn contributie niet. „Ik zag bij onze club de laatste jaren te veel jaloezie”, vertelt hij. „Alsof we het koningshuis zijn privileges misgunnen.” Voor hem is de kostenkwestie bijzaak. Hij begint binnenkort een rechtszaak tegen rechters, voor hem een principiële kwestie. „Ik erken hun gezag niet. Want rechters zweren niet alleen trouw aan de Grondwet, maar ook aan de Koning.”

Maar wat moet nu precies de nieuwe koers van het genootschap zijn, waarover Müller sprak? Deels wordt dat praktisch ingevuld, zo blijkt uit de inbreng van voorzitter Maessen. Met bijna overslaande stem zegt hij: „We willen dat het Paleis op de Dam, ooit gebouwd als stadhuis van Amsterdam, het hele jaar opengaat en daarmee weer van iedereen wordt. Nu is het maar een paar dagen open voor hotemetoten die de nieuwjaarsreceptie van de koning mogen bezoeken.”

Pijnlijk onduidelijk

Voor een ander, misschien wel het belangrijkste deel van de bezoekers, blijft het antwoord op de vraag naar de inhoud echter pijnlijk onduidelijk. „Waar staan we nu precies voor?” wil een lid weten. „Ik moet op feestjes goed kunnen uitleggen waarom ik republikein ben.” De werkgroep die hierover moest nadenken, was er na bijna twee jaar echter niet goed uitgekomen, zo blijkt uit een presentatie. Wat lezen we in het oude, nog geldige manifest van het genootschap? „De democratische verkiezing van het staatshoofd biedt de grootste garantie dat de bekwaamste en de beste dit hoogste ambt zal vervullen.” Maar Donald Trump dan? Of Tayyip Erdogan? Of Vladimir Poetin? „Misschien moeten we gaan nadenken over een niet-executief, ceremonieel gekozen staatshoofd”, peinst voorzitter Hans Maessen hardop.

Floris Müller weet het republikeins vuur echter brandend te houden. Aan het eind van de vergadering grijpt hij de microfoon en zegt hij: „Weet je wat? We organiseren gewoon een opstelwedstrijd onder leden over hoe onze republiek er precies moet uitzien.” Uit de zaal wordt geroepen: „Perfect! Hartstikke goed!” Waarna voorzitter Maessen kan aankondigen: „Op naar de borrel.”

    • Kees Versteegh