Dumoulin bevestigt zijn reputatie in foutloze Giro

Ronde van Italië

Na de eindzege nu een tweede plaats, achter Chris Froome. Tom Dumoulin is geen eendagsvlieg, veel meer een volwassen geworden ronderenner. De Giro d’Italia van 2018 was daarvan een bevestiging. Een terugblik in vijf thema’s.

Tom Dumoulin deed er zaterdag onderweg naar Cervinia alles aan om Chris Froome uit het roze te rijden. Maar hij slaagde er niet in. Foto’s AFP/ANP

Verwachting

Ga er maar aan staan: als titelverdediger aan de start verschijnen namens een natie die na het roze wielerfeest in Milaan en Maastricht met alles minder dan de roze trui geen genoegen meer neemt. Na Jan Janssen en Joop Zoetemelk was het tijdperk-Dumoulin aangebroken, er was een supertalent opgestaan die ging zorgen voor jaarlijkse wielersuccessen. Meer dan ooit kreeg Dumoulin met verwachtingen te maken, met druk van het publiek, en van zichzelf.

Zijn voorjaar werd een worsteling met materiaalpech, ziekte en valpartijen. Nadien zat hij met een pesthumeur op zijn fiets, dwarsgezeten door bewijsdrang. Van de avontuurlijke houding waarmee hij de Giro won, was weinig over. Een maand voor de start in Jeruzalem zei hij tegen NRC: „Ik wilde te graag, was alleen maar met het resultaat bezig.” En dat werkte verlammend.

Een training in de Ardennen opende zijn ogen. Hij moest weer lol gaan maken, lekker fietsen, en maar zien. De relativering kwam precies op tijd. In Israël oogde hij als een jaar eerder: ontspannen, glimlachend, nieuwsgierig. Daags voor de start maakte hij een wandeling door de oude stad. Als toerist, even niet als renner.

In het regenboogpak dat toebehoort aan ’s werelds beste, raasde hij daarna door de straatjes van Jeruzalem. Hij begon de Giro zoals hij die elf maanden daarvoor geëindigd was: in het roze. Rivaal Chris Froome viel in de verkenning, en verloor al voor de race begonnen was ruim een halve minuut.

Volharding

Eenmaal weg uit Israël, decor van de Giro-start waar vooraf zo veel om te doen was vanwege de penibele politieke situatie aldaar maar achteraf, in elk geval wat orde en veiligheid betreft, geslaagd als gastheer van Grande Partenza, bleek al gauw één man de dienst uit te gaan maken. De Brit Simon Yates was samen met collega Esteban Chaves in de eerste etappe met aankomst bergop de sterkste. Op de Etna pakte Yates het roze en gaf hij de ritzege aan Chaves. De verhoudingen waren duidelijk.

Dumoulin gaf een half minuutje toe op de vederlichte Yates, net als de andere favorieten voor de eindzege. Zo bleef het lange tijd bergop. Yates was de beste, Dumoulin een goede tweede.

De elfde etappe eindigde in een spektakelstuk op de kasseienmuur van Osimo, middeleeuws stadje in de provincie Ancona. De laatste vijf kilometer waren zo steil dat Simon Yates probeerde tijd te pakken in de wetenschap dat zijn moeilijkste momenten nog zouden komen.

Na afloop van de rit zat het Yates niet lekker. „Ik ben bang voor de tijdrit, heb meer marge nodig”, sprak hij. Die angst zou bewaarheid worden.

Eerst volgde een moordend weekend in de Dolomieten te beginnen met de Monte Zoncolan, een klim opgeklopt tot mythische proporties vanwege stijgingspercentages van meer dan 20 procent. Yates verkende de rit van tevoren niet, Dumoulin evenmin. Beiden moesten het afleggen tegen de man die tot dan toe als een gebeten hond door de Giro reed.

Wederopstanding

Chris Froome was wél naar Ovaro afgereisd om te kijken waar hij op de Zoncolan het verschil kon maken. Op vier kilometer van de streep, waar het om het steilst was, viel hij aan en reed hij naar de winst in de etappe. Het was een eerste wederopstanding van een grillig renner. Yates verloor zes seconden, Dumoulin 37. Maar belangrijker: hij beperkte de schade op een beklimming die zijn terrein niet was. In de laatste fase van de Zoncolan reed hij nog weg bij Thibaut Pinot, in een stijl die zijn handelsmerk is geworden, zonder wisselingen en als een tijdrit.

De volgende dag eenzelfde verhaal in de rit naar Sappada: nu was Yates oppermachtig, en moest Froome de tol betalen voor zijn inspanning. Dumoulin bleef ijzingwekkend kalm, ook toen zijn concurrenten hem bestookten. Even leek zijn Giro voorbij, pak ’m beet vijf kilometer voor het einde, maar zoals zo vaak herpakte hij zich wetende wat hij kan als hij trouw blijft aan zijn fysiek.

Yates slaagde riant in zijn opzet seconden te sprokkelen: 47 tellen op de voorlaatste zondag. Op de streep zei Dumoulin voor het eerst, met een magisch realisme: „De Giro weer winnen gaat moeilijk worden.” Om af te sluiten met wat zijn lijfspreuk werd: „Maar Rome is nog ver.”

Na de tijdrit op dinsdag, waarin hij vond dat hij met 1 minuut 15 te weinig tijd op Yates had gewonnen omdat hij „niet flitste”, ging hij nog een stap verder: „Voor winnen is een wonder nodig.” Dumoulin kon toen niet weten dat Yates, tot dan onaantastbaar, zijn kruit verschoten had.

De Brit heeft op de vlakke tijdrit tussen Trento en Rovereto zo diep moeten gaan dat hij een dag later voor het eerst deze Giro moet passen, in een niet zo moeilijke klim naar Prato Nevoso, in de Alpen. Dumoulin halveert er zijn achterstand. Laurens ten Dam: „Tom is terug in de race.” Zelf is hij niet overtuigd: „Er komen zware dagen aan.”

Tom Dumoulin en Chris Froome na de finish van de twintigste etappe van de Ronde van Italië tussen Susa en Cervinia over een afstand van 214 km. Foto Bas Czerwinski/ANP

Inzinking

Vrijdag 25 mei 2018 gaat de boeken in als een van de meest heroïsche etappes in de wielerhistorie. Op papier alleen al, met drie enorme beklimmingen in de Alpen, waaronder de Colle delle Finestre. Op die beklimming begint Froome aan een solo van tachtig kilometer in een ultieme poging het roze te veroveren. Simon Yates is dan al volledig ingestort: hij verliest meer dan een half uur omdat hij de voorbije weken met zijn krachten heeft gesmeten. Zijn Giro duurt twee dagen te lang. Een dag later gaat ook Thibaut Pinot voor de bijl. De Fransman, dan nog nummer drie, komt niet meer omhoog en wordt na de finish met uitputtingsverschijnselen opgenomen in het ziekenhuis. Het zegt alles over de moeilijkheidsgraad van deze Giro, met 21 beklimmingen verdeeld over ruim 3.500 kilometer, acht aankomsten bergop. En dan was de koers ook nog van een verzengend karakter, voor Dumoulin „by far” de zwaarste ronde die hij reed.

Op het moment dat Froome aanvalt kan Dumoulin niet mee, maar dat is aanvankelijk nog geen probleem. Bergop verliest hij niet zo veel, hij laat deze Giro zien dat hij een volwaardig klimmer is geworden, met behoud van macht op de tijdrit, een combinatie slechts voorbehouden aan de allergrootsten. Juist in de afzink van de Finestre verliest Dumoulin tijd. Op de top heeft hij besloten te wachten op een renner die hem zou kunnen helpen Froome te achterhalen. „Op het moment zelf was dat voor mij de juiste beslissing”, blikt hij zondag in Rome terug. Froome is dan gevlogen, en pakt op historische wijze het roze. Opnieuw hoeft Dumoulin maar in één man zijn meerdere te erkennen. „Eerst is het de ene Brit, dan de andere.”

Bevestiging

In de zoveelste koninginnenrit deze Giro, zaterdag naar Cervinia, probeert Dumoulin op de slotklim Froome vier keer van zich af te schudden, maar er is geen overtuiging meer. Als hij ziet dat hij Froome niet kan kraken, gaat hij op kop rijden voor Sam Oomen (22), die een sleutelrol speelde. Dumoulin wordt tweede, Oomen negende. „Dit is een goede stap vooruit.”

Froome wint zijn derde ronde op rij: Tour, Vuelta, Giro. Een grootse prestatie, zeker met de druk die op zijn schouders rust. Er hangt nog altijd een schorsing boven zijn hoofd als straks blijkt dat hij zijn te hoge gehalte salbutamol niet kan uitleggen. Zelf is hij overtuigd van zijn onschuld.

Dumoulin, die zich bij zijn tweede plaats neerlegt omdat „Froome over drie weken beter was en het recht had om hier te starten”, reed een nagenoeg foutloze Giro. Het maakt zijn klassering minstens zo indrukwekkend als zijn zege van vorig jaar. Deze uitgave van de Giro was hem bepaald niet op het lijf geschreven: een derde minder tijdritkilometers dan vorig jaar, meer aankomsten bergop. Hij leverde een prestatie voor de geschiedenisboeken.

Dumoulin reed door Israël en Italië als een tot wasdom gekomen renner, ontspannen en realistisch. Fysiek was hij in orde: hij kende geen slechte dag, bleef al die tijd gezond. „In de derde week heb ik bergop beter gereden dan ooit. Ik rol daar elke keer weer een beetje beter doorheen. Maar waar ik vooral blij mee ben, is dat ik drie hele mooie weken heb gehad.”

    • Dennis Meinema