Wereldwonder van een goal bezorgt Real opnieuw de Champions League

Real Madrid kroonde zich voor de dertiende keer tot beste van Europa in een finale die van curiositeiten aan elkaar hing. Gareth Bale was met twee goals de grote man in de 3-1 overwinning op Liverpool.

Sergio Ramos van Real Madrid houdt de kampioensbeker vast te midden van zijn teamgenoten. Foto Phil Noble/Reuters

De voorzet van Marcelo, de sprong van Gareth Bale, het omgedraaid stil hangen in de lucht. Timing perfect, mooiste goal ooit in een Champions League-finale en een atletische evenaring van wat ploegmaat Ronaldo nog niet zo lang terug bij één van de schoonste aller omhaals tegen Juventus deed. Coach Zinedine Zidane, ooit zelf schitterend vollerend in de finale van 2002, wapperde met zijn hand, sloeg zich op zijn kale hoofd. Ongeloof en appreciatie ineen, voor zoiets beeldschoons op een voetbalveld in Kiev.

Het was de beslissende in de finale die van curiositeiten aan elkaar hing. De hoop van Liverpool vervloog toen Mo Salah na een halve helft gepijnigd van het veld ging. Daarna een wanstaltige 1-0 voor Real, uit Liverpool-perspectief dan, vlak na rust. Het terugknokken nog tot de 1-1. En toen dus een wereldwonder van een doelpunt van de Welshman Bale, van wie de blunderende keeper Loris Karius ook nog de 3-1 toestond.

Bekijk hieronder de goal van Bale:

Zo is Real Madrid voor de vierde keer in vijf jaar tijd de beste van Europa, de dertiende keer in totaal. De derde keer op rij nu, de hattrick van coach Zidane die ongelooflijke dingen deed als speler en als trainer nu alle wetten tart. Hij evenaart Bob Paisley (Liverpool) en Carlo Ancelotti (AC Milan, Real), die ook drie keer de cup wonnen als coach. Maar nog nooit ging het in zo’n moordend tempo. Nog geen drie jaar trainer, ongelooflijk. Hij kietelt zijn sterren, onder zijn leiding hongerig en tevreden tegelijk.

Maar overtuigend was het in het begin van Real-zijde allerminst. Dat werd pijnlijk duidelijk toen de meest precieze van hen allemaal, Toni Kroos, een doodeenvoudige bal gehaast over de zijlijn passte. Wat was er geslopen in die ervaren ploeg? Precies dezelfde elf als de gewonnen editie van vorig seizoen, tegen Juventus. Vier spelers – Ronaldo, Ramos, Modric, Benzema - speelden hun vierde finale in vijf jaar. Maar het leek nergens op en Liverpool vloog als te doen gebruikelijk de tegenstander naar de strot.

Topoverleg tussen Ramos en Ronaldo, nadat Carvajal de bal met een vreemdsoortige terugspeelbal over de eigen achterlijn had gewerkt. Bij de corner die volgde toornde Virgil van Dijk, één van de twee Liverpool Nederlanders met Georginio Wijnaldum, boven alles en iedereen uit, maar de armen van de mistastende keeper Keylor Navas beletten een doelgerichte kopstoot. De beste kans voor Liverpool kwam uit een aanval over links, sluw werk van Sadio Mané, maar Roberto Firmino, volledig vrij bij de teruggetrokken bal, controleerde slecht, vuurde op de kont van Sergio Ramos.

Egyptisch fenomeen en Engels speler van het jaar Mo Salah had die eerste twintig minuten zijn grandioze niveau benaderd en stuwde Liverpool naar voren. Maar dat alles sloeg om, kort nadat The Reds van coach Jürgen Klopp het gas heel even terug hadden genomen om de eerste helft strategischer uit te spelen. Juist toen ging Salah naar de grond bij een ogenschijnlijk onschuldige partij vrij worstelen met Real-captain Sergio Ramos, en bleef liggen – met pijn. In tranen na de tuimelpartij waarbij zijn arm vervelend geklemd zat. Schouder vermoedelijk uit de kom.

De gedachte aan opzet is al te cynisch maar moeilijk te onderdrukken, kijkend naar de beelden. Winnaar is ie, in al zijn vezels. Misschien zal Ramos het zo niet bedoeld hebben. Evenmin betreuren, trouwens. Want de wedstrijd leek toen en daar gewonnen. De voorvoelde vrees van alles wat rood was in het Olympisch stadion in Kiev kwam uit. Salah eraf. Momentum verschoof, Liverpool duidelijk en begrijpelijk ontdaan door het uitvallen van de talisman.

Lees ook het achtergrondverhaal over Liverpool, de club die voor eeuwig is getekend door het verdriet van Heizel en Hillsborough.

Chaos

Carvajal viel daarna geblesseerd uit bij de Koninklijke, maar Carvajal is geen koningin gelijk Salah, hoogstens een loper. Zidane fluisterde invaller Nacho bemoedigende woordjes in met een ontspannen, zorgeloos glimlachje. Het zat wel goed. Real scoorde, maar Benzema werd afgevlagd toen hij een rebound van Ronaldo benutte – die laatste had inderdaad buitenspel gestaan.

Direct na rust trof Isco de lat, de Liverpool-defensie verviel in chaos. Doelman Loris Karius, die veruit hoofdverantwoordelijk zou worden voor de nederlaag van zijn ploeg, onderschepte een dieptepass van Kroos, gooide de bal direct breed naar de rechterflank maar onderschatte het reactievermogen van Benzema. De Franse spits stak een voet uit, de bal hobbelde tergend traag het doel in.

Liverpools lot bezegeld? Toch niet. Mané, net daarvoor nog een elleboog uitgedeeld aan Ramos, reageerde bij een corner vliegensvlug op het gewonnen kopduel van Dejan Lovren, en punterde van vlakbij raak. 1-1, Liverpool terug in de hoogste versnelling, zelfvertrouwen herpakt door zoiets fundamenteels als een doelpunt.

Toen kwam het. Bale viel in, twee minuten later de omhaal. Magistraal. De duurste speler ter wereld is hij al een tijdje niet meer, bij Real bovendien op de bank gerangeerd. Een dwarrelschot van zijn machtige linkervoet werd door Karius nog vreselijk verkeerd ingeschat: 3-1.

You’ll never walk alone, zongen de Liverpool-fans die kleur en toon bepaalden en tien minuten voor tijd het verlies aanvaardden. Klopp feliciteerde Zidane, de coach die zijn sterren, zelfs een gekrenkte als Bale, stuwde tot de derde Champions League op rij. Ongekend.

    • Bart Hinke