Opinie

mei revolte

De beweging van 1968 was een welkome correctie

Voor veel ‘soixante-huitards’ was het deze maand waarschijnlijk één van de laatste keren dat zij het lustrum van 1968 volop konden vieren. De jonge twintigers van toen die in mei 1968 lenig de barricades in Parijs beklommen zijn stramme zeventigers geworden. Hun gedroomde toekomst is verworden tot eigen al dan niet geslaagde geschiedenis. Afgezien van het kroonjaar verklaart de wetenschap dat zelfs aan ‘forever young’ een eind kan komen veel van de intensiteit waarmee de revolutie van toen – die al gauw een revolte werd – is herdacht.

„Herdenking van hypocrieten” stond er deze maand met een knipoog gekalkt op een van de muren van de universiteitscampus in Nanterre – de plek vlak buiten Parijs waar het vijftig jaar geleden allemaal begon. De revolutie heeft weliswaar niet zijn eigen kinderen opgegeten, maar heeft de kinderen in de loop der jaren wel veel van hun glans ontnomen. Opmerkelijk is dat niet. De veranderde blik is nu eenmaal eigen aan historie. En met terugwerkende kracht kan veel gefronst dan wel gelachen worden over het absolutisme waarin de verandering van de maatschappij werd aangekondigd.

‘Studenten en arbeiders solidair’ galmde het. Hun strijd was onze strijd. Het bleek een door wederzijds opportunisme gedreven kortstondig verstandshuwelijk te zijn. Ook op andere terreinen is de reeks ontgoochelingen aanzienlijk. Vrijheid was het verzamelbegrip van de vooral door het generatieconflict gedreven strijd van de babyboomers. Maar enige structuur, noem het leiding, kon de maatschappij toch ook wel gebruiken. En zodoende wisten enkele revolutionairen van het eerste uur zich binnen een decennium te ontpoppen tot onvervalste regenten.

Maar het is zeker niet voor niets geweest. Wat een halve eeuw geleden culmineerde in de straten van Parijs, maar elders soms al eerder was ingezet – zie Provo in Nederland – heeft geleid tot een welkome correctie. De in al zijn verschillende vormen bestaande paternalistische samenleving moest zich heroriënteren. Dat ging in het ene geval makkelijker dan het andere. Maar er gebeurde wel wat; de vanzelfsprekendheid van het gezag, dan wel de macht, was weg. Er zat een spreekwoordelijke prop in de buis. Die buis is met de beweging van 1968 doorgeblazen. De heilstaat kwam er niet voor in de plaats. Maar wel een staat waarin de luiken waren opengezet waarna hoognodige veranderingen in meer of mindere mate tot stand kwamen.

En dan nu naar het heden. De geschiedenis herhaalt zich maar nooit op dezelfde wijze, luidt het tot vervelens gebruikte spreekwoord. In veel van de terugblikken op ‘1968’ stond dat er destijds verandering in de lucht hing. Is een brede veranderingsgolf opnieuw aanstaande, of zitten we daar misschien al in? Op het internationale vlak is sprake van een snel veranderend krachtenveld, onder andere tot uiting komend in een onder druk staande trans-Atlantische relatie. De democratie als staatsvorm staat steeds meer ter discussie met de opkomst van autocratische leidersfiguren.

Instituties worden op de proef gesteld met dezelfde middelen, (ludieke) provocatie, als vijftig jaar geleden maar met andere doelen. In eigen land vertaalt zich dit door groeiende onvrede over het functioneren van het openbaar bestuur. Het heeft op het landelijk niveau geleid tot een versplinterd partijenlandschap dat geen dominante groeperingen meer kent. Op het lokaal niveau heeft deze trend zich bij de gemeenteraadsverkiezingen van twee maanden geleden herhaald. Hier tussendoor speelt een alle kanten op schietende identiteitsdiscussie die tot giftige cocktails kan leiden.

Van een nieuw ‘1968’ is zeker geen sprake. Daarvoor zijn alleen al de vraagstukken van een totaal andere orde. Als er al sprake is van een conflict is dit in elk geval geen generatieconflict zoals destijds. Wel vergelijkbaar met toen is dat er van alles sluimert. Aan de ene kant is er een vooral achterwaarts gerichte restauratieve cultuuroorlog gaande. Tegelijkertijd is er de voorwaarts gerichte heftige en ingrijpende #Metoo discussie die nog lang niet is uitgewoed.

Hoe dit alles zich ontwikkelt is niet te voorspellen. Maar het onderkennen ervan is een eerste vereiste om goed te kunnen anticiperen. Wat dat betreft was de beweging van 1968 leerzaam. Maar dit geldt nog meer voor de lessen die in retrospectief uit dat jaar kunnen worden getrokken. In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.