opinie

    • Willem Pekelder

Dichtersborrel

Boekhandel Van Gennep hield in klein gezelschap een Pre-Poetry Borrel in de Jacobustuin achter de winkel. Het was een koude middag, maar de vogels kwinkeleerden en kinderen zwiepten heen en weer op schommels. Eregasten waren de vier genomineerden voor de C. Buddingh’-prijs: Dean Bowen, Radna Fabias, Elisabeth Tonnard en Arno van Vlierberghe. Een van deze debutanten zal op 31 mei, tijdens Poetry International, de prijs overhandigd krijgen.

En wij waren de bevoorrechten die met een glas wijn in de hand al van hun werk mochten genieten. Maar eerst werden ze geïnterviewd door journaliste Simone van Hulst. Haar vragen waren enigszins onbegrijpelijk, wat niet erg was. „Houd je van kippen?”, wilde ze van Fabias weten. De dichteres voelde zich overvallen, maar reageerde niettemin ad rem: „Eigenlijk meer van haantjes, tenzij het mannen zijn.”

Ze waren een beetje verlegen, de debutanten. „Het podium is niet per se mijn hobby”, bekende Fabias. „En dit interview duurt me te lang.” Even later verzuchtte Van Vlierberghe dat de bijeenkomst voor een Vlaming als hij ‘zenuwslopend’ was . En Bowen liep vast in zijn filosofie over waarom hij zichzelf een psychonaut noemt: „Ik ben het zelf nog aan het ontdekken.”

Je kunt poëten beter laten voorlezen. Fabias droeg met mooie, zachte stem Gieser Wildeman voor: „Gieser Wildeman is een stoofpeer, ik ben een vrouw (…) Er is geen leegte in mij, wel een schuilplaats.” Bowen bracht vol vuur zijn Geur van de beverboom.

Was de keuze van de gedichten geïnspireerd door de Jacobustuin? Zoals dat ook het geval leek met de vragen van Van Hulst? Ze had de kip al behandeld, en nu begon ze over het insect. „Ik moet heel erg denken aan een vlieg”, peinsde ze, nadat Tonnard had uitgelegd dat haar laatste bundel geen doelgericht traject was geweest. „Een vlieg? Ja, misschien wel!”, sprak de dichteres overdonderd.

Ook haar voordracht ging weer over de natuur: De ruimteworm. Wetenschappers die een geamputeerde worm de ruimte in sturen en bij terugkomst twee spontaan aangegroeide koppen ontdekken. „Voor verder onderzoek is de worm opnieuw in stukken gehakt”, besloot Tonnard. Gebulder in de borreltuin.

    • Willem Pekelder