Ah, de boze witte mannen

De hele maand mei ‘woont’ en werkt Arnon Grunberg in het Stedelijk Museum Amsterdam, met een groep kunstenaars. Hij schrijft daar dagelijks over.

Udo heeft een goedverzorgd baardje en is het hoofd van de persafdeling. Hij zou ook maître d’ kunnen zijn in een exclusief restaurant in Zürich waar Mario Draghi een keer per maand bospaddenstoelenrisotto komt eten.

Deze ochtend wordt de tentoonstelling van Günther Förg aan de pers getoond. Ongeveer dertig journalisten hebben zich aangemeld, twee heren van Het Parool hebben al eerder een rondleiding gekregen, de Frankfurter Allgemeine komt later.

Samen met de stagiaire van Udo wordt de pers in de entreehal ontvangen en Udo doet het met enthousiasme, alsof hij zelf de schilderijen, foto’s en beeldhouwwerken van Förg heeft gemaakt.

Later vertelt Udo over de restitutiecommissie die bezig is met een onderzoek, onder andere naar een schilderij van Kandinsky. Heeft het Stedelijk het schilderij rechtmatig verkregen of is het roofkunst? „Wij hebben geen geheimen”, zegt Udo.

Ook vertelt hij dat Förg een groot drinker was, maar alleen vanaf 5 uur ’s middags. Er zit een man of dertig in het Zadelhoff Café. „Zijn dit allemaal journalisten?” vraag ik aan Udo. „Er zitten bloggers bij”, antwoordt hij.

De directeur, Jan Willem, neemt het woord. Hij verklaart: „Ik ga niets inhoudelijks over de tentoonstelling zeggen.” Aan die belofte houdt hij zich keurig.

Dan komt curator Hripsimé. Zij spreekt met terughoudendheid en liefde over Förg en „zijn worsteling om een verhaal te vertellen”.

Later als we door de tentoonstelling lopen komt Jan Willem naar me toe. Ik denk, nu gaat hij me alles vertellen. Hij laat me op zijn telefoon een foto van een straat zien en zegt: „Dit is mijn favoriete plekje in Parijs.”

De dag eindigt met een vergadering over diversiteit. Medewerkers van het museum moeten de directie adviseren hoe het museum diverser kan.

Claire, curator, zegt: „Er is een bewuste, institutionele onwetendheid. De canon bestaat uit Europese, witte mannen, veelal dood.”

Ah, daar zijn de dode witte mannen. Ik denk aan Förg, die was tenminste een drinker na vijf uur in de middag. „Als het om diversiteit gaat,” zeg ik, „slagen jullie er ook niet in de nog levende al dan niet boze witte man te trekken, zeg maar de PVV-kiezer”.

Om aan dit gemis een eind te maken organiseer ik op 1 juni om 7 uur ’s avonds in het Stedelijk een groepsgesprek met mensen die moderne kunst, vreemdelingen en de EU haten.

Meldt u zich aan op: therapygrunberg@gmail.com

Het Stedelijk heeft u nodig.

(Wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg