Zelfs kleuters kunnen democratisch zijn

Philippe Narval

Het Ierse referendum is een overwinning voor de democratie, zegt onderzoeker Philippe Narval. Het laat zien dat we moeten blijven experimenteren met wat democratie kan zijn.

Muurschildering in Dublin voor keuzevrijheid van de vrouw. Foto Clodagh Kilcoyne/Reuters

Een Iers referendum over abortus was tot voor kort ondenkbaar: belangengroepen aan beide kanten domineerden jarenlang het debat en maakten met emotionele argumenten een genuanceerde discussie onmogelijk. Dat het referendum, over een afgewogen voorstel om de grondwet te wijzigen, er tóch kwam, is te danken aan een bijzonder democratisch experiment: de zogenaamde Citizens’ Assembly of volksvergadering.

99 Ierse burgers uit allerlei lagen van de bevolking werden benaderd met de vraag of zij wilden meedoen aan een discussiegroep over abortus. Eerst ontmoetten ze experts, van alle kanten. Vervolgens probeerden ze hun mening te bepalen. Ten slotte stelden ze aanbevelingen op voor mogelijke wetswijzigingen en stemden ze erover. Het eindresultaat – een advies om de abortuswet op bepaalde punten te versoepelen – werd vrijdag per referendum aan het volk voorgelegd.

In het boek Die freundliche Revolution; Wie wir gemeinsam die Demokratie retten van de Oostenrijker Philippe Narval neemt dit Ierse experiment een prominente plaats in. „In heel Europa hebben burgers het gevoel dat de democratie niet goed functioneert”, zegt Narval (1977) in een koffiehuis in zijn woonplaats Wenen. „Ze vinden dat politici te weinig verantwoording afleggen. Extremisten domineren het debat. Emoties maken rationele discussie onmogelijk. Om al die redenen zijn burgers bitter. Sommigen zeggen: ‘Weg met de democratie, we hebben een sterke man nodig.’ Ik begrijp de klacht. Ik zie het probleem. Maar ik deel de bittere conclusie niet.”

Narval wil laten zien dat er wel degelijk democratische manieren zijn om uit de impasse te komen. En dat burgers zich, als je ze serieus neemt, doorgaans heel verantwoordelijk gedragen. Er is meer bewegingsruimte in onze democratie, zegt hij, dan we denken. We moeten alleen nieuwe instrumenten zoeken om die te benutten.

Lees ook: Verdwijnt het verbod op abortus in Ierland? Het is hard tegen hard

Narval is directeur van Forum Alpbach, een denktank die sinds 1945 jaarlijkse zomersessies in het bergdorp Alpbach organiseert om de toekomst van Europa te bespreken. Die discussies stonden afgelopen jaren vaak in het teken van het democratische tekort. Toch hoorde hij steeds vaker over allerlei opgewekte initiatieven om de democratie op te peppen, bij bedrijven, in dorps- of stadsbesturen of in het onderwijs. Het stoort hem, schrijft hij in zijn boek, dat journalisten meer schrijven over populisten dan over antipopulisten. Daarom besloot hij een paar maanden vrij te nemen om door heel Europa langs een aantal van die experimenten te reizen. „Ik wil laten zien dat je met een paar simpele stappen de democratie al beter kunt laten functioneren.”

Die freundliche Revolution, dat heel goed is onthaald in de Duitse en Oostenrijkse pers, toont diverse voorbeelden. Zo is een kleuterleidster in de Oostenrijkse deelstaat Vorarlberg begonnen met een open ‘inspraakmethode’ voor zestig kleuters. Ze beslissen zelf welke activiteiten ze die dag gaan doen en wat het thema wordt voor het jaarlijkse familiefeest. Toen er ruzie ontstond over kinderen die de turnzaal zo vaak gebruikten dat anderen er niet in konden, bedachten ze zelf een beter systeem met lootjes. Zo kweek je mondige burgers, schrijft Narval.

In Vorarlberg bezocht hij ook een burgemeester van een dorp dat zo ontevreden was met zijn autocratische voorganger, dat hij besloot dorpelingen werkelijk overal bij te betrekken. Nu, na een paar jaar, maakt hij zich nog zorgen over één ding: dat er geen oppositie meer is om hem het vuur na aan de schenen te leggen.

Iedereen moet aan bod kunnen komen, niet alleen de hardste schreeuwers

Philippe Narval

Narval sprak ook met Axelle Lemaire, een voormalig Franse europarlementariër die als minister onder premier Manuel Valls zonder enig budget ‘de digitale Republiek’ begon: een digitale burgerconsultatie over nieuwe wetgeving. Hij bezocht twee vrouwen in Dortmund die een notoire achterstandswijk bij de lokale politiek betrekken. En hij ging naar Zwitserland, naar de studenten van Operatie Libero, die de handschoen hebben opgepakt tegen de extreemrechtse SVP. Die partij, al sinds de jaren negentig de grootste van het land, initieerde de afgelopen jaren het ene na het andere referendum tegen vreemdelingen, moslims en de EU. Veel Zwitsers klaagden erover, maar politieke partijen doken weg in plaats van terug te vechten. Daarom deden de studenten het. Intussen hebben ze drie referenda gewonnen, over gevoelige onderwerpen als naturalisatie en automatische uitzetting van criminele buitenlanders.

Narval noemt Zwitserland „instructief”. Velen denken dat directe democratie de malaise kan verhelpen, zegt hij. Ze wijzen dan met bewondering naar het Zwitserse voorbeeld. Maar de frustratie bij burgers is daar even groot als elders, zag hij. Referenda zijn kennelijk geen panacee. „Daarmee kan de democratie evengoed uit de rails lopen. Als maar één partij campagne voert, heb je niets aan een referendum. De democratie moet minderheden beschermen. Dat gebeurde in Zwitserland te weinig: velen voelden zich niet meer thuis in een land waarin zó hard over buitenlanders werd gesproken en zo vurig voor hekken en muren werd gepleit. Iedereen moet aan bod kunnen komen, niet alleen de hardste schreeuwers. Pas als ook de grijstinten op tafel liggen, kun je laten stemmen.”

Narval heeft gehoord dat het referendum in Nederland, na een paar debacles, is afgeschaft. „Onverstandig”, vindt hij, al is hij tegen directe democratie. „Dit versterkt het beeld dat burgers gepasseerd worden. Hadden ze niet beter de kwaliteit van het referendum kunnen verbeteren, door eerst een groep burgers de vraag te laten vaststellen, zoals de Ieren deden met abortus? Ook in het Europees parlement kun je met dit soort volksvergaderingen werken. Een comité van burgers uit alle lidstaten, waarom niet?”

Wat je nodig hebt, schrijft Narval, is soms alleen dat mensen een beetje meer hun best doen. En een beetje ruimte voor elkaar maken. „De EU is voor velen alleen een markt. Zo gaan ze er ook mee om: het gaat alleen nog maar om wat je eruit kunt halen. Dat is niet genoeg. We moeten er ook iets in stoppen. We veronachtzamen nu te vaak het proces, de compromissen, het kweken van begrip voor elkaars standpunten. Nu de crisissen van afgelopen jaren wat zijn geluwd, en we wat minder schelden op elkaar, moeten we daar weer aandacht voor krijgen.”

Philippe Narval: Die freundliche Revolution – Wie wir gemeinsam die Demokratie retten. Molden Verlag, Wenen 2018, 162 blz, 21 euro.
    • Caroline de Gruyter