Opinie

Wie wint de mediaoorlog om Gaza?

Gaza

In de mediaoorlog tussen Israël en de Palestijnen houdt geweld de Palestijnen zichtbaar, schrijft .
Wolken Israëlisch traangas tijdens Palestijnse demonstraties aan de grens tussen Israël en Gaza, ter hoogte van het stadje Nahal Oz, op 15 mei. Foto Jack Guez/AFP

En daar zaten we plots weer in een aflevering van de serie ‘Oplaaiend geweld tussen Israël en de Palestijnen’ (ondertitel: ‘Kans op vrede in Midden-Oosten kleiner dan ooit’). Wat zijn het toch gedrochten van termen: ‘geweld’ als een soort natuurverschijnsel dat zo nu en dan als een brand ‘oplaait’. Maar dat krijg je in een mediaoorlog.

Tussen 2000 en 2003 ‘deed’ ik als correspondent voor onder meer deze krant zelf de Palestijnen. Ook toen had je ‘oplaaiend geweld’ met een vast stramien. Eerst was er het nieuws vol ‘schokkende beelden’, gevolgd door politieke reacties. Dan kwamen de reportages van slachtoffers, daders en omstanders. Daarna volgden de opiniestukken waarin met van verontwaardiging dichtgeknepen stem betoogd werd wie de goeien zijn en wie de slechteriken. Ten slotte kwam het metaverhaal wie deze ronde in de beeldvorming had gewonnen.

Lijkeninflatie

Het belangrijkste verschil met die dagen is de lijkeninflatie. Toen in 2000 een paar Israëlische soldaten enkele meters de Gazastrook binnengingen, stond de halve diplomatieke wereld op zijn kop. Even later was het normaal en vielen er bij ‘een golf onlusten’ – let op de terminologie – enkele Palestijnse doden in totaal. Dat vond iedereen heel erg. Een paar jaar later werden dit enkele Palestijnse doden per dag. De afgelopen twee weken stond de teller op enkele tientallen doden per dag. Voor minder komen de westerse journaals hun stoel niet meer uit.

Zoals gezegd, dit is een mediaoorlog en dat is niet hetzelfde als een conflict met veel media aandacht. Bij een mediaoorlog wordt de loop van het conflict zelf mede bepaald door de wijze van berichtgeving.

Ter verduidelijking kijken we even naar het oosten van Congo. Daar is een conflict gaande tussen de Lendu en de Hema. Oogst sinds december: 263 doden, hoofdzakelijk Hema. Tussen 1999 en 2007 voerden de twee groepen ook oorlog, met vijftigduizend slachtoffers als gevolg.

Hoewel er in het oosten van Congo dus meer doden vielen dan bij het conflict tussen Israël en de Palestijnen in de afgelopen vijftig jaar, had u nog nooit van dit conflict gehoord. Dat maakt ook niet uit, want onze mening heeft geen invloed op hun oorlog. Deze wordt namelijk beslist zoals alle conflicten vóór de komst van massamedia en democratie werden beslist; de sterkste maakt de zwakste af.

Van de aardbodem vegen

Vergelijk dit met de Gazastrook. Met zijn superieur uitgeruste en getrainde leger kan Israël de Palestijnen zonder veel moeite (of eigen verliezen) in minder dan een week van de aardbodem vegen. Hadden net zo weinig mensen van de Palestijnen gehoord als van de Hema in Congo, dan zou Israël dit misschien ook wel doen. In een land waar de leiders Palestijnen aanduiden als ‘kakkerlakken’, zoals dat al jaren in Israël gebeurt, is immers veel denkbaar.

Voor Israël draait deze mediaoorlog momenteel om de mate waarin het land het eigen militaire overwicht mag verzilveren. Sleutelwoord is ‘proportioneel’. Hoe onredelijker de Palestijnen worden gevonden, hoe harder Israël erop mag rammen. Daarom is het van groot militair belang voor de Israëlische regering, de lobby’s in het Westen en Israëls sympathisanten in de media om de Palestijnen zo veel mogelijk te ontmenselijken. Het droombericht is dan iets als: ‘kijk eens hoe Israëlische soldaten getraumatiseerd raken van het moeten doodschieten van dolle Palestijnse moordenaars’.

Voor de veel minder goed uitgeruste en gestroomlijnde Palestijnse propagandamachine gaat het er om zichtbaar te blijven. Daartoe moeten de Palestijnen geweld gebruiken, want zo halen ze het nieuws. En wie wordt gezien, verkleint de kans op uitroeiing of verjaging.

Internationale sympathie

De Palestijnen moeten alleen niet te veel geweld gebruiken. Dan worden ze misschien wel wereldberoemd, maar verliezen ze de sympathie. En zonder internationale sympathie kan Israël dan nog steeds los gaan. Door vliegtuigen op te blazen bijvoorbeeld, vergaar je snel bekendheid, maar zo’n daad maakt je ook intens impopulair. Dat doe je dus hoogst spaarzaam. Zie in dit licht het stenen gooien in de jaren tachtig; genoeg geweld om het journaal te halen, maar binnen het iconische kader van ‘David en Goliath’. Later escaleerde dit geweld tot zelfmoordaanslagen, en die kostten extreem veel krediet. Nu kiezen de Palestijnen voor zelfmoord-zonder-aanslag door de Israëlische kogelregens in te rennen.

Bij een bezetting is de bezetter moreel verantwoordelijk en heeft de bezette bevolking recht op verzet. Tegelijk kun je je met de Israëliërs afvragen waarom de wereld zo ontzettend verontwaardigd is als Israëlische soldaten enkele tientallen mensen doden, terwijl iedereen de schouders ophaalt over de letterlijk duizend keer grotere slachtpartij in Jemen door die andere bondgenoot van het Westen, Saoedi-Arabië. Vijftig Arabieren in Gaza die als honden worden afgeschoten door het Israëlische leger, en de wereld is te klein. Vijftig Arabieren in Jemen die als honden worden afgeschoten door andere Arabieren, en we zitten in de nieuwscategorie van de Hema en de Lendu.

In Gaza is het weer rustig. Waarschijnlijk zal ook nu met Europees geld wat van de infrastructuur worden hersteld die door Israël is verwoest – met wapens van Amerikaanse makelij of financiering. Dan treedt de mediastilte weer in, tot de volgende keer het ‘geweld oplaait’.