Roger Cremers

‘Wat de zon betreft ben ik lichtzinnig’

Carla Bruijnzeel | Dermatoloog

Ze ontdekte de relatie tussen zieke huid en buitenwereld en werd de eerste vrouwelijke hoogleraar dermatologie. Een afscheidsinterview.

Carla Bruijnzeel ontdekte rond haar dertigste wat de oorzaak van eczeem is, promoveerde cum laude op haar onderzoek en werd, uitzonderlijk jong en als eerste vrouw, benoemd tot hoogleraar dermatologie in het UMC Utrecht. Nu heeft ze net afscheid genomen, en radicaal ook: ze doet niets meer in het ziekenhuis. We spreken elkaar in een Utrechts etablissement en omdat ze er voor een dermatoloog opvallend gebruind uitziet is de eerste vraag of ze zich tegen de zon beschermt. „Nauwelijks”, zegt ze. „Dat zal ik eerlijk opbiechten. Alleen in het begin van het voorjaar smeer ik me in. Verder nooit. Nooit gedaan ook. Ik pigmenteer snel en door gewenning aan de zon krijg je een dikkere hoornlaag. Die beschermt je tegen verbranding.”

Ook tegen veroudering?

„Ik loop wel huidschade op. Die neem ik voor lief.”

En het risico op huidkanker?

„Misschien krijg ik dat nog, misschien ook niet. Ik geef” – ze lacht – „niet het goede voorbeeld. Mensen met een lichte huid adviseer ik wel altijd om hun huid te beschermen tegen overmatige blootstelling aan de zon. Bij hen kan het uv-licht de celkern gemakkelijker bereiken en dna-schade aanrichten.”

En dan?

„Meestal niets. Die beschadigde cellen worden voor 99,9 procent opgeruimd. De cellen die achterblijven kunnen jaren later, op je zestigste of zeventigste, versneld gaan delen en kanker veroorzaken. Maar meestal zijn het basaalcelcarcinomen en die zaaien bijna nooit uit. Ze groeien bovendien langzaam. Plaveiselcelcarcinomen zijn vervelender, want die kunnen uitzaaien naar de lymfeklieren, al is die kans gering en zijn ze bijna altijd te genezen.”

Ik loop wel huidschade op. Die neem ik voor lief

En melanomen?

„Die zijn veel kwaadaardiger, maar komen minder vaak voor. En we weten niet wat de relatie met zonlicht is. Ze kunnen op de bil zitten of in de mondholte. Je ziet ze bij mensen die veel binnen zitten en twee keer per jaar op vakantie gaan.”

U zegt dus niet: blijf uit de zon?

„Zonlicht doet ons ook goed, het stimuleert de aanmaak van endorfinen in de huid, waardoor je je prettig voelt. Goed tegen depressie en goed voor je botten, door de aanmaak van vitamine D. Heel jammer als mensen met basaalcelcarcinoom denken dat ze niet meer in de zon mogen. Kinderen, dat is een ander verhaal. Je moet voorkomen dat kinderen verbranden, want er lijkt een relatie te zijn met melanoom op latere leeftijd. Wat bij mij ook speelt: al die zonnebrandcrème, hoeveel wordt er opgenomen in je lichaam? Wat is op de lange duur het effect? Al die dingen bij elkaar maken mij wat de zon betreft nogal lichtzinnig.”

Wat smeert u wel op uw huid?

„Nivea of vaseline. Een laagje vet voorkomt dat er te veel vocht verdampt en de huid droog wordt.”

U heeft in de dermatologie naam gemaakt door uw onderzoek naar eczeem.

„Constitutioneel of atopisch eczeem, ja, een syndroom waar ook bijvoorbeeld astma bij hoort.”

Toen was het idee dat het werd veroorzaakt door stress.

„Ja, mensen konden van nature geneigd zijn om stress te vertalen in jeuk. Ze kregen ontstekingen door het krabben en dan ging het van kwaad tot erger. Met dat dogma ben ik opgeleid. In het Duits heet eczeem nog steeds Neurodermitis. Mensen werden naar de psycholoog gestuurd voor cognitieve gedragstherapie: stress herkennen en leren om niet te krabben.”

Wat maakte dat u daaraan begon te twijfelen?

„Dat de therapie niet hielp. En ik was zeer geïnteresseerd in pathofysiologie: hoe ontstaan ziekten? In die tijd werden doorlopend ontdekkingen gedaan aan het immuunsysteem: wat witte bloedcellen deden, welke typen er waren, hoe antistoffen in het bloed lichaamsvreemde stoffen opruimden. Ik was begonnen met mijn promotieonderzoek en op een gegeven moment zag ik die antistoffen ook in de coupes, de stukjes weggesneden huid van patiënten met eczeem. Ik zag ze in de opperhuid, gebonden aan bij de afweer betrokken cellen, en volgens de leerboeken kon dat niet. Die antistoffen hoorden aanwezig te zijn op cellen in de laag eronder, in de lederhuid. En toch zag ik ze ook in de opperhuid. Dan kun je denken: er is iets mis gegaan met de coupes, het is een vergissing. Maar het was geen vergissing. Ik heb toen aangetoond dat in de buitenste laag van de huid deze antistoffen indringers van buiten kunnen binden, en dat je dan een ontstekingsreactie krijgt: eczeem. Toen was er opeens een link tussen de zieke huid en de buitenwereld. Een immuunziekte dus.”

Kon u andere onderzoekers snel overtuigen?

„Nee, want het druiste in tegen alle dogma’s. Het heeft me veel moeite gekost om mijn resultaten gepubliceerd te krijgen. Maar toen ging het snel, want kort daarna was er een internationaal congres en daar kwam een hoogleraar uit München naar me toe die zei: Carla, een jonge medewerker van mij heeft precies hetzelfde gevonden. Cruciaal in de wetenschap: dat je resultaten bevestigd worden door andere onderzoekers.”

Was u niet bang dat die ermee aan de haal zouden gaan?

„In het begin dacht ik wel: voorop blijven lopen. Maar dat gevoel heb ik snel kunnen loslaten. Samenwerking en elkaar vertrouwen levert je meer op dan concurrentie. Zij hebben dát gevonden: wow! Nu zetten wij de volgende stap.”

Zijn vrouwen daar anders in dan mannen?

Zonder aarzeling: „Na 26 jaar in de top van de academie kan ik zeggen dat die nog altijd sterk wordt gedomineerd door mannen, en mannen denken in macht. Altijd werken, flexibel en assertief zijn. Als je zelf niet zegt dat het geweldig is wat je doet, wordt je onderzoek door andere mannen lager ingeschat. Terwijl de belangrijkste academische waarden eerlijkheid en grondigheid zijn.”

Die spreken vrouwen meer aan?

„Ja. Maar vrouwen die in die door mannen gedomineerde wereld komen bovendrijven nemen die mannelijke houding wel vaak over. Of ze worden erdoor afgestoten en bereiken nooit de top.”

Na 26 jaar in de top van de academie kan ik zeggen dat die nog altijd sterk wordt gedomineerd door mannen, en mannen denken in macht

U was op uw zesendertigste hoogleraar en werd een paar jaar later hoofd van de afdeling.

„Maar ik ben mezelf gebleven. De eerste jaren dacht ik: doe zoals ik, vrouwen, en alles komt vanzelf goed. Ik heb aan de wieg gestaan van allerlei programma’s om vrouwen te stimuleren: kom op, je hebt de hersens, zet door. Die programma’s hielpen maar matig, vrouwen haakten toch vaak af. Toen las ik een jaar of wat geleden een boekje van Rob Wijnberg, Nietzsche & Kant lezen de krant. Daarin heeft hij het over gelijkwaardigheid en dat de enige manier waarop je die kunt bereiken is: gelijke aantallen. Ik dacht: hij heeft gelijk. Zolang er niet meer vrouwen in de top komen blijft de cultuur mannelijk en dat betekent dat ze altijd beschikbaar moeten zijn en assertief en flexibel. Dat gaat gewoon niet als ze kinderen krijgen. Dus: quota. Geen gêne, gewoon doen.”

U heeft een dochter.

„Ze is zich aan het specialiseren tot kno-arts. Ze was drie toen ik werd gevraagd om in Utrecht te solliciteren. Ik zie mezelf nog voor de sollicitatiecommissie zitten: tien mannen. Nooit gedacht dat ze me zouden nemen.”

Is er helemaal geen relatie tussen stress en eczeem?

„Als je eczeem hebt en je hebt stress, dan is je huid warmer: meer jeuk. Je wordt onrustig, je slaapt nog slechter, nog meer stress, nog meer jeuk. Maar het begint dus met eczeem, niet andersom. Aan de andere kant zijn er huidziekten die wel door stress veroorzaakt worden, het seborroïsch eczeem bijvoorbeeld, ook wel manager’s disease, je ziet het vaak bij mannen in leidinggevende posities. Roodheid en schilfers in de baardstreek en de bakkebaarden, de wenkbrauwen en in de rimpels. Onduidelijk wat de oorzaak is en of er een relatie is met gisten die in de talgklieren leven. Als ik mannen met seborroïsch eczeem op mijn spreekuur had en ik vroeg door, wat is je beroep en hoe zit je in elkaar, dan was het altijd: heel veel stress. In Davos, waar ik na mijn promotie gewerkt heb, hadden we een baas die het ook had. Bij moeilijke vergaderingen zag je zijn eczeem actiever worden. Die man was een open boek voor ons.”

Als je eczeem hebt en je hebt stress, dan is je huid warmer: meer jeuk

Waarom bent u dermatoloog geworden?

„Ik heb eerst aan interne geneeskunde gedacht, maar dat was een lange weg. Er waren weinig vrouwen die het deden en hoe ging ik het combineren met een gezin? Zo dacht ik toen nog. Mijn laatste coschap was bij een dermatoloog in Tilburg met een praktijk aan huis, zijn vrouw ontving de patiënten beneden met een kopje thee. Die man was al over de zestig, maar zo enthousiast, zo bezielend, dat ik dacht: dan moet het wel een interessant vak zijn. Een van de mooie dingen vind ik dat je de huid kunt zien, ziekten presenteren zich voor je ogen. Daarbij: vrijwel nooit acute gevallen, je hoeft ’s nachts je bed niet uit.”

Ze is de jongste van acht kinderen en groeide op in Kerkrade, waar haar vader directeur van het slachthuis was. Gymnasium bèta, geneeskunde in Utrecht. Ze werd lid van UVSV, De Utrechtsche Vereeniging voor Vrouwelijke Studenten, maar na twee weken hield ze het voor gezien. Ze ging naar Veritas, progressiever. Daar kwam ze in een nieuw dispuut met vrouwen die ze na al die jaren nog bijna elke twee weken ziet. Juristen, psychologen, maatschappelijk werksters, een pedagoog.

Meer hoogleraren?

„Nee, ik ben de enige, en ook de enige die altijd fulltime gewerkt heeft. Dat gaf leuke discussies vroeger, waarbij ik dan zei: jullie hebben zoveel talent, waarom benut je dat niet beter? Maar zij kozen voor een groter gezin en minder werken en ze vonden mij vreselijk ambitieus.”

Wat ook zo was.

„Ja, en ik heb geleerd dat de keuzen die ik maakte uitzonderlijk zijn en dat je ze niet aan een ander kunt opdringen.”

Vond u het moeilijk om afscheid te nemen?

„Nee, en ik mis het werk ook niet. Ik had eerder al besloten om niet tot mijn zevenenzestigste door te gaan. Mijn man heeft in 2010 de ziekte van Kahler gekregen, beenmergkanker, en dat leek niet goed te gaan. Maar hij leeft al veel langer dan toen de prognose was. En in maart 2016 bleek ik borstkanker te hebben. Ik dacht: ik kan wel doorwerken. Maar op dringend advies van de oncoloog ben ik er een tijd uit geweest. Heel veel gewandeld, heel veel gelezen. En begonnen met Portugees. Mijn dochter is met een Portugees getrouwd en wij hebben een appartement in Lissabon.”

Waarom bent u niet meteen weggebleven?

„Mijn man zei: beter om niet zo uit je werk te raken. Hij is ook weer teruggegaan. Het is een rehabilitatie van jezelf. Maar nu heb ik alles overgedragen aan de jongere generatie. Het is goed zo. Ik wil graag weten hoe het over tien jaar is, welke nieuwe geneesmiddelen er dan zijn. Maar ik doe niets meer. Ik houd mijn literatuur niet meer bij. Ik las ergens dat vrouwen dat gemakkelijker kunnen dan mannen, die houden meer vast aan eh…”

De status?

„En de structuur. Ze blijven van alles doen, commissies, weet ik wat. De eerste twee jaar worden ze nog vriendelijk behandeld en dan komen ze toch in het hokje ‘doet er niet meer toe’. Je ziet ze rondlopen en je denkt: ga weg, ga iets leuks doen.”

Heeft u wel eens botox overwogen? Of andere middelen om de huid jonger te laten lijken?

„Het helpt maar tijdelijk, hè. En om jonger te lijken, moet je alles aanpakken.” Ze wappert met haar handen langs haar lichaam. „Bovendien is het schijn. Dus nee, dat heb ik nooit gedaan. Wat ik wel een geweldige ontwikkeling vind: stamcellen. Ik ga dat niet meer meemaken, maar dat je met stamcellen je organen kunt vernieuwen, of delen van je organen, dat lijkt me fantastisch.”

Met stamcellen kun je ook de huid vernieuwen?

„Je kunt ze eruit halen en opkweken, maar dan moet je ze nog wel weer in de huid zien te krijgen. En dan de goeie cellen aansturen, zodat het bindweefsel overeind blijft. Dat is de toekomst.”

Zou u dat doen?

„Dat zou ik wel willen. Niet om jonger te lijken, om door vernieuwing van organen langer te leven en meer mee te maken.”

U bent goed hersteld van de borstkanker?

„Het was een langzaam groeiende, oestrogeengevoelige tumor en er waren geen metastasen. Ik word daar ook niet meer op gecontroleerd, in de grote getallen heeft dat geen invloed op de overleving. Rationeel goed te begrijpen, emotioneel niet. De oncoloog zei: Carla, dat is het lastige, het kan altijd terugkomen. Je moet ermee leren leven. Ik vroeg: hoe weet ik of ik metastasen in de hersenen heb? O, zei ze, dan krijg je epileptische insulten.” Ze lacht. „Nou, zei ik. Goed dat ik het weet.”