Waar ik eindelijk de ‘ware madeleine’ vond

Wat eten we?

Misschien wel het allerberoemdst eten uit de literatuur is die van zichzelf zo oninteressante madeleine uit À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Waarom eigenlijk?

Eten in een roman en hoe daarover gesproken wordt, hoe sterk beïnvloedt dat de eetlust! Of juist het gebrek daaraan: de gefrituurde jonge muizen die Jan Wolkers in Een roos van vlees ter tafel laat verschijnen maken snel een einde aan de snoeplust.

Er zijn allerlei beroemde maaltijden uit de literatuur, van het laatste avondmaal met paaslam, tot de schapenniertjes uit Joyce’ Ulysses. Maar misschien is wel het allerberoemdst die van zichzelf zo oninteressante madeleine uit À la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Want wat is er aan een madeleine?

De eerste keer dat je er een zult proeven, verwacht je er makkelijk heel wat van: dat er iets sensationeels zal gebeuren.

De eerste keer dat je er een zult proeven, verwacht je er makkelijk heel wat van: dat er iets sensationeels zal gebeuren, dat er net als bij Proust een wereld van herinneringen voor je open zal gaan. Maar om te beginnen waren het natuurlijk heel specifieke, persoonlijke associaties die de verteller uit het boekmet die madeleine had. En ten tweede schrijft Proust wel over de ‘mémoire involontaire’, de onwillekeurige herinnering, maar wat er vervolgens komt in zijn boek heeft veel meer met schrijven, vertellen en construeren te maken dan met een onwillekeurige herinnering.

En dan zou je ten derde nog kunnen aanvoeren dat het aanvankelijk niet eens om een madeleine ging maar om een beschuitje. Dus wat verwacht je nu eigenlijk van zo’n helemaal niet bijzonder cakeje?

Alles.

Het is ook zeker daarom dat menigeen madeleine-vormen in de kast heeft, niet vanwege enorme trek in een klein cakeje in de vorm van een sint-jakobsschelp, maar omdat het woord madeleine dankzij Proust met een speciaal aura omgeven is en je dus altijd blijft hopen op de ‘ware madeleine’.

Vorig jaar was ik in de keuken van restaurant De Lindehof in Nuenen, waar chef Soenil Bahadoer de smaken uit zijn Surinaamse jeugd heeft opgetild naar Frans Michelinsterrenniveau. En daar proefde ik een madeleine.

Bahadoer had zijn keuken geïnspireerd tot een verrassende variant op dat beroemde cakeje: met tandoorikruiden. Idioot lekker! Kruidig, vol, niet te zoet, maar wel besuikerd.

De herinnering daaraan liet me niet los. Er welde geen oude tantes uit mijn geheugen op, maar wel een smaaksensatie die zo ánders was geweest. Dus ze toch maar nagemaakt, door het uitstekende recept van de Amsterdamse bakker Holtkamp (uit De banketbakker) aan te vullen met een dessertlepel tandoorikruiden, gewoon gekocht in de supermarkt, en de vanillesuiker in de cakejes weg te laten. In plaats daarvan rolde ik ze na het bakken door basterdsuiker met vanille.

En al heeft het allemaal niets met het eigen verleden te maken, nu werken de madeleines ineens: elke keer als ik een hapje neem, bij de koffie, verzin ik tropische herinneringen.