Recensie

Vrolijk stemmende klompendans van Wunderbaum

Op het Spring Festival in Utrecht ging ‘De geschiedenis van mijn stijfheid’ van Wunderbaum in première, een luchtige parodie op de Nederlander die niet kan dansen.

Wunderbaum met ‘De geschiedenis van mijn stijfheid’ Foto Sofie Knijff

Een klompendans: wanneer zie je dat nog? Nou, bij De geschiedenis van mijn stijfheid van Wunderbaum. Acteurs Walter Bart en Marleen Scholten komen op in stilte en dansen op klompen met een ernstig gezicht een ritme op de vloer. Klompendansen komt bij hen in de buurt van tapdansen, maar dan logger. Het is meer stampen dan dansen. Al doen ze het keurig synchroon, met draaien en keren.

In de volgende scène bespreken ze de leegte van de Nederlandse dansvloer, want die vloer wordt pas betreden als Nederlanders bier op hebben, veel bier. En als het tot dansen komt, dan is het: pasje rechts, pasje links. Bij het gebruik van handen komt het duo tot een bescheiden categorisatie van types: zwaaiend, stompend, golvend. Koddig en herkenbaar.

Pretentieloze parodie

Langs die lijnen volgt er nog een reeks scènes, die elk de stijfheid en stugheid van de Nederlander uitbeelden en ridiculiseren. Elke vorm van duiding of cultuur-historistische context ontbreekt opzichtig. De titel van de voorstelling is dan ook opvallend pretentieus bij deze volstrekt pretentieloze parodie, die de diepgang heeft van een drijvende klomp.

Dat kun je onoverkomelijk vinden, maar kom op, ze doen wel de klompendans! En dat is geinig en vrolijk makend. In één scène voeren ze een moderne choreografie uit, met klompengebeuk waar spitzen moeten trippelen. Scholten doet dat voor een ongeschoolde danseres nog met een zekere gratie, maar hoe Bart haar lift, als een bootwerker, wekt alleen de lach op.

Domme grijns

De kwetsbaarheid en zelfspot die ze óók etaleren, geeft ze het krediet om bijvoorbeeld een sketch met karikaturale types van boerse Oost-Nederlanders grappig te laten uitpakken. Zeker als Bart met een bijl feestelijk klompen in stukken hakt.

De term valt niet, maar het is zonneklaar dat alleen de autochtone, witte Nederlander op de hak wordt genomen. In dat opzicht is dit niemendalletje complementair aan het praatstuk Daar gaan we weer (White male privilige) dat eerder deze maand in première ging, gespeeld door de andere leden van het acteurscollectief Wunderbaum. Tegenover oeverloos, indringend debat over verbaal ongemak en onkunde van de witte Nederlander staat deze versimpelde illustratie van fysiek ongemak en onkunde. En in plaats van met een kop vol ideeën wandel je nu met een domme grijns naar buiten. En met zin om te dansen.

    • Ron Rijghard