Recensie

Groentekeuken zet moedige stap naar het stadshart

Even had het er de schijn van dat het met de explosieve groei van het Rotterdamse horeca-aanbod wel zo’n beetje was gedaan. Nadat de afgelopen vijf jaar talloze hoeken en gaten van de stad met foodfestivals, lunchzaakjes, fastfoodketens, Aziatische eethuisjes, bistro’s, sapbarretjes en andere hippe tenten waren opgevuld, leek de honger van – vooral – een jong eetpubliek wel gestild.

Maar de wonderbaarlijke vermenigvuldiging zet zich ook in 2018 dus onverminderd voort, zo mag je wel vaststellen, met aantrekkelijke nieuwkomers over de hele breedte van de lokale markt. De opvallendste stap is vooralsnog die van Nelleke Elbert en Niels Koomans die een maand geleden op het Schouwburgplein een tweede vestiging van Bertmans openden. Hun kleine etablissement op de Zaagmolenkade heeft er een heel grote broer bij.

Want getuigt het op zich al van veel lef om juist op dat rare, rommelige en anderszins mislukte plein een goeddeels vega/vegan-groenterestaurant te beginnen, dat het ook nog plaats biedt aan zo’n tweehonderd gasten is al helemaal crazy. Toch: wat de aanloop betreft is er tot nu toe allesbehalve reden tot klagen, begrijpen we van de bediening.

De stoelen op het enorme terras moesten de eerste weken zelfs al in aantal worden teruggebracht, omdat het personeel de drukte niet onmiddellijk aankon. Daarvan is op de Tweede Pinksterdag dat we er neerstrijken gelukkig geen sprake. En in de avondzon zit je er heerlijk, mede ook dankzij het diverse volk dat voorbijtrekt.

Ik deel mijn plekje buiten met de Midden-Oosten-correspondent van de NOS, die voor overleg met zijn hoofdredactie even terug is in Nederland. Dat komt mooi uit nu hij zich in standplaats Beiroet tot een ware liefhebber en redelijke kenner van de Arabische keuken heeft ontpopt. We bestellen daarom vooraf de ‘Middle Eastern Platter’ (Engels is op de kaart de eerste taal) van 13,50 euro: een bordje botersla met tuinbonenfalafel, wortel/tahin, humus, komkommer, tomaat en sjalot. Maar eens kijken of de koks van Bertmans zich met deze schotel kunnen meten met de collega’s in het ‘Parijs van het Oosten’. Die vergelijking blijkt geen al te lastige opgave voor mijn gezelschap: „Om eerlijk te zijn heeft dit wel heel weinig met het Midden-Oosten te maken.” Met name de „Hollandse” hummus is „onherkenbaar”, en ook de afwezigheid van platbrood is een puntje van kritiek.

Onze hoofdgerechten zijn, zoals vrijwel alles op de kaart, ook vega, vegan en glutenvrij. De Thaise kokoscurry (16,75 euro) is met zijn forse opeenstapeling van zoete aardappel, venkel, peultjes, kousenband, paksoi en komkommer goed voor een vitaminedosis waar je dagen op vooruit kunt. Niettemin is het ontbreken van kip, rundvlees of garnalen ook voor andere fans van het oorspronkelijke gerecht wel een dingetje. Er worden te weinig specerijen aan deze veganversie toegevoegd om dat gemis te compenseren. De bijlage van stukjes komkommer in pindasaus en de krokante jasmijnrijst komen nog het dichtst bij het origineel.

Mijn gegrilde steak van bloemkool, bedekt door een machtige crème van zijn eigen pulp en gesecondeerd door een pluk spinazie, kan de vleesvariant ervan wél doen vergeten. Mijn betere ik zou hem ook thuis regelmatig met gemak voor een ossenhaas of een entrecôte kunnen inruilen. Lekker genoeg.

Maar of ik in Bertmans ook een volgende keer 16,50 euro voor een enorme stronk groente zou willen betalen? Het blijft een dure-biefstukprijs voor ingrediënten die bij elkaar opgeteld nog geen anderhalve euro kosten. Datzelfde gevoel bekroop me bij het glas ‘Bertmans leidingwater’ dat op de kaart staat. Uit de kraan dus, maar ‘in huis gefilterd’ en daarom 2,25 euro. Waar doet dat gretige, jonge uitgaanspubliek dat de stad heeft veroverd het toch allemaal van?

Wim de Jong is culinair recensent.