Voor Arjan G. is dag twee in Vestia-zaak een ‘familiedag’

Vestia-proces De vader en ex-vrouw van hoofdverdachte Arjan G. in het Vestia-proces staan ook terecht voor witwassen. „Ik heb dit niet verdiend”.

Familieleden en vrienden van Vestia-verdachte Arjan G. betreden de Rotterdamse rechtbank, waar ook zijn vader en ex-vrouw terecht staan. Foto David van Dam

„Ik houd heel veel van mijn zoon”, leest de vader van hoofdverdachte Arjan G. vrijdag op in de rechtszaal. Zijn stem stokt, zijn zoon naast hem in de verdachtenbank breekt en snikt. Vader Ad G. schaamt zich niet dat hij 3 miljoen euro voor Arjan G. veilig heeft willen stellen, verklaart hij. Hij is juist trots dat hij zijn zoon heeft geholpen.

Dag twee van de strafzaak rond woningcorporatie Vestia is een „familiedag”, grapt Arjan G. eerder die dag nog. Hijzelf, zijn 73-jarige vader en zijn ex-vrouw Pascal van W. worden verdacht van witwassen van het vermogen van Arjan G.. Het speelde in 2012, nadat Arjan G. een zelfmoordpoging deed en zichzelf wilde aangeven bij politie en justitie.

Ad G., ooit directeur van het Rai Data Centrum en nu (relatie)therapeut, oogt als een vriendelijke opa met een wit baardje. Pascal van W. is een verzorgde vrouw met blond haar. Ze is vandaag in het zwart. In de pauzes van de zitting zoekt ze met een zakdoekje een stil hoekje op.

Inktzwart

„Mijn wereld was inkzwart geworden”, vertelt Arjan G. over die tijd. Als intermediair verdiende hij door de jaren heen 20 miljoen euro aan commissie op derivatencontracten (renteverzekeringen) die Vestia afsloot. In het geheim gaf hij de helft aan Marcel de V., de kasbeheerder van de corporatie. Arjan G. bekent nu dat dat omkoping was, Marcel de V. niet.

Zoals bekend, liep de speculatie met risicovolle derivaten voor Vestia niet goed af. In december 2011 kreeg Arjan G. van Marcel de V. te horen dat de schade voor de corporatie in het slechtste scenario kon oplopen tot 7 miljard euro. Arjan G. biechtte alles op bij zijn vader, die hem adviseerde deze „demon in de ogen te kijken” en een advocaat te zoeken.

In die tijd had Arjan G. iets minder dan 4 miljoen euro op de bank. Vader en zoon vreesden dat de derivatenbanken beslag zouden leggen op het geld van Arjan G. Hij had als intermediair een geheimhoudingsovereenkomst met de banken gesloten over de derivaten. Arjan G. was labiel en slikte pillen, dus zijn vader boog zich over zijn financiën.

Een jaar nadat hij zichzelf had aangegeven, werd Arjan G. alsnog opgepakt

Er werd 2,8 miljoen euro op twee rekeningen bij de Zwitserse bank UBS gestort, één op naam van Arjan G. en één van diens vrouw. Ad G. verkocht zijn sloepje aan zijn zoon voor 48.000 euro, omdat zijn kleinkinderen er gek op waren. Hij adviseerde zijn zoon verder iets goeds te doen en een ton te schenken aan het Syrische klooster van frater Paolo Dall ’Oglio, die later door IS werd vermoord.

Vanaf maart 2012 werkte Arjan G. mee met justitie en de advocaten van Vestia. Maar een jaar later werden hij en zijn vader alsnog opgepakt door de FIOD voor witwassen. Arjan G. werd drie dagen in Wijk aan Zee verhoord en vastgehouden. Sindsdien wantrouwt hij het OM, zegt hij in de rechtbank: „Ze hadden ook gewoon kunnen vragen naar mijn geld.”

Ten eerste is zijn vermogen geen crimineel geld, dus witwassen is niet aan de orde, stelt Arjan G. Het was de commissie die hij als tussenpersoon op derivatencontracten verdiende. „Ik kreeg het van de banken, dus het is legaal, wit.” Hij betaalde er ook inkomstenbelasting over.

De helft van die commissie – 10 miljoen euro – die hij heimelijk aan Marcel de V. gaf, dat zijn wél steekpenningen en wél crimineel geld, bekent hij. Omdat hij die betalingen aan Marcel de V. heeft afgetrokken van de belasting, wordt Arjan G. nu ook vervolgd voor belastingfraude.

De chaos en de pijn

Vestia wíst dat zijn geld in Zwitserland zat, want daar had hij een „convenant” mee. Als Arjan G. zou meewerken met Vestia’s advocaten, zou Vestia er geen beslag erop leggen. Hij heeft nu geschikt en zal al zijn geld aan de corporatie geven.

Maar ook het OM kon weten dat zijn geld in Zwitserland zat, zegt Arjan G. Bij een huiszoeking zou een FIOD-rechercheur UBS-enveloppen in zijn handen hebben gehad. Zijn advocaat Willem Koops heeft justitie in mei 2012 nog gemeld dat de 2,8 miljoen euro van UBS naar de Luzerner Kantonalbank werd overgeheveld. Het Vestia-schandaal was in de media; UBS wilde Arjan G. niet meer als klant en bood hem een cheque aan.

Vader Ad G. kan de rechter ook verklaren waarom Arjans ‘gift’ voor Syrië uiteindelijk is omgezet in een lening van een ton aan hemzelf. Het was oorlog in Syrië en zijn bank ING wilde niet erg meewerken, zegt hij.

„Ik heb dit niet verdiend om hier te zitten”, zegt Ad G. Zijn ex-schoondochter Pascal W. herinnert zich alleen de chaos en de pijn van de echtscheiding die volgde. „Arjan deed bij ons thuis alle bankzaken”, zegt ze. „Ik heb zo’n vertrouwen in Arjan.”

Lees ook de reconstructie over wat er misging bij Vestia: hoe smeergeld leidde tot systeemfalen
    • Eppo König