Terug bij af dankzij de koopzondag

Collegevorming

Met bijna 70 gemeenten zonder akkoord loopt de collegevorming nog altijd achter bij die van vier jaar geleden. In Krimpen aan den IJssel en Deventer beginnen de gesprekken weer opnieuw.

Al meer dan een maand waren ze aan het onderhandelen. Op 10 april startten Stem van Krimpen, Leefbaar Krimpen, SGP en CDA hun besprekingen voor een nieuw college in Krimpen aan den IJssel. De sfeer was goed, vertelde Stem-lijsttrekker Kirsten Jaarsma eind april aan het Rotterdams Dagblad, de gesprekken verliepen „prettig”. Toch is Krimpen aan den IJssel sinds vorige week weer terug bij af. 18 mei klapten de onderhandelingen met als belangrijkste breekpunt: de koopzondag. Deze week is een nieuwe informateur aangesteld en kan de gemeente opnieuw beginnen met oriënteren.

Krimpen aan den IJssel behoort tot het handjevol gemeenten dat nog niet of nauwelijks verder is gekomen in de collegeonderhandelingen. In Deventer startte vorige week een nieuwe informatieronde nadat de onderhandelende partijen het niet eens konden worden over de verdeling van wethoudersposten. In Staphorst kwam de informateur pas afgelopen week met een eindverslag. Zijn advies, precies twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen: een college van SGP, ChristenUnie en CDA. Precies dezelfde samenwerking als de vorige vier jaar.

Twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen zit er bij de meeste gemeenten wel schot in de zaak, zo blijkt uit de wekelijkse inventarisatie van NRC. In 267 van de 335 gemeenten waar op 21 maart verkiezingen plaatsvonden, zijn de onderhandelingen inmiddels succesvol afgerond. Daaronder ook Amsterdam, waar het nieuwe college van GroenLinks, D66, SP en PvdA zich donderdag presenteerde. GroenLinks werd in de hoofdstad de grootste partij en drukte een duidelijk stempel op het akkoord, dat uitgesproken links en groen is.

GroenLinks in de grote steden

GroenLinks won bij de verkiezingen fors en groeide van 5,2 procent van de stemmen in 2014 naar 8,7 procent dit jaar. Negen weken na de verkiezingen wordt langzaam duidelijk dat die partij er ook in slaagt de overwinning te verzilveren. Dat lukt in de grote steden, waar GroenLinks zeer waarschijnlijk in drie van de vier grote steden (Amsterdam, Utrecht en Den Haag) zal meebesturen. Als alle onderhandelingen waaraan GroenLinks deelneemt tot een goed einde worden gebracht, zal de partij straks in iets meer dan negentig gemeenten meebesturen. Niet de honderd waar partijleider Jesse Klaver in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op hoopte, maar wel meer dan een verdubbeling van de 41 gemeenten waar ze de afgelopen periode in het college zaten.

Staat het duidelijk groene en linkse akkoord dat deze week in Amsterdam werd gepresenteerd symbool voor het stempel dat de partij op lokaal niveau weet te drukken? Niet per se. Andere grote steden, in elk geval Den Haag en Utrecht, neigen mede onder invloed van GroenLinks inderdaad naar een links akkoord. In die laatste gemeente ruilde GroenLinks de VVD, waarmee het afgelopen vier jaar bestuurde, in voor de ChristenUnie. Maar in de andere tientallen gemeenten waar GroenLinks gaat besturen, voert de partij een pragmatische lijn. Een woordvoerder van het landelijk partijbureau benadrukt dat lokale afdelingen alle vrijheid krijgen te bepalen hoe en met wie onderhandelingen worden gevoerd.

Dat dat niet altijd een uitgesproken linkse coalitie is, blijkt wel uit het feit dat GroenLinks – zoals het er nu naar uitziet – het vaakst met de VVD gaat samenwerken, vaker nog dan met D66 of lokale partijen. Bijvoorbeeld in Arnhem, waar donderdag een akkoord werd gepresenteerd en waar de twee partijen met D66 en PvdA gaan besturen. Of in Zwolle, waar ook een akkoord is gesloten en de partij met de ChristenUnie en de lokale partij Swollwacht samenwerkt.

VVD in 200 gemeenten, SP in 20

Ook de VVD gaat in veel meer gemeenten besturen dan in de vorige periode. De partij boekte bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen een kleine, maar opvallende zege. Die lijkt te worden verzilverd: waar de afgelopen periode in 157 gemeenten werd bestuurd, groeit dat aantal nu waarschijnlijk tot boven de 200, een toename van 29 procent.

De SP bestuurt de komende jaren daarentegen in een stuk minder gemeenten mee. In 2014 kwam die partij in 42 gemeenten in het college, nu lijkt dat nog maar in iets meer dan 20 gemeenten te gaan gebeuren. De SP boekte een teleurstellende verkiezingsuitslag: ze daalde van 6,1 naar 4,4 procent en verloor iets meer dan 80 zetels. Maar dat de partij veel minder gaat meebesturen, is ook een bewuste keuze. Al voor de verkiezingen benadrukte partijleider Lilian Marijnissen dat de partij kritischer moet bekijken of men in het college „een verschil kan maken” en men er anders voor moet kiezen buiten de coalitie te blijven.

Met bijna 70 gemeenten waar nog geen akkoord is bereikt, loopt de collegevorming dit jaar nog altijd achter bij die van vier jaar geleden. 80 procent van de gemeenten waar in maart verkiezingen waren is na negen weken klaar, tegenover 90 procent in 2014.

Waarschijnlijk speelt de versplintering van de gemeenteraden daarin een rol. Er zitten sinds de verkiezingen meer kleine partijen in de raden en ook is het aantal partijen per raad toegenomen. Het aantal partijen dat nodig is om een meerderheid te vormen is weliswaar nauwelijks veranderd, maar in veel gemeenten is toch langer de tijd genomen om te inventariseren welke combinatie het meest werkbaar zou zijn.

Vier jaar geleden was Zutphen de allerlaatste gemeente: pas eind juni kon daar een akkoord worden bereikt. Met nog tientallen gemeenten in onderhandeling lijkt de kans groot dat het dat record dit jaar zal sneuvelen en er ook in de zomer nog druk onderhandeld zal worden. Zutphen presenteerde deze week al wel een akkoord en een nieuw college. In de coalitie: VVD én GroenLinks.

    • Clara van de Wiel