Succes, magie en tragiek in Liverpool

Finale Champions League Liverpool treft zaterdag in de Champions League-finale Real Madrid. Opnieuw gloort Europees succes voor de club die voor eeuwig is getekend door het verdriet van Heizel en Hillsborough.

1981De rijtoer van Liverpool na de 1-0 zege op Real Madrid in de finale van de Europa Cup 1. Foto Bob Thomas/Popperfoto

Nog altijd gaat er geen dag voorbij of iemand begint over zijn doelpunt. Laatst nog een man die toen, ruim 41 jaar geleden, zijn hond uitliet aan de overkant van de kilometerbrede Mersey op het moment dat ‘Supersub’ David Fairclough de bal bekeken langs doelman Ivan Curkovic van Saint-Etienne schoof. „Dat moet zo’n vijf kilometer van het stadion af zijn geweest”, zegt Fairclough. „Het was doodstil, hij zag zijn hond de oren spitsen. Net toen ie zich afvroeg waarom dat was, kwam uit het niets die roar van Anfield het water over.”

De rossige oud-aanvaller had wel op twee plekken tegelijk willen zijn, die avond. Scoren voor The Kop, tegelijkertijd het geluid in en rond de stad absorberen. Luider dan die avond in maart 1977 heeft ‘We shall not be moved’ niet meer geklonken, zegt de parkeerwachter bij het stadion die er als twaalfjarig jongetje bij was. De staantribune op de korte zijde stond ramvol met ruim 30.000 Kopites. Anfield schudde. Je waande je, na die 3-1 van Fairclough, in een „tot leven gekomen schilderij van Jheronimus Bosch”, sprak supportersvoorman Rogan Taylor in de docu ‘The Story of The Kop’. „Schreeuwende, verdraaide, verwrongen gezichten. Je kon niet zeggen of het pijn of extase was - behalve dan dat je wist dat het extase was.”

Fairclough bracht Liverpool die avond op weg naar de eerste Europa Cup 1-zege. Vier keer in acht jaar ging daarna de belangrijkste beker in het clubvoetbal naar de Merseyside. Gestuwd door het publiek en visionaire coaches – vooral de man bij wie het succes in de jaren zestig begon: Bill Shankly. Man van het volk met magnetisch charisma. Bob Paisley (1977, 1978 en 1981) en daarna Joe Fagan (1984) oogstten nadat Shankly de cultuur had geschapen en Liverpool met ‘pass and move’ speelstijl van het tweede niveau naar meerdere Engelse titels had geleid. Trots laat Fairclough een foto zien van Shankly en hemzelf, een pezige, roodharige tiener, bij de ondertekening van zijn contract. „Wat een man.”

De beslissende goal van David Fairclough in 1977 tegen Saint-Etienne.

Foto Staff/Mirrorpix/Getty

We spreken af in The Boot Room, het restaurant onder de fameuze kortezijdetribune The Kop. Na drie kwartier zegt Fairclough ineens dat er „sinds Shankly is er geen coach is geweest die zo verbonden was met het publiek als Jürgen Klopp”, de Duitser die Liverpool naar de Champions League-finale van zaterdag in Kiev loodste. „De fans geloven echt in hem. Hij is menselijk, naturel. Het is geen act, want mensen hier prikken daar zo doorheen. Hij kent onze principes. Niet om iemand af te vallen, maar Roy Hodgson, prima kerel, zei eens dat je ‘respect moet hebben’ voor Manchester United. Dat willen de mensen hier niet horen.”

Real Madrid op de knieën

Alan Kennedy schuift aan, de laatste mens die Real Madrid in een Europa Cup 1- of Champions League-finale op de knieën kreeg. Hij besliste de finale in 1981, tien minuten voor tijd. Ook zijn carrière wordt nogal eens samengebald tot één goal, zeker aan de vooravond van de eerste finale tegen Real Madrid sindsdien. Druistige back als hij was, kwam hij bij een ingooi mee naar voren, controleerde de bal met de borst en schoot uit een lastige hoek binnen. „Ik kan me zo indenken hoe [coaches] Joe Fagan en Ronnie Moran daar op de bank zaten. ‘Wat doet ie daar nu weer, die mafketel. Oh wacht, hè? Goal! ’Ah well done lad, well done.’”

Titels werden aaneengeregen, eens in de twee jaar was Liverpool de beste in Engeland. „Als zeven of acht van ons een goed niveau haalden, wisten we dat het geen probleem ging worden.” Tuurlijk, het was een knap spelletje. „Ik kwam van Newcastle voor het astronomische bedrag van 300.000 pond”, zegt Kennedy. „Ik had in het begin echt moeite met die korte passing hier. Ik hoor Paisley nog zeggen na mijn debuut: ‘Ze hebben de verkeerde Kennedy neergeschoten.’”

Studio NRC

Continentale coaches kwamen „op zoek naar de magie”, zegt Fairclough. Arrigo Sacchi, Sven Goran Eriksen, Gerard Houllier die later zelf Liverpool-trainer werd. „Maar er was geen magie”, zegt Kennedy: „Zelfs niet echt tactiek zoals nu.” Fairclough: „Drie dingen: goeie mentaliteit, sterke leiders, goeie spelers. We waren een machine eigenlijk, zo voelde het. En de club was goed in het samenvoegen van de juiste onderdelen. Extreem goed.” Kennedy: „Ik werd vaak wakker na een wedstrijd, met hoofdpijn zoals dat toen nog ging, en dacht: welke tegenstander nu? Maakte niet uit, je benaderde elk duel met dezelfde intensiteit. Nooit kwam je het veld op van: we zouden wel eens kunnen verliezen.”

Tijdens de stadiontour op Anfield laat gids Terry zich voorstaan op de vele Europese titels. De finale van 2005, het Liverpool van coach Rafael Benitez dat met rust 3-0 achterstond tegen AC Milan en miraculeus won na strafschoppen, is de mooiste avond uit zijn leven. „Mijn vrouw is het er niet mee eens maar, sorry schat.”

Achter ons tafeltje in The Boot Room blinken de individuele prijzen van clubicoon Steven Gerrard in een vitrine. Het gesprek komt op het grootste raadsel van de Premier League: hoe Liverpool er al 28 jaar niet in slaagt kampioen te worden. Kennedy en Fairclough spreken over trainers die te snel wilden moderniseren, over matige aankopen, over Manchester United en Arsenal die in Alex Ferguson en Arsène Wenger hun sterke mannen vonden en over Chelsea en later Manchester City die zich met nieuw geld begonnen te manifesteren. Liverpool, tegenwoordig in Amerikaanse handen, hobbelde er achteraan.

Hillsborough

Maar als je het aan Tony Barrett vraagt, moet het antwoord ook zijn: Hillsborough, de stadionramp in Sheffield tijdens een halvefinaleduel in de FA Cup tegen Nottingham Forest op 15 april 1989. „Mijn simpele antwoord is: 96 mensen stierven bij een wedstrijd.” Barrett was jarenlang Kopite, maar ook sportverslaggever en thans hoofd supportersrelaties in dienst van de club. „ Ineens ging het om het leed, de troostende werking van het samenkomen, supporters die gerechtigheid zochten. Dat moest, volledig terecht. Kon niet anders. Het is ook geen excuus voor het falen, maar het is wel de erkenning dat er grotere zaken speelden hier.”

Hillsborough doordrenkt de club. Liverpool-icoon Kenny Dalglish, die nog één titel als coach won een jaar na de ramp, was emotioneel uitgeput en stopte. En de valse omgang, toen, met de waarheid blijft een open zenuw. ‘Total eclipse of The Sun’, staat op een pub bij Anfield. Nog altijd krijgt The Sun geen voet aan de grond in de stad, nadat de tabloid daags na de ramp een weerzinwekkende publicatie afdrukte over lijkenpikkende supporters onder de infame voorpaginakop ‘The Truth’.

De nabestaanden kregen pas in 2016 de officiële erkenning dat hun dierbaren door grove nalatigheid van de autoriteiten „onwettig om het leven zijn gekomen”, zo oordeelde een onderzoeksjury.

Maar wie Hillsborough zegt, moet ook Heizel zeggen. In een vervallen stadion in Brussel culmineerde Engelse supportersgeweld in een ramp waarbij 39 fans – voornamelijk van Juventus – in de verdrukking de dood vonden, voorafgaand aan de Europa Cup I-finale van 1985. Een noodlottige samenloop van zwak politieoptreden, organisatorische geblunder en hersenloze agressie van Liverpool-hooligans. De UEFA schorste alle Engelse clubs vijf jaar, Liverpool zes, op instigatie van de regering-Thatcher die de hooligan-schande zat was.

Alan Kennedy (links) en Phil Neal met de Europa Cup 1, in 1981.

Foto Bob Thomas/Getty Images

Alan Kennedy was erbij in Brussel, zij het als geblesseerde speler. Terwijl de levenloze lichamen langs het stadion werden gelegd, trapte de finale gewoon af. Om erger tumult te voorkomen, werd gezegd. Juventus won, 1-0. „We hadden er geen controle over”, zegt Kennedy. „A shame. Maar Liverpool droeg niet de verantwoordelijk voor de veiligheid in het stadion.”

De omgang met Heizel was in Liverpool lang ongemakkelijk. „Dat zou niet zo moeten zijn”, zegt Barrett. „Maar het is begrijpelijk dat het gevoel anders is. Na Hillsborough was het leed en verdriet tastbaar op het moment dat je de straat op ging. Maar wie zich Liverpool-supporter voelt, kan die twee rampen niet los van elkaar zien. Dus moet je het leed in Turijn met hetzelfde respect behandelen.”

De rampen zijn ook verbonden, volgens Barrett. De rampzalige crowd control door de politie in Sheffield kwam door „de ontmenselijking van supporters, de minderwaardige behandeling. Opnieuw. De regering-Thatcher zag supporters als ‘the enemy within’. Hillsborough kon gebeuren omdat de lessen van Heizel niet waren geleerd.”

Levensader

De dagen dat supporters als beesten behandeld worden, zijn lang vervlogen. Toch is Barrett furieus over UEFA’s beslissing om de finale aan Oekraïne te gunnen. „Er is iets kapot in het voetbal als er zo omgesprongen wordt met de levensader van de sport”, twitterde hij naar zijn ruim vierhonderdduizend volgers. De logistieke nachtmerrie van een finale in Kiev – geen uitwijkmogelijkheden voor chartervluchten, hotels met woekerprijzen – houdt hem al weken bezig. Supporters reizen stukken met de bus, per trein, zijn dagen onderweg, vanuit Warschau, Lviv.

„Liverpool-supporters vinden altijd een weg. Het overwinnen van obstakels, het avontuur, dat zit er in bij ons. Bovendien heeft de ploeg alle hulp nodig. We hebben niet het meeste geld, niet het meeste succes. Supporters moeten het verschil maken en die verantwoordelijkheid voelen we. Altijd.”

Correctie (26 mei 2018): In een eerdere versie waren de namen Ronnie Moran en Nottingham Forest verkeerd gespeld.

    • Bart Hinke