Oma’s regels gelden niet meer

Lezers over 1968 Misschien was de geest van 1968 wel het best zichtbaar in de opvoeding. Enkele honderden lezers deelden op verzoek hun ervaringen. ‘Mijn generatie was allergisch voor regeltjes.’

De revolutie spaarde ook de zoutjes niet. Dat merkte Quirine Lensvelt-Ruys (72), als ze met haar jonge kinderen op feestjes kwam. De Apeldoornse voedde hen liberaal op, tot vrije mensen, „veel vrijer in hun gedrag dan ik zelf ooit ben geweest”.

Maar het kon doorslaan. Lensvelt herinnert zich dat op sommige verjaardagen alle bakjes met zoutjes „voor je er erg in had” leeg waren. „Ik deelde voor mijn kinderen eigen bakjes zoutjes uit. Waren die op, dan was het dat. Maar niet alle kinderen trokken zich daar iets van aan!”

Collin Onderwater (63) weet nog dat zijn schoonmoeder op visite kwam. Er stond een tafel vol lekkere dingen klaar. Zijn dochter van vijf keek hem aan. „Na een glimlach van mij pakte ze iets.” De reactie van zijn schoonmoeder kwam direct, fel: „De ouderen eerst!” Onderwater: „Toen keek mijn dochter naar mij en zei ik: oma’s regels gelden hier niet, dus eet maar lekker op!”

In meer gezinnen golden na 1968 de regels van oma niet meer. Nieuwe idealen drongen de opvoeding binnen. Misschien was de geest van 1968 wel het snelst en best zichtbaar in de nieuwe, jonge gezinnen. Daar ging de traditionele manier van opvoeden op de schop en moesten kinderen opeens meepraten. Niet alleen omdat dat beter was voor het kind, ook omdat een nieuwe generatie ouders zich niet langer als autoriteit wilde presenteren. Want als alle autoriteit ter discussie moest worden gesteld, dan juist ook het ouderschap. Niet langer hoefden kinderen zich automatisch te schikken naar de wil van vader en moeder.

Een nieuwe generatie kreeg de idealen van 1968 zo al van jongs af aan mee. Welke invloed had dat op hen? En hoe was het om in die tijd kinderen op te voeden? Enkele honderden lezers deelden hun ervaringen.

Vijftig jaar geleden trokken jeugdige babyboomers vol idealen ten strijde tegen het oude establishment. Wat is er over van hun idealen? Hoe vormden zij de kunst en cultuur? En waarom zit het revolutionair elan anno 2018 vooral op rechts? Deze maand besteedt NRC aandacht aan revolutiejaar 1968.

Lees de verhalen via nrc.nl/1968.

Vallen en opstaan

Het ging met vallen en opstaan, zo blijkt uit de reacties. Soms radicaal, soms subtiel. En niet altijd tot genoegen van de kinderen, merkte bijvoorbeeld Jan-Willem Springeling (67). Zijn kinderen brachten „tot hun afgrijzen” vakanties op naturistencampings door.

Zelfs lezers die in 1968 niet op de barricaden stonden, of de revolutie soms te ver vonden doorgeschoten, moeten erkennen dat de idealen van vrijheid, gelijkheid en eigen verantwoordelijkheid in de decennia na 1968 een belangrijke rol hebben gespeeld in de opvoeding.

Er waren radicale experimenten, zoals de anti-autoritaire ‘kresj’, waar peuters volledig vrij werden gelaten om zich te kunnen ontplooien. Niet zelden leidde dat tot vechtende en krijsende kinderen, die elkaar met hamers te lijf gingen.

Andere ouders sloten zich aan bij communes, experimenteerden met drugs of bespraken buitenechtelijke affaires met hun kinderen. De dochters van Inger Le Gué (69) groeiden op in een huis met zo’n twintig personen, zonder biologische vader. Le Gué had een open relatie en nam haar dochters regelmatig mee naar demonstraties en actiebijeenkomsten. „Beiden is iets anders voorgeleefd dan een traditioneel gezinsleven”, schrijft de Leidse. Het leverde „sterke vrouwen” op „met het hart op de goede plaats”.

Als ouder zijn wij misschien te ver gegaan.

Collin Onderwater

Optimale vrijheid

Vaker was de invloed van ’68 subtieler. „Met vier kinderen kun je weinig anders dan autoritair opvoeden”, denkt Kees Huysman. Maar, schrijft hij, „dat deed ik heel bewust”. Huysman stelde grenzen, om zijn kinderen daarbinnen „optimale vrijheid te bieden” en ze „te stimuleren hun eigen gang te gaan en hun eigen bewustzijn te ontwikkelen”.

Alys Boddé (65) hield „rust, regelmaat en reinheid” in ere. Maar Boddé heeft veel aandacht gegeven aan „de sterktes, zwaktes, karaktereigenschappen en aan de wensen van mijn zoon”. Die besloot op zijn vijftiende in de Verenigde Staten te gaan studeren, met steun van zijn ouders. Boddé: „Ik mocht destijds zelfs niet in een andere stad gaan studeren toen ik de hbs had afgerond!”

Idealen doorgeven kon ook op andere manieren. Mia Reuverman (67) was destijds verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Zij wilde geen kinderen „want dat zou ten koste van mijn vrijheid en mijn werk gaan”. Ze knokte ervoor om vrouwenstudies een plek te geven in het curriculum, was actief in actiegroepen en stimuleerde studenten zelf na te denken. Reuverman: „Ik denk dat ik voor veel meiden een rolmodel ben geweest. In de geest van ‘Hé, je kunt als meisje/vrouw ook je eigen keuzes maken!’”

De zoon van Maarten Mulder (70) had in zijn jeugd veel speelgoed, net als zijn leeftijdgenootjes. Maar ze kwamen elkaar op de drukke autostraat voor de deur zelden tegen. „De economische omstandigheden dwongen niet meer tot ‘samen doen’”, vindt Mulder nu. En hoewel hij zijn zoon probeerde de waarde van „het anderszijn van de ander, niet alleen in economisch, maar ook in sociaalpsychologisch opzicht” bij te brengen, werkte „de tijdsgeest de andere kant op”. Zijn kinderen vindt hij „zeer individualistisch en materialistisch”. Ze hebben volgens hem „geen uitgesproken maatschappelijke idealen”

Ook andere 68’ers constateren dat hun kinderen individualisten zijn, gericht op eigen geluk en ontplooiing. De zoon van Paul Feldbrugge heeft zich „meer ‘ik-gericht’ ontwikkeld, vooral gericht op eigen carrière, huis en gezin”. Paul Hoff herkent in zijn kind „een mens zoals er meer zijn onder de dertigers: niet het geld maar een fijn leven is belangrijk, met het nodige aan comfort”.

Het iconische cijfer 68 werd gevolgd door letter-generaties: X, Y en Z. Maar terwijl de revolutie aan de eettafel werd voortgezet, ontwikkelde de wereld daarbuiten zich in een andere richting. „Toen ik voorzichtig politiek bewust begon te worden was net de recessie van de jaren 80 begonnen”, schrijft Robert Akkerman (47). „Het enige wat ik heb meegekregen, was bezuinigen, bezuinigen, bezuinigen. De bomen groeiden niet meer tot in de hemel en het zou alleen maar slechter worden.” Hij heeft er een zekere rancune ten aanzien van babyboomers aan overgehouden.

Lees ook: De hemelbestormers van ’68 zijn nu het establishment

Keuzestress en burnout

De erfenis van de 68’ers is niet zo eenduidig. Grotere vrijheid betekende onbeperkt zoutjes eten. Meisjes kregen dezelfde kansen als hun broers; homo’s en lesbo’s konden makkelijker uit de kast komen. Maar de kinderen die zich vooral zelf moesten ontplooien, die alles konden worden wat ze wilden, werden ook volwassen in een wereld waarin zekerheden verdwenen. Alles was mogelijk, maar de mogelijkheid te falen zorgde voor keuzestress en burn-out. Succes was een eigen verantwoordelijkheid geworden.

Vrijheid betekende in de praktijk ook flexcontracten, onbetaalde stages en geen zicht op een hypotheek. De dertigjarige Sjors de Heuvel noemt het paradoxaal „dat juist de generatie ’68 het neoliberalisme heeft voorgebracht”.

Toch zien de meeste 68’ers wel degelijk idealisme bij hun kinderen, zij het in een moderne vorm. Kees Huysman, vader van vier: „Ze zijn zichzelf geworden en gebleven. Het zijn mooie, verantwoordelijke mensen die proberen goed te zijn en goed te doen. Dat ontroert me heftig.” Annelies Heijnen (65) ziet „verbondenheid, respect en inzet voor een duurzame samenleving” ook bij haar kinderen terug. Pim Zwaard ziet zijn idealen terug bij zijn zoon. Die vertelde hem dat hij vader werd en dat hij „direct bij zijn baas had aangekaart dat hij een dag minder ging werken om voor zijn kind te zorgen”.

Een kind zou ten koste van mijn vrijheid en werk gaan.

Mia Reuverman

Maartje Godfroy is kind van twee 68’ers die in een woongroep woonden. Ze noemt zichzelf idealistisch, maar ook realistisch. Demonstreren voor duurzaamheid heeft volgens haar weinig effect. „Ik zie veel meer heil in het oprichten van duurzaam-innovatieve startups of technologisch onderzoek.”

Lezers vinden dat nieuwe generaties een stuk braver zijn geworden. Het uitdagen van de kleinburgerlijke norm heeft iets instrumenteels gekregen. Tinderen, backpacken in Zuidoost-Azië of pillen slikken op festivals zijn haast onderdeel van het geijkte levenspad. Een periode van vrije seks en recreatief drugsgebruik, zolang het maar tijdelijk is en netjes binnen de lijntjes blijft. En: uiteindelijk toch leidt tot een goede baan en gezin.

Albert Koeman denkt dat zijn kinderen zijn levenshouding hebben overgenomen, „maar ook de daarmee gepaard gaande twijfels en onzekerheden”. Dat uit zich in ambitie, partnerkeuze en „de neiging onafhankelijk, ongebonden te blijven maar ook in het gevoel nergens bij te horen”.

„Mijn generatie was allergisch voor regeltjes terwijl de nieuwe generatie juist alles in regeltjes wil verpakken, tot persoonlijke relaties aan toe”, schrijft Collin Onderwater, die zijn dochter ooit liet breken met ‘oma’s regels’. Nu merkt hij dat zij en haar vriend „elkaar claimen en in vrijheid beperken”.

Hij ervaart dat als „benauwend”, maar het is geen verwijt. Onderwater ziet het bij meer jongeren, en denkt dat het voortkomt uit de vele onzekerheden. „Dat betekent dat wij als ouder misschien te ver zijn gegaan in het meegeven van vrijheid aan de kinderen. Daardoor missen ze een stukje vastigheid en zekerheid.”

Correctie 06-06-2018: In een eerdere versie van dit artikel werd Quirine Lensvelt-Ruys Amersfoorste genoemd. Zij woont in Apeldoorn.

    • Clara van de Wiel