Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Non-nieuws

De krant van woensdag lag tussen de botervloot en de hagelslag op de keukentafel bij mijn moeder (86). „Heb je dat gelezen?”, vroeg ik, wijzend naar de voorpagina. Nrc.next opende met een artikel van Joep Dohmen over 15 duizend meisjes en vrouwen die tussen 1860 en 1973 dwangarbeid moesten verrichten in katholieke gestichten. Een van die ‘liefdesgestichten’ van de Zusters van de Goede Herder stond in Velp, op de plaats waar nu de agrarische hogeschool en een asiel staan. Ik had er tot dan nog nooit van gehoord.

Mijn moeder ook niet.

Ze had geen behoefte aan meer informatie.

„Omdat ik niet al dat gekwezel hoef te weten. Nou hebben de nonnen het weer gedaan. Toen ik de foto zag had ik al gegeten en gedronken.”

Ze zette de theepot op de krant.

„Dwangarbeid in Velp…”, zei ik.

„Ja, dat zal dan wel”, zei ze.

Zelf zat ze als meisje opgesloten bij de nonnen van klooster Nazareth in de Koestraat in Oirschot, schuin tegenover het ouderlijk huis. Ze kon de dieren horen, soms zag ze vanuit het raam haar vader of een van de oudere broers of zussen. Er werd nooit teruggezwaaid. De poort naar de buitenwereld zat op slot, er werd gecommuniceerd met brieven. Eens per jaar mocht ze een week naar huis.

Ik had haar nog nooit iets positiefs over de nonnen daar horen zeggen, behalve dan over zuster Theonilla en zuster Clementia, maar dat waren behalve kloosterzusters ook zussen van haar vader.

„Maar ze trokken me niet voor.”

Daarna: „Achteraf is het makkelijk praten, maar van deze ellende hoef ik verder niets te weten. Allemaal verhalen van mensen die de klok hebben horen luiden en niet weten waar de klepel hangt. Ik vond de handwerkles in het klooster verschrikkelijk, de non die dat gaf was echt een kreng, maar wij waren geen slaven. Kom nou toch.”

Ik: „Maar je hebt het stuk niet gelezen?”

Zij: „Doe ik ook niet.”

Daarna zei ze dat ze nieuws waar ze het niet mee eens is tegenwoordig overslaat, dat haar generatiegenoten bij de handwerkclub dat ook allemaal doen en dat dat prima bevalt.

„Als het ergens over gaat wat je niet bevalt zeg je gewoon ‘o, dat nieuws, dat volg ik niet’ en dan laat je het heerlijk passeren. Had ik jaren eerder moeten doen.”

Ze schonk zichzelf nog een kop thee in en zei dat ze een vest aan ging trekken. „Ik heb het steeds zo koud. En dat heeft niets met mijn bloedsomloop te maken!”

Daarna: „Je weet toch dat de zon minder fel schijnt dan vroeger?”

Dat nieuws had ik dan overgeslagen.

Zij: „Fijn, dan hoeven we het er niet over te hebben.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen