Geen coureur is veilig in de straten van Monaco

Formule 1 De Grand Prix van Monaco eist van coureurs dat ze op hun scherpst zijn. Enkele beroemde plekken maken de race bijzonder.

Max Verstappen, hier in de Nouvelle Chicane, eindigde in de eerste twee trainingen in Monaco als tweede. Ploeggenoot Daniel Ricciardo was tweemaal de snelste.Foto Valdrin Xhemaj/EPA

Eén keer per jaar komen verblindende weelde en racehistorie samen in de straten van Monaco. Daar waar coureurs zich een weg banen door nauwe bochten met zangerige namen en waar de vangrail altijd dichtbij is. De spannendste grand prix is het niet, want inhalen is amper mogelijk. Maar van coureurs vergt Monaco vakmanschap – zo’n vijftig keer per ronde moeten ze schakelen. Een tour langs de vijf grootste uitdagingen.

Sainte-Dévote

Slechts 140 meter is het vanaf poleposition naar de eerste bocht, vernoemd naar de kleine kapel die er ligt verscholen tussen de rotswanden. Nergens is de aanloop korter in de Formule 1.

Ferrari-coureur Kimi Räikkönen, vorig jaar de snelste in de kwalificatie, noemde het deze week één van de moeilijkste bochten. „Dankzij de lage grip als je remt. Het is gemakkelijk om de voorwielen te blokkeren.”

Hier kunnen de coureurs met de meeste zelfverzekerdheid zich al onderscheiden. Hoe dichter bij de vangrail bij het uitkomen van de bocht, hoe meer tijd je wint. Maar dat brengt, zoals op meer plekken in Monaco, risico met zich mee.

Max Verstappen weet daar alles van. Inhalen kan, dat bewees hij in 2015. Hij stak in Sainte-Dévote Pastor Maldonado voorbij na een wedstrijdje blufremmen. Even later ging het in die race ook memorabel mis: in gevecht met Romain Grosjean om een plek in de punten raakte Verstappen de auto van Grosjean en vloog hij hard rechtdoor de banden in.

De crash van Verstappen in 2015:

Fairmont

De beroemdste haarspeldbocht van de Formule 1 is ook de scherpste (bijna 180 graden) en langzaamste die de coureurs in het seizoen tegenkomen. In ‘Hotel Hairpin’ – het hotel dat er nu huist, is het Fairmont – glijdt een kostbare slang van auto’s met slechts 40 kilometer per uur naar beneden.

Het is een snelheid waar een F1-auto moeite mee heeft. De coureurs moeten hun stuur in ‘full-lock’ doen, dus zo ver ze het kunnen draaien. „Een uniek gevoel”, zei Räikkönen. Als er veel andere auto’s in de bocht rijden, zijn de coureurs genoodzaakt aan de koppeling te trekken vanwege de (te) lage snelheid. Teams moeten soms speciaal hun auto aanpassen alleen voor deze bocht.

Fairmont is geen beroemd inhaalpunt, maar het is in het verleden wel gebeurd. Vooral in de eerste rondes, als de auto’s nog dicht op elkaar zitten. Dan moet je als coureur hopen op een onoplettend moment van de ander. Daarvan profiteerde Adrian Sutil in 2013, toen hij in de bocht tweevoudig wereldkampioen Fernando Alonso voorbij kon. Met de brede auto’s van nu is het vrijwel onmogelijk om naast elkaar de bocht door te komen.

Adrian Sutil haalt in 2013 Fernando Alonso in:

Tunnel

Nog een unicum in de huidige Formule 1: in Monaco rijden de coureurs door de enige tunnel, gebouwd aan zee, onder een congrescentrum. Bij het uitkomen van de tunnel bereiken de coureurs hun topsnelheid op het circuit, zo’n 290 kilometer per uur.

De tunnel heeft zijn eigenaardigheden voor coureurs. De aerodynamica zijn er anders, waardoor een auto neerwaartse druk verliest. En als het regent, is het wegdek overal nat, behalve in de tunnel. In 1984 werd een verzoek van Niki Lauda ingewilligd om het asfalt in de tunnel nat te maken, zodat de auto overal dezelfde grip had.

Daarnaast gaan de coureurs ook vanuit het donker naar het licht. Daar moeten ze aan wennen, en snel ook.

Nouvelle Chicane

De langzame kunstmatige bocht (chicane) met kerbstones vlak na de tunnel wordt over het algemeen beschouwd als de enige échte inhaalplek. Scherp naar links, dan scherp naar rechts – ook hier een kwestie van slimmer en gedurfder remmen.

Het is ook een plek waar veel ongelukken plaatsvinden. Die van Sergio Perez in de kwalificatie in 2011 was één van de zwaarste. Hij verloor na de tunnel de controle over zijn auto, schampte met de rechterkant de vangrail en gleed hard rechtdoor tegen een klein stuk van de barrière bij de chicane. Hij werd afgevoerd naar het ziekenhuis.

Piscine

De snelle bochtencombinatie bij het Stade Nautique Rainier III dat het ‘zwembad’-gedeelte zijn naam geeft, is een spectaculair stuk voor de coureurs. Inschatting en timing zijn van groot belang, grote drempels zorgen ervoor dat afsnijden niet lukt en fouten hard worden afgestraft.

Ook hier veel ongelukken. Vitali Petrov voelde zijn benen in 2011 niet meer na een crash en ook Verstappen belandde er al eens in de vangrail tijdens de kwalificatie in 2016. Niemand is in Monaco veilig.