Nergens sloeg het Europa-gevoel zo radicaal om als hier

Italië

In Italië gaat een anti-Europese groep onervaren politici regeren. De meerderheid van de Italianen vindt dit een goed idee. Men voelt zich door Brussel beknot en in de steek gelaten.

Foto EPA/Riccardo Antimiani

‘Wat Italië nodig heeft? Een koningin!” Roberto moet er hard om lachen, maar de drie anderen aan zijn tafel kijken niet-begrijpend op van hun lunch. Hij zwaait met zijn vork, waar nog een stukje pasta aan zit. „Een koningin. Net als in Engeland. Dan gaan we lekker ook uit de Europese Unie.”

Roberto (die wegens problemen met de directie van zijn bedrijf niet met zijn achternaam in de krant wil – naam bij de redactie bekend) en zijn collega-technici zijn in opperbeste stemming. Ze verwachten veel van de nieuwe regering die de Vijfsterrenbeweging en de Lega gaan vormen. „Er moet hier iets veranderen, anders worden we net als Griekenland”, zegt hij. „We hebben onze soevereiniteit verloren en zijn slaven van de Europese Centrale Bank geworden. Italië is nog altijd het tweede industrieland van Europa, na Duitsland! Daarom zouden we net zo hard mee moeten tellen als Duitsland, en Frankrijk.” Op de tegenwerping dat Duitsland en Frankrijk niet zo’n hoge staatsschuld hebben als Italië, zegt hij: „De schuld hebben we al jaren en dat heeft nooit een probleem opgeleverd.”

Italië maakt zich op voor een enorm experiment. In een land dat twintig jaar geleden nog het meest eurofiele land van de Europese Unie was, komen nu twee populistische partijen aan de macht die zeggen de Italianen te willen bevrijden uit de Brusselse dwangbuis. Een groep politici zonder veel ervaring moet dat gaan doen, met in de hand een ‘regeercontract’ vol uiteenlopende beloftes zonder goede financiële dekking.

Ook Italianen die op 4 maart anders of niet hebben gestemd, vinden dat een goed idee. Bij een recente opiniepeiling zei ruim zestig procent van de ondervraagden dat een kabinet van Lega en Vijfsterren, de twee winnaars van de verkiezingen, een kans moet krijgen. Zeker omdat ruim twee maanden politiek pokeren duidelijk heeft gemaakt dat de enige andere oplossing nieuwe verkiezingen zouden zijn.

Hoe is Italië hier gekomen? Waarom is een meerderheid van de Italianen bereid tot wat in veel commentaren wordt omschreven als „een sprong in het duister”?

Lees ook het Commentaar: De risico’s uit Rome mogen niet worden onderschat

Wantrouwen tegen politiek

„Ik heb 46 jaar premie betaald en krijg nu 1.100 euro pensioen. Het zijn allemaal dieven, die politici”, zegt Antonio Mascari, een gepensioneerde timmerman in een wijk in het noorden van Rome.

Fabio, kok in een restaurant vlakbij het parlement, is al even cynisch. „Ze komen vaak bij me eten, die Kamerleden. Dan zie je hoe ze echt zijn. Ze denken alleen maar aan hun eigen hachje. Een paar jaar geleden verdiende ik nog 100, 120 euro op een avond. Nu moet ik concurreren met mensen uit Bangladesh die voor 80 euro werken, of nog minder.”

Ook Nazareno Bartolozzi, zelfverklaard dichter uit de regio Marche en op zoek naar een uitgever, heeft weinig op met de politici die Italië de afgelopen decennia hebben bestuurd. „Ze vatten de stier niet bij de horens, maar bij de staart. Ze zeggen dat iedereen moet bezuinigen, maar het zijn altijd de arbeiders die ervoor opdraaien. ”

Italië is niet zomaar een land

Donato Rinaldi, advocaat

De opkomst van populisten in Italië (waarvan mediamagnaat Berlusconi in 1994 een eerste voorbeeld was) is deels een reactie op „antieke” problemen, zo analyseerde politicoloog Angelo Panebianco in de krant Corriere della Sera. Hij noemt daarbij algemeen wantrouwen tegenover politici (wegens bijvoorbeeld corruptie en maffioos gedrag), weinig solide staatsinstellingen, het „traditionele provincialisme” dat zich uit in een gebrek aan belangstelling voor de wereld buiten Italië, en een gebrek aan scholing. De vage belofte dat een nieuw kabinet eindelijk zal kijken naar wat het volk wil, valt daarom bij een aantal mensen in goede aarde. Maar beloofde Berlusconi in 1994 en 2001 en 2008 niet iets vergelijkbaars?

Naast dit oude wantrouwen tegenover een politieke ‘kaste’ zijn er de afgelopen jaren drie ontwikkelingen geweest die populisten in de kaart hebben gespeeld: de relatie met Brussel en, daarmee verweven, de bijtende economische recessie en de gevolgen van massa-immigratie uit Afrika.

Stompzinnig Brussel

Brussel is een probleem geworden, constateerde het Jacques Delors Instituut in een onderzoek eerder dit jaar. Twee decennia terug zag een meerderheid van de Italianen de Europese Unie als „een beschermende moeder”, een soort garantie ook voor vooruitgang. De Italianen wilden alleen maar méér politieke eenheid. Nergens was dat gevoel zo positief, en nergens is het zo radicaal omgeslagen als in Italië.

De invoering van de euro heeft daarbij een rol gespeeld. Wegenbouwer Roberto en dichter Bartolozzi behoren tot de velen die zeggen dat de euro te duur was en/of dat de regering in de eerste jaren na de invoering, in 2001, te weinig alert is geweest op oneigenlijke prijsstijgingen.

Maar belangrijker in deze omslag zijn de schuldencrisis en het immigratiebeleid. Ook een uitgesproken pro-Europese krant als de Corriere della Sera schreef: „De zege van de populisten komt ook voort uit de stompzinnigheid waarmee Brussel en Berlijn hebben geantwoord – of niet hebben geantwoord – op de verzoeken van Italië. Vooral over de beheersing van de immigratie en het economisch herstel. […] Ze hebben geweigerd in hun havens ook maar een paar schepen van de ngo’s toe te laten (die bootmigranten uit Libië oppikken, ML).”

Onze olijfolie wordt vermengd met andere

Elena Bartolozzi, dichtersvrouw

Dat hoor je ook in gesprekken met mensen in Rome, op straat en op station Termini. „Ze hebben ons alleen gelaten”, zegt Pierangela Maiocchi, die in Pavia, bij Milaan, in de psychiatrische zorg werkt. Zij verwijt andere EU-landen en Brussel dat die de andere kant op keken toen de bootjes maar bleven komen uit Afrika. Maar ze voegt daar meteen aan toe dat Italië in de eurozone en de EU moet blijven. „Alleen als we groter denken, heeft Italië een toekomst.” Haar collega Paolo Bonizzoni valt haar bij: „Uit de eurozone stappen zou economische zelfmoord zijn.”

Ook advocaat Donato Rinaldi, die in het zonnetje een sigaret zit te roken, vindt uit de euro stappen te extreem. Maar hij wil wel dat er beter naar Italië wordt geluisterd. „Italië is niet zomaar een land. Ze moeten ons de kans geven onze economie te ontwikkelen en niet steeds op bezuinigingen hameren. Ik bewonder Salvini [partijleider Lega]. Hij heeft gelijk als hij zegt dat de financiële regels uit Brussel Italië dreigen te verstikken. We moeten onze autonomie terugkrijgen en bijvoorbeeld ons eigen beleid op het gebied van landbouw en visserij voeren.”

Als extra reden voor groeiende onvrede over Brussel noemt Elena Bartolozzi, de vrouw van de dichter, de vrije markt voor landbouwproducten. „Door Europese wetten zijn er slechte producten op de markt gekomen. Onze olijfolie wordt vermengd met andere. Typisch Italiaanse producten worden onvoldoende beschermd. We moeten daar veel beter op letten.”

Generatiewissel

De aanhoudende recessie heeft dit onbehagen verscherpt. Italië groeit nauwelijks en in elk geval veel minder dan andere EU-landen. Het gemiddelde inkomen ligt door de pijn van de afgelopen jaren ongeveer op het niveau van twintig jaar terug. De werkloosheid blijft hoog. Mensen zien hun kinderen naar het buitenland vertrekken omdat ze in eigen land geen werk kunnen vinden.

De schuldvraag is niet één-twee-drie te beantwoorden. „Maar zo kan het niet langer. Ik weet niet of het met een nieuwe regering beter of slechter wordt, maar er moet in ieder geval een generatiewissel komen”, zegt Lidia Liguore, een jonge vrouw die als technicus in een Napolitaans ziekenhuis werkt. Ze heeft bij lokale verkiezingen op de Vijfsterren gestemd, maar vindt het standpunt over vaccinaties (die volgens de Vijfsterren niet verplicht moeten zijn) zo verwerpelijk dat ze op 4 maart op een linkse splinterpartij heeft gestemd. Ze is zonder voorbehoud voor de euro. Maar ze zegt ook: „Laten we nu toch dit maar eens proberen.”

In een samenvatting van de sfeer in het land schreef La Repubblica: „De meerderheid van de Italianen voelt zich nu slachtoffer van Europa, van de banken, van de instituties en van de staat.” Op de golven van deze onvrede is kandidaat-premier Giuseppe Conte een kabinet aan het vormen. Dat hij geen politieke ervaring van betekenis heeft en door de twee coalitiepartijen als „uitvoerder” van hun „contract” wordt gezien, lijkt geen rol te spelen. Ook niet dat hij zijn cv had opgepimpt en juridische vervolgstudies suggereerde aan New York University en de Sorbonne, terwijl hij daar eigenlijk een paar weken in de bibliotheek had gezeten.

Lees ook: ‘De professor met de pochet’ moet Italië gaan leiden

In de gesprekken met een twintigtal Italianen in Rome vindt iedereen dat de niet eerder beproefde coalitie een kans moet krijgen. „Ze moeten laten zien wat ze kunnen doen”, zegt Fabio Acquaviva, een pizzabakker die in maart voor het eerst mocht stemmen en zijn vertrouwen in de Vijfsterrenbeweging heeft gesteld. „Ik hou mijn hart vast”, zegt Marzia Sandron, een muziekstudent uit Verona die grote problemen heeft met de „xenofobe, homofobe en tegen Zuid-Italianen gerichte” houding van de Lega. De centrum-linkse Democratische Partij, de scheidende regeringspartij, kijkt machteloos toe, tot op het bot verdeeld. Schade-expert Alessio Amoroso heeft daarop gestemd, tweeëneenhalve maand geleden. „Ik kan er alleen maar om lachen”, antwoordt hij op de vraag wat hij van de komende regering vindt. Zijn ogen lachen niet mee.

    • Marc Leijendekker