‘Ik wilde dat ik optimistisch kon zijn’

Interview Bestuursvoorzitter Eelco Hoekstra van tankopslagbedrijf Vopak vreest dat de energietransitie veel tijd vergt. „Door hard werken kunnen we de groei van de olievraag afvlakken, maar echt keren, dat is nog niet aan de orde.”

Terminals van Vopak in Amsterdam. Foto Koen van Weel/ANP

Pessimistisch wil bestuursvoorzitter Eelco Hoekstra van Vopak zich niet noemen. Maar de verduurzaming van de wereldeconomie is volgens hem in alle opzichten complexer dan we allemaal denken. Politiek, technisch, financieel. „Ik wilde dat ik optimistisch kon zijn. Vopak is actief in het bieden van infrastructuur. We weten daarom wat er allemaal bij komt kijken om die infrastructuur – met alle procedures en vergunningen – te bouwen die nodig is om over te kunnen schakelen op hernieuwbare energie. Dat is echt heel complex.”

De uitdaging van het akkoord van Parijs, een maximale opwarming van de aarde met 2 graden, noemt hij immens. „Ik ben eerder treurig dat we het niet gaan halen”, zegt Hoekstra. „Je moet gewoon realistisch zijn dat het heel veel tijd kost, dat het een enorme inspanning is. Het is vooral een uitvoeringsvraagstuk: we moeten het allemaal georganiseerd krijgen met elkaar.”

Juist in die organisatie van de huidige stromen van brandstoffen, chemie en eetbare oliën (zoals pinda-olie) speelt het Rotterdamse bedrijf als mondiale marktleider een belangrijke rol. In 25 landen heeft Vopak (omzet 1,3 miljard euro, 5.700 medewerkers) terminals staan, die nu nog voor bijna de helft gevuld zijn met olieproducten zoals stookolie, benzine en kerosine. „Die transitie vindt onomstotelijk plaats, maar de snelheid waarmee het gebeurt, daar zit toch wel de kneep. Het lek is echt niet boven met het goedkoop importeren van zonnepanelen uit China”, zegt de 47-jarige Hoekstra.

Wat is de rol van Vopak in de energietransitie? Het bedrijf heeft gezien zijn huidige activiteiten veel te verliezen.

„We zien juist de transitie als een enorm mooie gelegenheid om het bedrijf een nieuwe toekomst te geven. Als de stromen van producten gaan veranderen, moeten we daar klaar voor zijn. Het is niet voor niets dat we nu meer en meer in gas en chemie gaan investeren en veel minder in olie. En recentelijk konden we terminals kopen waar ook kolenactiviteiten bij hoorden. Dat hebben we niet gedaan, daar zit geen toekomst meer in.

„Als er minder vraag komt naar kolen, zullen de lichtere koolwaterstoffen zoals aardgas van groter belang worden. Voor ons in Nederland is transitie overgaan op duurzame energie. Voor 2 miljard mensen in Afrika en Azië, die nu voor hun brandstof afhankelijk zijn van hout en dierlijke mest, is transitie een flesje butaangas of propaangas. De energie die nu uit hout en mest wordt gehaald, met al zijn nadelen voor milieu en gezondheid, is tweemaal zo groot als de totale productie van hernieuwbare energie in de wereld.

„De opslag van gas bij Vopak is, naast olieproducten en chemie, nu nog 5 tot 7 procent van het totaal. Een voorbeeld daarvan is onze Gate-terminal op de Maasvlakte die wij samen met de Gasunie exploiteren. We willen daarin sterk groeien, maar hoe snel we groeien, dat kan ik niet zeggen.”

U staat al acht jaar aan de top bij Vopak. Is de houding bij het bedrijf en zijn klanten ten opzichte van duurzaamheid veranderd?

„Die verandering is heel groot en daar ben ik wel positief over. Als ik zie wat het effect is van het akkoord van Parijs uit 2015, als ik zie hoeveel mensen op zoek zijn naar het verbeteren van het energiesysteem, die enorme innovatiekracht... Mensen zijn opgestaan om veranderingen te eisen, bij overheden, maar zeker ook bedrijven scharen zich daar achter. Dat was acht jaar geleden echt minder.

„En ik ben ook positief over de veranderingen die je ziet bij de grote landen die het verschil kunnen maken. Zoals India en China. En ja, vanuit Amerika komen nu weer minder positieve geluiden. Om de opwarming tot 2 graden te beperken, ben je echt afhankelijk van dergelijke grote spelers.”

Vopak is zelf geen energiebedrijf en kan veel minder gemakkelijk een duurzame weg inslaan. Is dat niet frustrerend?

„Wij weten niet beter, dat faciliteren van de wereldhandel doen we al vierhonderd jaar. Wij bepalen niet de vraag naar producten. Waar wij op inspelen zijn, wat wij noemen, de ‘inbalansen’ van de verschillende markten: basale producten worden niet altijd geproduceerd waar ze geconsumeerd of verder verwerkt worden. Of het nu gaat om olie, detergenten voor de shampoo of pinda-olie voor de pindakaas. Daar is opslag voor nodig.

„Vopak moet zich richten op wat je wel kan beïnvloeden als het gaat om het milieu en de energietransitie. Onze primaire verantwoordelijkheid is de bescherming voor de producten waar we mee werken. En wat is onze footprint? Niet alleen incidenten zoveel mogelijk voorkomen, maar bijvoorbeeld ook emissieverliezen beperken bij de overslag.”

U verwacht dat het aandeel gas de komende jaren gaat stijgen. Dat is een schoner alternatief voor kolen en hout, maar nog steeds fossiel. Welke rol ligt er voor Vopak als de energie echt duurzaam wordt?

„Gezien de verwachte groeiende elektrificatie van de economie kijken we naar de mogelijkheden om waterstof op te slaan. Daar verwachten we veel van. Elektriciteit is niet gemakkelijk op te slaan, daarom is een vloeistof een handige drager. In waterstof, maar wellicht ook in ammonia. Daarin kan de stroom uit bijvoorbeeld windparken worden opgeslagen. Dat staat allemaal nog in de kinderschoenen, investeringen zijn er nog niet, maar we denken en praten wel mee.

„Die elektrificatie is nodig om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, omdat we stroom duurzaam kunnen opwekken. Dat verlangen bestaat al langer, maar de afgelopen jaren zijn we er wereldwijd niet in geslaagd om het relatieve belang van elektrificatie op te voeren. Dertig jaar geleden vormde elektriciteit 19 procent van de energiebehoefte. En dat is nog steeds zo. Met de huidige technologie gaat dat aandeel in tien jaar niet opeens naar 40 procent ofzo.”

Veel oliemaatschappijen waar Vopak mee werkt verwachten dat de productie van olie nog decennia blijft stijgen door de groei van de wereldbevolking en van de economie. Gaat u mee in die verwachting?

„Voor de langere termijn vind ik het moeilijk om dat in te schatten. In de komende vijf, zes jaar zie ik die groei zeker gebeuren. Wij zitten in landen als India, China, Brazilië en Zuid-Afrika en overal zie je de energiebehoefte per persoon toenemen.

„Zodra de vraag verandert richten wij ons op andere producten. Maar dat is ook het lastige aan dit debat. Ik bepaal niet of mensen in een benzine-auto of een elektrische auto stappen. De consument is uiteindelijk toch diegene die door zijn gedrag de keuzes maakt. Nu zie je het aantal auto’s wereldwijd stijgen, het aantal woningen en airco’s. Door hard werken kunnen we de groei van de olievraag afvlakken, maar echt keren, dat is nog niet aan de orde.

„Voor een deel blijft er vraag naar olieproducten, ook al stappen we over op duurzame energie. Bijvoorbeeld voor de fabricage van plastics, maar ook als brandstof voor vliegtuigen en schepen. Daar zijn nu nog geen goede alternatieven voor. Ik denk dat er in de komende veertig, vijftig jaar raffinaderijen blijven bestaan. We zien het aantal nu wel teruglopen. In 2000 waren het er 650 wereldwijd, nu 550, maar die zijn gemiddeld wel tweemaal zo groot geworden. Dat vergroot de vraag naar opslag. De concurrentie voor ons neemt nu ook toe, omdat meer bedrijven kansen zien.”

Op de website van Vopak becommentarieert u de jaarcijfers. U laat de transitie naar een duurzame economie daarin ongenoemd. Is dat bewust?

„In het verleden begonnen we daarmee, en intern trappen we altijd af met veiligheid en milieu. Maar we merkten in de richting van financieel analisten dat we de boodschap moesten veranderen. Zij willen vooral weten wat we gepresteerd hebben, horen welke cijfers daarbij horen en raakten geïrriteerd als het over andere onderwerpen gaat. De website heeft natuurlijk een breder bereik, dus we moeten nog eens kijken hoe we dat in het vervolg doen.”