‘Ik wil meepraten over de toekomst van vluchtelingen in Nederland’

Mohammed Badran (24) vluchtte uit Syrië. In Nederland loopt hij tegen muren aan, de taal leren mocht hij niet. In 2016 sprak hij de VN toe.

Foto: Merlijn Doomernik

De avond voor zijn toespraak bij de Verenigde Naties is Mohammed Badran enorm zenuwachtig. Op 19 september 2016 wil de dan 22-jarige Syrische vluchteling uit Nederland de stem vertolken van miljoenen lotgenoten; vluchtelingen vol ambitie die gefrusteerd raken door het gebrek aan toekomstperspectief. Tussen het razende verkeer in het altijd drukke New York, neemt hij met zijn begeleider de tekst door.

„Onvoorstelbaar eigenlijk dat ik dat mocht doen”, zegt Badran als hij in de aula van de Vrije Universiteit in Amsterdam terugblikt. De student culturele antropologie en politicologie doelt vooral op zijn afkomst. Hij werd geboren in Yarmouk, bij Damascus. Voor de oorlog uitbrak in 2011 leefden in dit grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Syrië meer dan honderdduizend mensen. Het zijn nakomelingen van de generatie die tijdens en na de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 vluchtten uit het toenmalige Palestina. Geboorteplaats Yarmouk betekent: geen Syrisch paspoort en speciale toestemming nodig om te mogen reizen.

Toch had Badran geen ellendige jeugd. „Het kamp leek op een grote markt. Veel mensen uit de omgeving kwamen naar Yarmouk om inkopen te doen. Het was een hele sociale omgeving, je had altijd contact en liep makkelijk bij elkaar naar binnen”.

Badran komt uit een relatief welgestelde familie. De familie van zijn moeders kant is hoog opgeleid. Zijn opa was diplomaat, waardoor ze vaak verhuisden. Badrans moeder studeerde farmacie in India en heeft ook in Italië gewoond. „Ik heb haar weleens gevraagd: ‘waarom besloot je Europa te verlaten voor Yarmouk ?’ Blijkbaar was mijn vader leuk genoeg”, zegt Badran met een glimlach.

Badran heeft het altijd druk gehad. „We woonden boven de apotheek van mijn moeder. Soms hadden mensen ’s avonds nog medicijnen nodig, dan haalde ik die uit de winkel.” Daarnaast hielp hij zijn vader elk zomer in de juwelierswinkel – „hij wilde graag dat ik de zaak over zou nemen”. Maar het liefst deed Badran vrijwilligerswerk. Zijn eerste klusje was in de bibliotheek op school. Boeken opruimen en rechtzetten. Veel mensen in zijn omgeving begrepen het niet. „Je krijgt er toch niet voor betaald. Waarom doe je dit?” Niet alles draait om geld verdienen, zo legde hij dan uit.

Lees ook: ‘Vluchtelingen vormen juist een enorm potentieel voor Nederland’

Toen in het voorjaar van 2011 de eerste demonstraties begonnen tegen het regime van president Bashar al-Assad was er in Yarmouk weinig van te merken, zegt Badran. De Palestijnse militaire facties, waaronder de fundamentalistische Hamas die zetelde in Damascus, waren vooral bezig met verdediging van hun eigen wijken. De verhitte discussies tussen Palestijnen over de vraag of ze Assad moesten steunen of de rebellen, liet Badran links liggen. Binnen de hulpverleningsorganisatie Syria Trust for Development bekommerde hij zich om de ongeveer 2.500 vluchtelingen die hun gebombardeerde wijken in Damascus verlieten en bescherming zochten in Yarmouk. „Het kamp werd overvol, zodat mensen werden opgevangen in scholen. Via het vrijwilligerswerk wat ik deed, leerde ik de hulpverleners van UNRWA [de VN-organisatie voor hulp aan Palestijnse vluchtelingen, red.] goed kennen en werd aangesteld als coördinator om voedsel en kleding uit te delen in het kamp”.

Helse tocht naar Nederland

Badran vertelt zijn verhaal zonder op te scheppen. Rustig, ingetogen. Alsof het vanzelfsprekend is dat een student, samen met hulpverleners van UNRWA, de zorg draagt voor talloze behoeftige families.

Hij is ongeveer zes maanden coördinator wanneer in het najaar van 2012 verschillende rebellengroepen vechten om de controle over Yarmouk. Een aantal delen van de wijk wordt gebombardeerd door de Syrische luchtmacht. Het leidt er toe dat duizenden Syrische Palestijnen, onder wie de familie Badran, vluchtten. Wat volgt is een helse tocht naar Nederland.

Vanuit Damascus vliegt het gezin naar de Egyptische hoofdstad Kairo. Ze leggen contact met mensensmokkelaars die een boot regelen voor de oversteek naar Italië, met honderd anderen. Dat gaat mis: na minder dan een kilometer varen krijgt de Egyptische politie ze in het vizier en iedereen wordt opgepakt. Een maand lang zit Badran vast in een Egyptische cel, waarna hij wordt uitgezet naar Libanon. Over deze moeilijke tijd – en wat er gebeurde met de rest van het gezin – haalt de student aan de VU liever geen herinneringen op, zegt hij.

In Libanon gaat de familie uit elkaar, Badrans moeder en zussen gaan terug naar Yarmouk. Samen met zijn vader lukt het in de zomer van 2013 na veel pogingen om met een illegaal paspoort naar een West-Afrikaans land te vliegen („ik zeg liever niet welk land”). Een maand later vliegt hij, wederom met valse papieren, naar Schiphol.

Eenmaal in Nederland vindt hij zijn nieuwe identiteit als vluchteling benauwend. „Ik voelde mij een nummer en had geen status. Al mijn ervaringen en werk in Syrië deden er niet toe.” Wat ook niet hielp was dat Badran en zijn vader constant moesten verhuizen. Van het aanmeldcentrum in Ter Apel naar Almelo, dan Wageningen, Arnhem, Nijmegen en Utrecht. „Het enige voordeel is dat ik Nederland nu wel goed ken.” In de tussentijd is er ook goed nieuws: ze krijgen een verblijfsvergunning en de rest van het gezin komt over uit Yarmouk. Het is voor de dan 21-jarige Badran het startsein om zich te richten op zijn toekomst in Nederland.

Onkruid wieden in Amsterdam-Noord

Wat hij niet begrijpt is waarom vluchtelingen geen Nederlands mogen leren. „Ik zat in het azc met jonge gemotiveerde mensen die zo snel mogelijk hun nieuwe thuisland wilden leren kennen. Maar hoe kan dat, wanneer je de taal niet spreekt?” Samen met drie Syrische vrienden richt hij in 2015 de stichting Syrische Vrijwilligers Nederland (SYVN) op. Het eerste wat ze doen is taallessen aanbieden aan vluchtelingen die net zijn gearriveerd in de Havenstraat in Amsterdam. Het Leger des Heils is verantwoordelijk voor deze tijdelijke opvanglocatie en geeft veel ruimte aan vrijwilligers om activiteiten op te zetten.

Eindelijk heeft Badran het gevoel dat hij ook in Nederland iets kan betekenen. Hij wil dat vluchtelingen contact hebben met Nederlanders en een bijdrage leveren aan de samenleving. Daarvoor moeten ze het land in, uit de opvanglocaties en vrijwilligerswerk doen, vindt Badran. Een van de projecten is bij oude mensen in Amsterdam-Noord onkruid wieden in de tuin en het huis opknappen.

Toch ondervindt hij ook tegenslag. Badran mailde verschillende ngo’s om samen te werken met zijn stichting, maar dat leverde weinig op, zegt hij. „Ik kreeg bijna nooit een reactie.” Twee medewerkers van hulpverleningsorganisatie Oxfam Novib zagen wel zijn potentie. Ze regelen dat hij in februari 2016 in Londen kan deelnemen aan een grote donorconferentie over Syrië. Het vormt de opmaat voor zijn toespraak, een half jaar later, op de VN-bijeenkomst in New York over migratie. Aanwezig zijn onder anderen VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en de Nederlandse ministers Bert Koenders en Lilianne Ploumen. Zonder scrupules haalt Badran uit naar de internationale gemeenschap: vluchtelingen worden niet serieus genomen en onderschat.

Bekijk hier de speech die Mohammed Badran in 2016 voor de VN gaf.

Anderhalf jaar later is Badran teleurgesteld in het „politieke theater” van internationale conferenties. Liever richt hij zich op concrete acties om het leven van vluchtelingen te verbeteren, zo zegt hij. Voor zijn vader is zijn droom al uitgekomen, hij heeft voor het eerst in zijn leven een paspoort en is „dolgelukkig.” Mohammed hoopt dit jaar Nederlands staatsburger te worden, maar voelt zich ondertussen al wel onderdeel van de samenleving.

    • Huib de Zeeuw