Column

Hoe consequent redeneer jij?

Column Ben Tiggelaar Over wat het betekent mens te zijn, denkt iedereen verschillend. Maar hoe consequent houden we ons mensbeeld vast in discussies?

Managers, politici, jij en ik… We hebben allemaal een beeld van wat het betekent mens te zijn. De een ziet mensen als irrationele knoeiers. De ander hecht sterk aan de vrije wil. Meestal maken we ons mensbeeld niet expliciet. Prima. Totdat je merkt dat iemand al te makkelijk zijn mensbeeld aanpast aan wat hem toevallig goed uitkomt.

Nicholas Freudenberg is hoogleraar volksgezondheid in New York. Al jaren strijdt hij tegen bedrijfstakken die onze gezondheid bedreigen. In zijn boek Legaal maar fataal richt hij zijn pijlen onder meer op de tabaksindustrie en de producenten van alcohol, voeding, auto’s en wapens.

Een interessant inzicht van Freudenberg is de manier waarop de industrie zichzelf tegenspreekt als het gaat om menselijk gedrag. Aan de ene kant gebruiken woordvoerders van grote bedrijven graag het argument dat mensen een vrije keuze hebben. Volgens Freudenberg is het zelfs deel van de marketing, van bijvoorbeeld te tabaksindustrie, om te blijven herhalen dat iedereen zelf kan bepalen of hij wel of niet rookt.

Aan de andere kant doen dezelfde industrieën er alles aan om mensen te beïnvloeden. Daarbij wordt gewerkt vanuit een geheel ander – ik zeg: realistischer – mensbeeld. Namelijk dat van de mens als minder rationeel en meer emotioneel wezen, sterk gericht op de korte termijn. Tabaksbedrijven weten al decennia op welke knoppen ze moeten drukken om mensen aan het roken te krijgen, en te houden.

De tabaksindustrie spreekt zichzelf tegen als het gaat om menselijk gedrag

Ook in de politiek tref je deze tegenspraak aan. Neem de nieuwe donorwet. De gedachte is dat de meeste mensen – ook bij belangrijke zaken als orgaandonatie – gewoon de standaardkeuze volgen die hen wordt aangeboden. De cijfers ondersteunen dat idee. In de landen waar ‘wel donor’ de standaardkeuze is, laat een grote meerderheid van de mensen het daarbij. En in landen waar het andersom is, meldt slechts een minderheid zich actief aan. Mijn conclusie: zelfs in zaken van leven en dood zijn wij slechte beslissers en makkelijk te beïnvloeden.

Aan de andere kant pleiten diverse voorstanders van de nieuwe donorwet ook voor stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid vinden. Mits dat verzoek „vrijwillig, weloverwogen en duurzaam” is. Nou ga ik me niet bemoeien met andermans levenseinde, zeker niet op deze plek. Maar ik vraag me wel af: hoe kunnen mensen die daarnet nog onbekwame beslissers waren wat betreft het doneren van hun organen, plotseling wel weer bekwame beslissers zijn als het gaat om hun eigen dood?

Tijdens een filosofiecollege leerde ik dat het ooit goed gebruik was om in een debat eerst je mensbeeld expliciet te maken. Pas daarna begon je met je betoog. Die traditie is zo gek nog niet. Zeker als het gaat om echt belangrijke onderwerpen als volksgezondheid, orgaandonatie en vrijwillige levensbeëindiging, helpt het om je eerst vragen te stellen zoals: geloof je dat mensen in het algemeen rationele, vrije keuzes maken? Wanneer wel en wanneer niet? En waar baseer je dit op?

Eerst je belangrijkste uitgangspunten op een rijtje zetten en pas dan betogen. En niet onderweg je mensbeeld aanpassen aan het standpunt waar je – irrationeel? – op dat moment een voorkeur voor hebt.