‘Hij is een optimist, ik ben meer van de planning’

Spitsuur Judith van den Berg (42) en haar partner Serge (43) gaan een zelfvoorzienende boerderij bouwen, in een weide net buiten Weert. „Het gaat mij om de ruimte. Ik wil wat dieren en een moestuintje.”

Serge: „Ik ben opgegroeid als groen jochie, mijn opa had een varkensboerderij in De Peel. Ik heb biologie gestudeerd en daarna milieukunde. Ik weet niet beter dan dat planten en ecosystemen kwetsbaar zijn – trek aan een touwtje en je trekt aan alles.”

Judith: „Ik ben meer van het menselijke. Dat zit in de genen. Ik werk in de jeugdzorg, mijn ouders werkten in de zorg en mijn zusje is basisschooldirecteur.”

Serge: „Twaalf jaar geleden ben ik samen met twee medevennoten een adviesbureau in duurzaamheid begonnen in Eindhoven en Roermond. We geven advies aan organisaties over elektrisch rijden, duurzaam bouwen, eigenlijk alles rondom de energietransitie.”

Judith: „We proberen onze kinderen die waarden ook mee te geven. Behandel elkaar met respect en heb liefde voor de omgeving en de wereld.”

Serge: „Maar het is niet dat onze kinderen alleen maar engeltjes zijn.”

Judith: „De iPad is hier net zo heilig als in elk ander gezin. Ze krijgen tien kaartjes per week, elk kaartje staat voor een half uur iPad-tijd.”

Serge: „We wonen nu twaalf jaar in een jarendertigwoning in Weert. Het heeft karakter en een smoel, maar toen we het net kochten was het een bouwval.”

Judith: „We hebben elke steen omgedraaid: dakisolatie, dubbel glas, er is zelfs een stuk aangebouwd. Maar helemaal energieneutraal kun je zo’n oud huis natuurlijk nooit krijgen.”

Serge: „Nu gaan we zelf een langgevelboerderij bouwen in het buitengebied. De grond rond deze woning is mij te klein, ik mis het buitenleven.”

Judith: „Het verhuizen is wel een dingetje, merk ik. We zijn hier begonnen als gezin.”

Serge: „Ik zie het als een avontuur. Ik wil een harde streep trekken en vooruit gaan.”

Judith: „Ik ben minder goed in harde strepen. Toen we het een jaar geleden besloten, kreeg ik al buikpijn bij het idee dat we hier ooit weg zouden gaan. Maar de tijd zorgt dat het went.”

Hoofd leegmaken

Serge: „Onze nieuwe woning wordt volledig zelfvoorzienend. We maken onze eigen energie met zonnepanelen, de materialen zijn duurzaam. Alles is te demonteren zodat het hergebruikt kan worden.”

Judith: „Een beetje zoals Lego.”

Serge: „In Nederland bestaat een regeling dat je van een stukje agrarische grond bouwgrond kunt maken. We zijn door het buitengebied van Weert gaan rijden met een kaart op schoot, bij alle mooie plekjes hebben we kruisjes gezet. Er was een weide bij een beekje dat we wel zagen zitten.”

Judith: „De kinderen vroegen meteen: moeten we dan naar een andere school?”

Serge: „Het is net buiten de kern, dus dat hoeft niet. Het gaat mij echt om de ruimte. Ik wil wat dieren en een moestuintje. Het moet geen zware stempel drukken op ons weekritme, het is meer om het hoofd leeg te kunnen maken. Ik ga straks niet de hele buurt voorzien van asperges.”

Judith: „Het begint met een paar kippen, twee varkentjes, een hond en dan zien we wel verder.”

Serge: „De kinderen bedachten allemaal aaibare namen voor de kippen, maar wij hebben er drie ‘rockchicks’ van gemaakt.”

Judith: „Blondie, Nena en Patti.”

Serge: „Witje en Vlekje – dat komt er bij ons niet in.”

Tweedehands pot

Judith: „In augustus begint de aannemer. Wij gaan dan in een tijdelijke ‘woonunit’ op de bouwplaats wonen. Dat zijn vier containers waar we een jaar lang in kamperen.”

Serge: „Of minder lang, het huis wordt snel gebouwd. De basis is houtskeletbouw, dat kan in vijftien dagen staan. De afwerking kost meer tijd. In september neem ik een sabbatical en ga ik meehelpen.”

Judith: „Serge is een optimist, ik ben meer van de planning.”

Serge: „We zeggen wel eens voor de grap: we denken allebei dat we met Kerst klaar zijn, maar dan in een ander jaar.”

Judith: „We gaan wonen in twee oude noodlokalen die we zelf aan het verbouwen zijn. Ik help met schilderen. We doen het in de avonduren en weekenden.”

Serge: „Ik ben met een aanhangwagen materiaal aan het verzamelen zoals een oud keukenblokje en gipsplaten.”

Judith: „We besparen veel door restpartijen op Marktplaats te zoeken. Behalve een bad en een wc, die wil ik gewoon nieuw. Ik ga niet op een tweedehands pot zitten.”

Veertig uur en that's it

Judith: „Het gewone leven gaat ook door. De kinderen gaan naar de voetbalclub, de scouting, de atletiekvereniging en de zwemlessen. Ik volg nog een opleiding tot leidinggevende en vind het ook belangrijk om op de basisschool in de medezeggenschapsraad te zitten.”

Serge: „Voor mij is elke zondagochtend heilig, dan ga ik wielrennen. Ik ga nu ook de Alpe d’Huez beklimmen voor het KWF Kankerfonds. Daarvoor zou ik eigenlijk driehonderd kilometer per week moeten fietsen, maar ik zit nog niet op de helft. Tussendoor train ik nu extra. Vorige week waren we kamperen, een uurtje hiervandaan. We waren wat kleren en andere spullen vergeten, dus ben ik op de racefiets op en neer naar huis gegaan.”

Judith: „Als ik onszelf alles hoor opnoemen, denk ik: waar zijn we mee bezig? Maar zo voelt het totaal niet.”

Serge: „Wij kunnen goed relativeren. Ik ben dan wel ondernemer, maar ik geloof niet dat je zeventig uur per week moet werken. Veertig uur en that’s it. We hebben ook een gezin, de verbouwing en onze hobby’s. Weet je, we zijn allemaal gezond, alles is leuk en het wordt vanzelf wel weer Kerst.”

    • Fabian de Bont