opinie

    • Menno Tamminga

…en toen viel die collega dood neer

Dood gaan op je werk… het is geen vrolijk onderwerp vandaag. En het is een wat heftige kop. Maar het gebeurt. En het gebeurt vaker dan ik dacht. Gemiddeld sterft elke week een man of vrouw als gevolg van een fataal ongeluk op het werk. Vorig jaar 50. In 2016 waren er 70. De daling is een soort van goed nieuws in een categorie waarin geen goed nieuws bestaat.

De daling is een van de cijfers en trends uit het jaarverslag over 2017 van de Inspectie SZW, de dienst van het ministerie van Sociale Zaken die misstanden opspoort op het gebied van arbeid. Van uitbuiting tot bedrijfsongevallen. Maar ook het jagen op fraudeurs in de gezondheidszorg.

Als het bedrijfsleven en het kabinet de florerende economie vieren, dan kun je het verslag van de Inspectie lezen als de achterkant van die economie. Ook in dat verslag groeien de cijfers, maar het zijn de verkeerde cijfers.

Schrikbarender nog dan het aantal dodelijke bedrijfsongevallen is de schatting van het aantal werknemers dat sterft als gevolg van eerdere blootstelling aan gevaarlijke stoffen: asbest, lasrook en kwartsstof. Deze zogeheten ‘sluipmoordenaars’ kostten vorig jaar naar schatting 4.100 mensen het leven. Ter vergelijking: vorig jaar vielen er 613 verkeersdoden. Het meest recente cijfer over ernstige verkeersgewonden is 21.400, van wie bijna tweederde fietsers.

Bijna 80 procent van de slachtoffers van de ‘sluipmoordenaars’ is gepensioneerd. Veel beroepsziekten (kanker, hart- en vaatziekten, ademhalingsproblemen) komen pas na lange tijd aan het licht. Dat maakt ze zo bedreigend. En zo actueel. Vorig jaar moest de Inspectie in actie komen tegen met asbest vervuild straalgrit dat gebruikt wordt bij het verwijderen van roest of verf. Bij 600 bedrijven hadden werknemers daarmee gewerkt. Een jaar eerder bleken werknemers van Dupont en Chemours te zijn blootgesteld aan gevaarlijke stoffen.

Lees ook deze ervaringen van mensen met een gevaarlijk beroep

Nog een naargeestig cijfer: de stijging van het aantal arbeidsongevallen. Dat is de omslag in de trend dat veiliger machines en arboregels het aantal slachtoffers terugdrong. Ook de economische crisis na 2008 hielp daarbij een handje. Maar vorig jaar steeg het aantal ernstige ongevallen naar ruim 2.500. De oorzaken? De verhitting van de economie, meer flexwerkers, meer werknemers met weinig ervaring (zoals uitzendkrachten) én het feit dat mensen langer doorwerken. Anders gezegd: flex en vergrijzing zijn gevaarlijke trends.

Nog goed nieuws in het jaarverslag? Ja, al moet je daarvoor deels in een voetnoot zijn. Het is namelijk oud nieuws. In het regeeraakkoord van het kabinet Rutte III is extra geld gereserveerd voor de Inspectie. Dat loopt op van 13 miljoen euro extra dit jaar naar structureel 50 miljoen euro vanaf 2022. Met het extra geld moet het budget op 115 miljoen euro uitkomen.

Extra geld is extra mankracht: de formatie stijgt naar bijna 1.200 voltijdbanen. Personeel is de bulk van de kosten. Dat extra geld is een trendbreuk. Aan het begin van dit decennium had de Inspectie 1.312 voltijdbanen. Toen zette het kabinet het mes in de personeelsformatie. Dat waren de bezuinigingen van Rutte I en II om de rijksbegroting op orde te brengen, maar misschien was het ook wel de liberale tijdgeest.

Dat waren dus domme bezuinigingen. Een waakhond die blaft en een Inspectie met ballen maken werk veiliger.

Menno Tamminga schrijft op over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga