Opinie

    • Bas Heijne

Een Hollandse column

‘We leven in een vormeloze wereld”, zei de 86-jarige, nog altijd vitale David Cornwell, beter bekend als John Le Carré, vorige zomer in Londen tegen mij. In de Koude Oorlog, het decor van zijn beroemde spionageromans, was het duidelijk waar de dreiging vandaan kwam, langs welke scheidslijnen de wereld was ingedeeld. Die wereldorde is nu gefragmenteerd, zei de oude schrijver. Niemand kan zeggen waar de dreiging vandaan komt, het kan echt alle kanten op.

In de bijna achttien jaar dat ik deze column voor NRC schreef, eerst tweewekelijks in het opiniekatern, toen wekelijks op deze mooie plek, heb ik de wereld zijn vorm zien verliezen. Toen ik begon, begin 2001, leek alles nog windstil. Omdat ik bang was dat ik over mijn kat zou gaan schrijven, of – het andere uiterste – China voor de laatste keer zou gaan waarschuwen, koos ik bewust voor een Hollands perspectief. Nederland was mijn onderwerp.

Nederland – wat betekent het idee van een land nog in een geglobaliseerde wereld? Wat houdt identiteit in, wanneer grenzen onherroepelijk vervagen, wanneer een oude orde verwatert, je steeds vaker andere identiteiten tegenover je vindt?

Mijn tweede onderwerp was vrijheid – in Nederland hebben mensen in hoge mate het recht om hun eigen leven naar eigen inzicht in te richten – hoe ga je met die vrijheid om? En lastiger, hoe ga je met de vrijheid van anderen om?

Identiteit en moraal. Tot september 2001 waren dat relatief onschuldige onderwerpen. Daarna brak de tering uit.

Niet goed voor de wereld, misschien, maar geweldig voor de columnist. In al die jaren heb ik nooit naar een onderwerp hoeven zoeken. Er was iedere week te veel, nooit te weinig.

Een column is de stand-up van de literatuur. Geen schrijver staat zo dicht bij zijn publiek als de columnist. De lichten in de zaal zijn altijd aan. Soms is er het warme bad van het instemmende applaus – vaak genoeg de bierdouche. Ik moest daaraan wennen, ik was de afstand van de beschouwing gewend. Maar gaandeweg kreeg ik er plezier in – later zelfs heel veel plezier. Bij mij geen dédain voor de waan van de dag. Ophef en hypes, de even heftige als vluchtige ontzetting die wekelijks door de media jaagt, ik heb het altijd prachtig gevonden – omdat het altijd terug te voeren is naar kwesties die er toe doen. Zwarte Piet, grote grazers, de bonuscultuur, de Nederlandse vlag in het parlement, Turks vlagvertoon op de Erasmusbrug, het haatcabaret van Wilders, de paaipolitiek van Rutte, de onverbeterlijke zelfgenoegzaamheid van de Nederlandse bestuurscultuur, noem maar op - achter het kleine gaat altijd het grote schuil.

Polemiek is leuk en lekker, zolang het niet te lang duurt. Maar dit is een tijd waarin zo ongeveer alles persoonlijk wordt gemaakt, waarin degene die er anders over denkt eigenlijk niet zou mogen bestaan. En dus werd het voor mij steeds belangrijker om te schrijven over wat ik achter het rumoer dacht te zien. Een populaire of falende bestuurder is ook altijd een symptoom. Een scheldpartij zegt vooral iets over de schelder. Het is mijn ambitie geweest de onderstromen zichtbaar te maken.

Daar ga ik de komende tijd mee door in NRC, maar niet op deze plaats. Het afgelopen jaar begon juist de vorm van de column te knellen, als een mooie maar iets te strakke broek. Juist de broodnodige opwinding over de actualiteit waarop columns gedijen, begon bij mij af te nemen. Rutte I had ik gevolgd, en Rutte II, en Rutte III.

Had ik nog zin in Rutte IV en V?

Als ik de bakens eens zou verzetten?

Een paar maanden geleden heb ik de knoop doorgehakt. Ik ga stoppen met mijn column.

Ik zal het ongetwijfeld missen, het wekelijkse ritme, ik ben ermee vergroeid geraakt. En ook de directe nabijheid van de lezers, de interessante, sympathieke en kritische reacties. Zelfs voor de haters, en zeker voor de obsessieve haters, heb ik altijd een stille fascinatie gekoesterd.

Maar het essay lonkt, het grote opiniestuk, en ook vaker een interview, en ook projecten van langere adem – ik heb er zin in. Door de wekelijkse druk was daar de afgelopen jaren te weinig tijd voor.

Nu ben ik een weekje weg. Daarna volgt de finale.

Dan is het mooi geweest.

Bas Heijne neemt eind juni afscheid als columnist, maar blijft vast verbonden aan NRC en zal regelmatig essays, recensies en interviews schrijven. Vanaf september schrijft Tommy Wieringa wekelijks een column op deze plek.
    • Bas Heijne