Duitsers willen 1,5 miljard dollar voor alle olympiërs

De Duitse atletencommissie verlangt voor alle olympische sporters, in ruil voor de commerciële beperkingen, 25 procent van de miljardeninkomsten van het Internationaal Olympisch Comité.

De olympische ringen, hier op het strand van Gangneung, Zuid-Korea, zijn miljarden dollars waard. Foto Kim Hong-Ji/Reuters

Welke sporter wil voor deelname aan Olympische Spelen niet met pakweg honderdduizend dollar [85.000 euro] gecompenseerd worden voor gederfde sponsorinkomsten? De vraag stellen, is ’m beantwoorden. Iedereen, toch?

Als de atletencommissie van het Duits Olympisch Comité (DOSB) haar zin krijgt, komt zo’n vergoeding er. Zij bepleit in een open brief aan Thomas Bach, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), de sporters schadeloos te stellen voor het verbod op sponsoruitingen en het afstaan van hun portretrechten tijdens de Spelen.

De Duitse sporters verlangen in ruil voor de commerciële beperkingen 25 procent van de 5,7 miljard dollar aan inkomsten, die het IOC elke vier jaar uit marketing- en tv-rechten ontvangt. Zij stellen voor die bijna 1,5 miljard dollar hoofdelijk over de pakweg 14.000 zomer- en wintersporters te verdelen – wat neerkomt op ongeveer een ton per persoon.

Voor olympische sporters is het zaak zich nog niet rijk te rekenen, want de kans van slagen is miniem. De grondhouding van het IOC is afwijzend. Zij veroordeelt in een eerste reactie het voorstel weliswaar niet, maar werpt tegen dat 90 procent van haar inkomsten ten goede komt aan de sport. Onder meer aan het solidariteitsfonds, dat sporters in arme landen de kans biedt zich voor te bereiden op en deel te nemen aan de Spelen.

Regel 40

Bron van jarenlange ergernis bij sporters is regel 40 van het olympisch handvest, dat elke sponsoruiting tijdens Spelen verbiedt. In IOC-jargon heet dat de frozen period. In veel landen, waaronder Duitsland en Nederlands, moeten olympische deelnemers bovendien een contract tekenen waarmee veel persoonlijke rechten aan het nationale olympisch comité en het IOC worden overgedragen. Veel sporters voelen zich een gevangene van die verplichting. Het IOC garandeert met regel 40 sponsors exclusiviteit tijdens de Spelen.

De Duitse atletencommissie stelt regel 40 niet ter discussie, maar vindt een schadeloosstelling op zijn plaats „in de economisch belangrijkste periode van een sportcarrière”. Zij wordt gevoed door de Duitse mededingingsautoriteit, die actie onderneemt tegen het Duitse olympisch comité – en indirect het IOC – vanwege de ingeperkte vrijheden van sporters. In de brief aan Bach schrijven de Duitse sporters, dat regel 40 huns inziens in strijd is met de Duitse en Europese wetgeving ten aanzien van vrije beroepsuitoefening.

Naast een tegemoetkoming aan de sporters, verlangt de Duitse atletencommissie in haar brief een afdracht van tien procent voor de financiering van een onafhankelijke organisatie voor dopingtesten naast het wereldantidopingbureau WADA. Zij willen actie tegen het toenemende aantal internationale dopingschandalen en de aantoonbare zwakte van internationaal dopingbestrijding.

De inspanningen van de Duitse atletencommissie zouden met brede steun aan kracht winnen. Maar aan Nederland is niet om solidariteit gevraagd, meldt Hinkelien Schreuder, voorzitter van de nationale atletencommissie. Zij houdt zich inhoudelijk op de vlakte vanwege beperkte kennis over de actie in Duitsland, maar vindt wel dat sponsors tijdens Olympische Spelen enige ruimte zouden moeten krijgen. Schreuder: „Voor afgestane rechten zien de sporters nu niets terug.”

Over nut en noodzaak van regel 40 spreekt Schreuder zich evenmin krachtig uit. Binnen de atletencommissie is wel gediscussieerd over de billijkheid en proportionaliteit van die regel, maar nog geen scherp standpunt ingenomen. Wordt vervolgd, dus.

    • Henk Stouwdam