De giftige spin van Kiki Bertens

Roland Garros Ze is nummer twee van de wereld op gravel en wordt gezien als outsider voor Roland Garros, dat zondag begint. Wat maakt Kiki Bertens (26) zo’n sterke gravelspeelster?

Op gravel zie je een andere Kiki Bertens dan op hardcourt. Foto Clive Brunskill/Getty Images

Gravel maakt haar carrière. Sinds begin 2016 heeft Kiki Bertens 78 procent van haar wedstrijden op gravel gewonnen, tegen 36 procent van haar hardcourtduels in diezelfde periode. Vijf titels won ze op gravel, tegen nul op hardcourt. Bertens is nu nummer achttien van de wereld. Kijk je alleen naar de resultaten op gravel in de afgelopen jaren dan staat ze nummer twee van de wereld, berekende tennisorganisatie WTA deze week.

Kiki Bertens (26) uit Wateringen (Westland) geldt als outsider voor Roland Garros, dat zondag begint in Parijs. Wat maakt haar spel zo gevaarlijk op gravel?

‘Spaanse’ opleiding

Ze is opgegroeid op gravel. Op haar zesde begon Bertens bij de tennisschool van Martin van der Brugghen in Berkel en Rodenrijs, boven Rotterdam. Tennisvereniging Berkenrode beschikte daar als een van de weinige clubs in Nederland over indoor gravelbanen, waardoor Bertens het hele jaar door op het gemalen baksteen kon trainen, ook buiten. Vergelijkbaar met hoe talenten in Spanje, gravelland bij uitstek, worden opgeleid.

Het glijden naar hoeken is ingeslepen bij Bertens. Instinctief weet ze wat de ondergrond doet met de bal – qua snelheid, stuit, effect. Van der Brugghen liet haar van jongs af aan met topspin slaan. „Ik leer iedereen met spin vanonder de bal te komen, ook de meisjes. Dan kan je veel gevarieerder tennissen.”

Tennistechnisch was ze geen natuurtalent. Van der Brugghen, sinds eind 2016 niet meer betrokken bij de begeleiding van Bertens na een samenwerking van achttien jaar, vertelt dat ze in haar jeugdjaren „heel veel moeite moest doen om goede slagen” te leren. „Wat ze wel had: ze was gezegend met een enorm sterk lichaam, snelheid en handigheid.”

Ze slaat mannenballen

Bertens heeft voor een vrouw een vrij uitzonderlijk speltype. Waar de grote meerderheid in het vrouwencircuit ‘vlak’ slaat – directe harde strepen, zonder topspin – daar speelt Bertens veelal diepe, zware topspinballen. Haar spel ligt in lijn met hoe de meeste mannen spelen. In het mannencircuit is topspin gemeengoed, waarbij de forehand van Nadal toonaangevend is op gravel.

Bertens slaat mannenballen, zegt haar coach, Raemon Sluiter. Vooral met haar forehand kan ze tegenstandsters slopen. Het zijn giftige ballen, vol effect. Technisch gaat die slag doorgaans zo: ze maakt een relatief lange achterzwaai, komt met het racketblad ‘onder’ de bal, slaat dan ‘door’ naar boven, ‘trekt’ hem als het ware omhoog, waardoor ze veel spin meegeeft. De bal gaat dan met een boog over het net, duikt naar beneden en stuit hoog op door de rotatie.

Studio NRC

Speelsters, zeker degenen die klein zijn, moeten de bal regelmatig op schouderhoogte verwerken. Dan komen ze in de problemen met de timing en het raakpunt. Het resulteert vaak in een misser of een bal halfcourt, waarna Bertens het punt kan afmaken. „Het is moeilijk om haar onder druk te zetten”, zei Petra Kvitova, die Bertens deze maand versloeg in de finale van het toernooi in Madrid. „Ze kan doen wat ze wil.”

In 2015 werd Sluiter door Van der Brugghen aangesteld als coach van Bertens. Een van de redenen was dat de oud-prof vlak slaat, waardoor het in oefensessies lijkt alsof Bertens tegen een van haar concurrenten speelt. Sluiter, die met zowel backhand als forehand dubbelhandig speelt: „Ik ben altijd meer een damestennisser geweest. Als ik met Kiki speel, en ik loop de ballen op schouderhoogte weg te harken, dan moet het veel van die meiden ook veel moeite kosten.”

Dat was duidelijk te zien in de derde ronde in Madrid tegen Caroline Wozniacki, de Deense nummer twee van de wereld. Zij kreeg geen grip op de spinballen, die ze veelal op schouderhoogte moest nemen. Doordat de banen in Madrid op hoogte liggen, stuitten de ballen extra op. Wozniacki won slechts vier games.

Topspin is belangrijk, maar het is het totaalpakket waarmee Bertens speelsters kan ontregelen op gravel. Ze heeft een uitstekende service en speelt met veel variatie vanaf de baseline. Ze verrast regelmatig met dropshots. Haar backhand wisselt ze af met slice en een ‘geslagen’ bal. En ze is handig aan het net met volleys en korte balletjes.

Het is niet zo zwart-wit dat als je geen topspin speelt, je niets te zoeken hebt op gravel. Maria Sjarapova (2012, 2014) en Garbiñe Muguruza (2016) wonnen Roland Garros, zij staan er beiden om bekend vlak en direct te spelen.

Mentale kwestie

Op gravel zie je een andere Bertens dan op hardcourt. Het vertrouwen, de uitstraling, de zuiverheid waarmee ze slaat; het is een wereld van verschil. Vorige maand zei Bertens dat het „mentaal” is. „Mijn niveau is misschien twintig procent beter [op gravel], maar in mijn hoofd voel ik me tachtig procent beter.”

Van der Brugghen: „Door haar omgeving en door de media wordt steeds gezegd: je bent heel erg goed op gravel, dat versterkt haar overtuiging. Dat gaat hand in hand met het feit dat veel vrouwen het juist verschrikkelijk vinden om tegen haar op gravel te spelen.”

Hardcourt ligt haar technisch ook minder. Op gravel gaat het spel een fractie langzamer, de korrelige bovenlaag vertraagt de bal. Dat geeft Bertens de tijd haar grote achterzwaai te maken. Op het snellere hardcourt komt ze daarmee soms in tijdnood, met missers of halve ballen tot gevolg. En haar forehands werken minder ontwrichtend, door de lagere stuit. Ook kan ze niet zo glijden als op gravel.

Kiki Bertens in actie tijdens het toernooi van Madrid.

Foto Francisco Seco/AP

In januari verloor ze op de Australian Open, op hardcourt, van Wozniacki. Die kreeg daar in tegenstelling tot in Madrid de ballen op heuphoogte en kon zo het spelletje spelen dat zij wil: rally’s met vlakke ballen in hoog tempo. Precies zoals Bertens het niet wil.

Vorig seizoen verloor Bertens zeventien keer op hardcourt, tegenover acht zeges. Sluiter: „Het verschil [tussen gravel en hardcourt] is de laatste jaren te groot geweest. Ze is er bijna zelf in gaan geloven dat ze het op hardcourt niet kan. Maar ze kan van goede speelsters winnen op hardcourt.” Onlangs had ze matchpoints tegen Venus Williams, maar ze liet het Amerikaanse icoon ontsnappen.

Yoga en de rust

Sinds dit seizoen doet Bertens aan yoga. Na een jaar met negativisme, een gebrek aan motivatie, tekenen van overspannenheid en twijfels over het voorzetten van haar carrière („het was echt een hel, ik wilde echt niet meer”) zocht ze onder meer naar innerlijke rust, mindfulness.

Ze zegt het woord wel een keer of tien tijdens een gesprek met drie kranten, vorige week: ze is rustiger geworden, probeert meer te relativeren en niet meer in paniek te raken bij de eerste de beste tegenslag. Ze heeft een app op haar telefoon waar ze yogalessen volgt, ze doet onder meer ademhalingsoefeningen. „Het is even een relaxmomentje, terwijl je toch bezig bent, maar je laat alles los. Even geen prikkels van andere dingen.”

Ze is door de oefeningen leniger geworden in haar heupen. Bertens: „Daarin zit je als tennisser, en ik vooral, erg vast. En qua schouders ook. Met yoga kom je zoveel losser en wordt alles soepeler. Waardoor het makkelijker bewegen is, ballen uit hoeken haalt, vooral korte ballen.”

Sluiter vertelt dat ze aan haar forehandkant moeite had om ‘over’ haar rechterheup heen te komen en met haar rechterbeen te glijden, als ze de hoeken in moest om een bal te redden. „Dan liep ze eigenlijk rechtdoor en rechtop naar die bal toe.”

Nu ziet hij dat ze beter in staat is om een dropshot aan haar forehandkant te halen of in verdedigende positie makkelijker een forehandslice slaat, met een soort squashslag.

Afscheid van de extreme greep

Het was misschien de meest ingrijpende aanpassing aan haar techniek. Bertens was achttien en net Nederlands kampioen geworden, toen Van der Brugghen besloot in te grijpen. Ze had een extreem ‘platte’ greep voor haar forehandslag, waarbij ze de steel als het ware aan de onderkant vasthield.

Van der Brugghen draaide de greep grofweg een kwartslag terug, naar een neutrale greep. Dat zorgde er onder meer voor dat ze meer kon domineren vanuit het achterveld. Bertens: „Destijds kon ik alleen maar spinnen, ik kon geen bal ‘wegslaan’. Op mijn forehand bracht ik eigenlijk alles alleen maar terug. Nu kan ik veel meer vaart in die ballen leggen. Ik durf wel te zeggen dat als ik zo had blijven spelen, ik hier nu niet had gestaan.”

Volgens Van der Brugghen duurde het jaren voor ze de nieuwe greep onder controle had, en kostte het haar wedstrijden. Sluiter geeft de credits aan Van der Brugghen. „Heel veel trainers zouden ervoor kiezen om de boel maar te laten, want er was succes. Haar ontwikkeling als tennisster heeft daarin altijd voorop gestaan.”

Roland Garros wacht. Garanties zijn er niet. Vrijdag verloor Bertens na een marathon van de Belgische Kirsten Flipkens in de kwartfinale van Neurenberg, het graveltoernooi dat ze de laatste twee jaar won.

    • Steven Verseput