Opinie

    • Hugo Camps

Bevlekte trui

Bijna drie weken was Simon Yates ongenaakbaar in de Giro. Hij won drie ritten, was veruit de beste klimmer, speelde met de tegenstand. Niets kon hem gebeuren. In de eerste bergetappe van een verwoestend drieluik in de laatste week viel de leider op de slotklim van de Prato Nevoso stil. Een dag later werd hij op minuten gereden. De ineenstorting was totaal. Het was een vooroorlogs drama. Het was lang geleden dat de leider in een grote ronde zo finaal door zijn pijnbodem zakte. Op de Colle Delle Finestre, een sloper van 18,5 kilometer, werd hij helemaal in de vernieling gereden. De 25-jarige Ronde-komeet gedegradeerd tot voetvolk.

Op dezelfde col ontbond Chris Froome zijn duivels. Hij ging solo over het dak van de Giro. Een wedergeboorte. Drie weken lang werd de ex-Tourwinnaar afgeschreven. Op de klimmetjes moest hij lossen en zijn tijdrit was allesbehalve verpletterend. Zijn Giro zou een lijdensverhaal worden, was de conclusie van wielerfilosofen.

Op de eerste Alpenreus, 80 kilometer voor de meet, ging Froome de hort op. Een klassementsrijder die aan zo’n lange solo begint, is uit de tijd. Alleen een curiosum als Froome waagt zich aan zo’n prehistorische pretentie. Froome is nog steeds de kampioen van het onverwachte.

Tom Dumoulin is een ander type. Solide in de continuïteit. Pedalerend op de kracht van zijn klasse, zonder inzinkingen en spectaculaire uitschieters. Je ziet hem nooit echt in extase, altijd beredeneerd. Ook in zijn commentaar verliest hij zich niet in euforische metaforen. Tom blijft Nederlands spreken met een Limburgs accent.

In de piekkunst van het hedendaagse wielrennen zou je hem een beetje saai kunnen noemen. Geen verbale dondersteen, geen grapjas, geen provocateur. Toch houdt Nederland van Tom Dumoulin met een liefde die de tijd van Joop Zoetemelk benadert. De emotie is gebaseerd op respect, meer dan op hysterie. De liefde van het volk is vooral een expressie van ontzag.

Dumoulin is de vaandeldrager van het nieuwe wielrennen in de presentatie van zijn exploten. Vrij van compassie en bombarie, niet eens prikkeldraad als getuige. Hij belichaamt de sociale emancipatie in het wielrennen. De agrarische component is uit de koers verdwenen. Geen bietenhumor meer. Het geheim van Dumoulin zit in het hoofd. Rotsvast in het zelfvertrouwen, slimme renner zonder leep te zijn. Dumoulin wankelt alleen bij overmacht. In zelfverzekerdheid kent hij in het Nederlandse cyclisme zijn gelijke niet. In het diepste van zichzelf niet omver te blazen, ook niet door malheur.

Na zijn duel met Simon Yates begon de hallucinante tweestrijd met Chris Froome. Een secondenstrijd. Uiteindelijk soleerde de Brit zich in de roze trui. Een bijna buitenaardse prestatie conform het hele verloop van de Giro. Er is ontzettend hard gekoerst in deze Ronde van Italië. Niet op berekening, maar op bravoure. Bijna dagelijks een fysieke uitputtingsslag, met de beklimming van de Zoncolan als grootste spook.

Het exploot van Froome is indrukwekkend, misschien wel legendarisch. Maar toch ligt er een donkere sluier over. Eigenlijk had de Brit de Giro niet mogen rijden. Nog steeds is er geen duidelijkheid over zijn schorsing voor overmatig pufgebruik. De Giro van Froome is geen winst voor het wielrennen. Zijn atletische vermogen mag dan nog de monden open doen vallen, zijn roze trui blijft bevlekt. Er zit weinig eergevoel in. Tom Dumoulin is de morele winnaar.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps