opinie

    • Auke Kok

Als Manu ophoudt met grijnzen, houdt alles op

Omdat hij uitgeprocedeerd is, en geen geld heeft, en misschien ook wel omdat hij verder toch niets te doen heeft, staart Manu langdurig naar een houten stelling met oude spullen. Uit de stelling, ‘ruilkast’ staat erop geschilderd, plukt Manu twee zwarte laarzen. Bekijkt ze van alle kanten. De Ivoriaan van een jaar of veertig neemt er alle tijd voor in de Rudolf Dieselstraat, waar het op deze voorjaarsavond stil is en, nogal verbazingwekkend gezien sommige heftige publicaties, vredig.

Een merel zingt op het pannendak boven een pand met een spandoek aan de gevel, een duif koert in een spar. Verder is er niets te horen. Manu besluit over te gaan tot de aanschaf, nou ja, aanschaf, van de laarzen. Troont ze mee naar zijn gekraakte rijtjeshuis. Laat ze binnen aan zijn vriend zien, die knikt, uitdrukkingsloos: het zal wel.

Het zal wel. Zo denkt Manu er ook over. Over alles, eigenlijk. Hier in de Rudolf Dieselstraat, vlak achter de Ringdijk die de grens vormt tussen de Watergraafsmeer en de Transvaalbuurt, zal alles wel.

De asielzoekers die een twintigtal woningen hebben gekraakt horen hier niet, de huisjes horen er nog maar even: binnenkort is alles weg. Op 1 juni moeten de zestig asielzoekers, veelal Afrikanen, die al jaren van de ene plek naar de andere trekken in Amsterdam, wegwezen. Bulldozers zullen hun werk doen, de puincontainers staan al klaar op straat. Het spandoek met We are here zal elders moeten hangen.

Maar waar? Manu grijnst onder een zwart mutsje, zijn dreads hangen roerloos langs zijn verweerde gezicht. Hij grijnst ondanks de verstikkende lucht van stof en vuil in zijn woon- en slaapvertrek, de matrassen op de grond, het schelle peertje boven hem. „Al zes jaar reikt mijn toekomst niet verder dan overmorgen”, zegt hij bijna poëtisch, hij is kunstenaar. Manu neemt het leven zoals het komt, zo lang hij maar niet terug hoeft naar Ivoorkust waar het volgens de officiële normen veilig is.

Normen heeft Manu alleen nog wat betreft de omgang met de Amsterdammers: hij lacht iedereen vriendelijk toe. Overlast? Zachtmoedig en begripvol knikt hij, Manu begrijpt de klachten. „Het is voor iedereen moeilijk.” Toch zal hij niet zeggen dat het slecht gaat. Of dat het goed gaat. Of dat hij optimistisch is. Of pessimistisch. Manu en de vriend met wie hij de kamer deelt zijn het duiden voorbij. Wat valt er te duiden in een buurtje vol rommel als tussenstap naar een volgend buurtje met rommel? Waar opnieuw niemand op je zit te wachten?

Dankzij de hulp van vrijwilligers gaat het, zolang het gaat. Manu zegt het met een grijns, want als hij ophoudt met grijnzen, houdt alles op. Blijven grijnzen moet hij, omdat er een dak boven zijn hoofd zit, omdat hij vrienden heeft, omdat er, voor zover hij dat kan overzien, niets ergs te gebeuren staat. Morgen of overmorgen in ieder geval nog niet.

Auke Kok is schrijver en journalist.

    • Auke Kok