Foto privébezit

‘We gingen niet thuis zitten treuren om het communisme’

Jan Middendorp Jan Middendorp, het VVD-Kamerlid dat jarenlang in de Londense bankenwereld werkte, is een kind van ’68. Hij maakte zich geleidelijk los van zijn communistische ouders.

Een echte puberteit herinnert hij zich niet. Dus stiekem vond Jan Middendorp het best leuk om zich tegen zijn ouders, fervent communisten, af te zetten. Toen hij op zijn zesentwintigste bij ABN Amro ging werken, het „grootkapitaal” in de ogen van zijn ouders, heeft hij dat thuis „met veel plezier en smaak” verteld. De reactie was „afwijzend”, herinnert hij zich. „Maar er was ook humor. Ze zeiden: ‘Doe geen kwaad jongen.’ En: ‘Eigenlijk is het nutteloos wat je gaat doen.’”

Jan Middendorp (42) is de zoon van Johan Middendorp, tijdens de Maagdenhuisbezetting in 1969 voorzitter van de Algemene Studenten Vereniging Amsterdam (ASVA). Een studentenactivist, dus. En trouw lid van de CPN. De moeder van Jan Middendorp werkte ooit in de Tweede Kamer, als medewerker van de communistische partij.

„Bij ons thuis aan tafel ging het altijd over de maatschappij – en hoe die veranderd moest worden”, zegt Middendorp, die opgroeide in de Amsterdamse Rivierenbuurt, twee hoog. In de kast stonden boeken van Marx.

Hij was zich er niet van jongs af aan van bewust dat zijn ouders communisten waren. „Je hebt gewoon ouders, je weet niet beter. Maar ik ging wel mee demonstreren. Toen ik een jaar of acht was liep ik mee in de demonstratie tegen de kruisraketten, in Den Haag. Achteraf natuurlijk heel bijzonder om daar bij te zijn.”

In de weekenden en tijdens vakanties ging het gezin naar Finsterwolde, een dorp in Oost-Groningen dat bekend stond als communistisch bolwerk. Zijn ouders hadden er een huis gekocht, net als andere communisten die op en neer reisden vanuit Amsterdam. „Dat was daar goedkoop, als je maar niet te hoge standaarden had.”

In die Oost-Groningse dorpen stonden natuurlijk ook een paar „mooie grote huizen”, herinnert Middendorp zich. „Verder waren het allemaal kleine huisjes. Mijn ouders maakten daar steevast een opmerking over. Hoe de machtige boeren de landarbeiders hadden uitgebuit.”

Vijftig jaar geleden trokken jeugdige babyboomers vol idealen ten strijde tegen het oude establishment. Wat is er over van hun idealen? Hoe vormden zij de kunst en cultuur? En waarom zit het revolutionair elan anno 2018 vooral op rechts? Deze maand besteedt NRC aandacht aan revolutiejaar 1968.

Lees de verhalen via nrc.nl/1968.

Geen geweld, geen hippies

Voor de duidelijkheid, zegt Jan Middendorp: zijn ouders gebruikten geen geweld en waren geen hippies. Ze zaten „echt aan de politieke kant”. Als Middendorp van de vader van een vriendje van het montessorilyceum – „een journalist, waarschijlijk D66” – hoorde hoe „vreselijk” Oost-Duitsland was, ging zijn eigen vader hem daarna duidelijk maken „waarom die man dat helemaal verkeerd zag”. Vlak na de val van de Berlijnse muur, stapten Middendorp, toen veertien, en zijn vader in de auto. „We gingen niet thuis zitten treuren dat het communisme in elkaar was gestort, we gingen wel kíjken.”

Pas toen Middendorp zelf iets ouder werd, en boeken ging lezen, ontdekte hij dat hij een ander wereldbeeld had dan zijn ouders. Of toen hij, nog net tiener, met zijn vader op reis was in Argentinië. „Er stonden daar twee telefooncellen naast elkaar van twee verschillende telefoonmaatschappijen. Mijn vader vond: dat is helemaal nergens goed voor, het draait alleen maar om winst. En ik zei: dan hebben die mensen wat te kiezen.” 

Over Cuba kon zijn vader pochen dat ze daar de „beste oogartsen” ter wereld hadden. Waarop Middendorp tegenwierp dat je daar weinig aan hebt als je „drie uur in de rij moet staan voor wc-papier”. Waarop zijn vader zei dat Amerika Cuba kapotmaakte. Zo gingen de discussies. Altijd.

Liberaal gevoel

In 1999 zat Middendorp een jaar bij Niet Nix, de vernieuwingsbeweging van de PvdA. Naar eigen zeggen was die periode bepalend voor zijn politieke denken. „Mijn politieke volwassenwording was een geleidelijk proces, niet zozeer een kwestie van afzetten tegen mijn ouders.” Na Niet Nix wist hij het zeker, zegt hij, hij zit aan de rechterkant. „Bolkestein [VVD-leider van 1990 tot 1998, red], dat was het. Ik merkte steeds vaker: zoals de liberalen over zaken praten, dat sluit aan bij mijn gevoel. Ik vind dat mensen zelf moeten kunnen kiezen. En dat mensen heel sterk kunnen zijn, als je ze de juiste instrumenten geeft.”

Na zijn studies geologie en economie besloot Middendorp het bedrijfsleven in te gaan. Hij ging werken bij ABN Amro, op de Zuidas, waar hij fusies en overnames deed. „Het was de tijd dat ik diametraal tegenover mijn ouders stond. Zij waren flabbergasted dat ik niet voor de overheid ging werken. En ze waren geen fan van het kapitalistische bankensysteem, daar hadden ze moeite mee. Maar ze hebben nooit gezegd: je hoeft hier niet meer te komen.” 

Een paar jaar later, in 2006, besloot Middendorp zich aan te sluiten bij de VVD. En dat terwijl zijn ouders in zijn Niet Nix-tijd de sociaal-democratie „al rechts” vonden. Zijn ouders vonden het een „gekke stap”, maar tegelijk zeiden ze: een bijdrage leveren aan het politieke debat is goed. Of je het nu met elkaar eens bent of niet.

En nu Middendorp vorig jaar na vijftien jaar bedrijfsleven de overstap naar de Tweede Kamer heeft gemaakt, zijn ze trots op hun zoon. Als hij een debat heeft, volgen ze dat via internet en krijgt hij later te horen hoe hij het deed. „Ook al zit ik daar voor de VVD, in vergelijking met de bankenwereld vinden ze het een hele stap voorwaarts.”

    • Barbara Rijlaarsdam