Syrische vluchtelingen bij het Griekse dorpje Pythio aan de grens met Turkije.

Foto’s Alkis Konstantinidis/Reuters

Voor Syriërs is het leven goed in Mersin

Turkije

Gevluchte Syriërs in Turkije keren voorlopig niet terug.

Het is bloedheet in de kas waar Ahmet (20) pepers staat te plukken. Hij heeft een doek om zijn hoofd gebonden tegen het zweten. Routineus plukt hij de rijpe pepers van de planten. Het is zwaar werk dat vroeger voornamelijk werd gedaan door Koerden uit de nabijgelegen stad Mersin. Maar de afgelopen jaren is hun plaats ingenomen door Syrische vluchtelingen zoals Ahmet.

Ahmet komt uit Hasakah, een stad in het noordoosten van Syrië. Hij vluchtte vier jaar geleden naar Turkije, waar hij werkt als seizoensarbeider. Ahmet heeft geen vaste verblijfplaats. Hij woont waar werk is. In dit geval leeft hij met zijn gezin van zeven in een provisorisch tentenkamp dat is opgetrokken naast de kassen. Er is geen elektriciteit of stromend water.

„Het is moeilijk om te overleven in Turkije”, zegt Ahmet. „De omstandigheden zijn erg zwaar. Ik verdien 34 lira (omgerekend 5,90 euro) per dag, dat is nauwelijks genoeg om van rond te komen.” Desondanks heeft Ahmet geen plannen om te vertrekken uit Turkije. „Ik heb familie in Sanliurfa en wil bij hen in de buurt blijven. Als de oorlog voorbij is, willen we terugkeren naar Syrië.”

De oorlog lijkt echter nog lang niet voorbij. Dat betekent dat de 3,4 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije voorlopig niet zullen terugkeren. Dit is een groot probleem voor de Turkse regering, die de Syriërs aanvankelijk zag als tijdelijke gasten en geen beleid heeft ontwikkeld voor hun integratie. Tegelijkertijd neemt de vijandigheid tegenover Syriërs toe. Dit geldt vooral in voor armere wijken in de grote steden, waar etnische en economische spanningen samenkomen.

De rivier de Evros, de natuurlijke grens tussen Griekenland en Turkije. Alkis Konstantinidis/Reuters

Akdeniz in Mersin is zo’n wijk. Er wonen voornamelijk Koerden die tijdens de burgeroorlog in de jaren negentig zijn gevlucht uit het zuidoosten van Turkije. Ze werken als seizoensarbeider of doen ander laagbetaald werk, zoals het ophalen van oud papier. „Eerst hadden we veel moeite om met de Syriërs samen te leven”, zegt Ferhat, een Koerd uit Akdeniz. „We hadden vooroordelen en vreesden dat ze onze banen zouden inpikken.”

Daar kwam bij dat overheidsinstellingen diensten in het Arabisch aanboden aan Syriërs. „We hebben zoveel strijd geleverd om de Koerdische taal erkend te krijgen”, zegt Ferhat. „En deze mensen mogen Arabische naamborden boven hun winkels hangen en krijgen Arabisch onderwijs aangeboden. Ons ongenoegen was niet zozeer gericht tegen de Syriërs, maar tegen de overheid. Waarom doen ze zoveel voor hun en niet voor ons?”

De spanningen leiden soms zelfs tot geweld. In april vorig jaar brak er een grote vechtpartij uit tussen Syrische seizoensarbeiders en de inwoners van een dorp buiten Mersin. „Twee Syriërs stalen pesticiden uit een tuin”, vertelt Selim, een medewerker van een lokale ngo. „Maar de eigenaar betrapte ze en sloeg ze in elkaar. Eén van hen raakte bewusteloos. De ander ging terug naar het tentenkamp en zei dat zijn vriend vermoord was.”

Daarop trokken honderden Syrische seizoensarbeiders met stokken en stenen naar het dorp om verhaal te halen. „ De dorpelingen trommelden familieleden uit Mersin op en het kwam tot een confrontatie. Gelukkig wist de politie de gemoederen te kalmeren. De volgende dag heeft de politie het tentenkamp van de seizoensarbeiders ontruimd.”

De sociale spanningen kunnen een reden zijn dat er de laatste tijd meer vluchtelingen vertrekken uit Turkije. In de eerste vier maanden van dit jaar kwamen 10.700 migranten aan in Griekenland via de eilanden. Nog eens 6.100 mensen gingen via land de Turks-Griekse grens over, negen keer zo veel als vorig jaar. Het is moeilijk om de precieze oorzaak van deze toename vast te stellen. Uit onderzoek blijkt dat de meeste Syriërs in Mersin willen blijven, zelfs als de oorlog voorbij is.

„Het leven is goed in Mersin”, zegt een Syrische winkelier die anoniem wil blijven. „Er zijn enkele incidenten geweest, maar ik heb nooit iets van de spanningen gemerkt.” Hij vluchtte vier jaar geleden met zijn familie uit Latakia. „Mijn ouders zijn naar Duitsland vertrokken, maar ik wil hier niet weg. Ik heb hier een winkel geopend en een gezin gesticht. Nu probeer ik mijn ouders over te halen om hierheen te komen.”

De Turkse regering lijkt zich inmiddels te realiseren dat de meeste Syriërs voorlopig zullen blijven. De prijs van een werkvergunning is verlaagd, bedrijven worden gestimuleerd Syriërs in dienst te nemen. Ook wil de regering het onderwijs verbeteren. Ongeveer 400.000 vluchtelingenkinderen (43 procent van de kinderen in de schoolleeftijd) gaan niet naar school.

„De meeste Syriërs met geld of een goede opleiding zijn al vertrokken naar Europa”, zegt Abedin Yagmur, een journalist uit Mersin die schrijft over de vluchtelingenproblematiek. „Degenen die zijn gebleven hebben hier een leven opgebouwd. Sommigen dienen wellicht een verzoek in voor hervestiging in Europa. Maar die weg is sinds de vluchtelingendeal voor de meeste Syriërs gesloten. De mensen die nu vertrekken zijn wanhopig. Ze hebben niets te verliezen.”