opinie

    • Linda Duits

Tolerantie voor lhbt’ers blijkt een dun laagje vernis

Het SCP-onderzoek over homo-acceptatie is helemaal niet zo positief, menen en . „Zij die niet in handige hokjes passen, leiden nog steeds verborgen levens.”

Foto Luuk van der Lee / HH

Het is zo’n nieuwsbericht waardoor Nederlanders zich lekker voelen. We zijn volgens het SCP steeds positiever over homoseksualiteit en genderdiversiteit. Dat sluit aan bij onze nationale inborst: tolerantie is our middle name, en iedereen die dat niet onderschrijft moet oprotten naar zijn eigen land. Helaas is het een dun laagje vernis: de acceptatie van LHBTI’ers in Nederland stemt niet vrolijk, maar somber.

Nederlanders weten heel goed dat ze in enquêtes horen aan te geven dat homo’s en lesbiennes hun leven moeten mogen leiden zoals ze dat willen. 92 procent doet dat dan ook. Maar als onderzoekers ook maar een klein beetje onder de oppervlakte schrapen, blijkt het beeld anders te liggen. In het SCP-onderzoek worden twaalf stellingen voorgelegd aan respondenten – het geeft dus een klein inkijkje in de opvattingen. Dan zien we dat liefst 29 procent het aanstootgevend vindt als twee mannen in het openbaar zoenen. De woordkeuze van de onderzoekers is hier belangrijk: het gaat niet om ‘dat zie ik liever niet’, nee: men neemt er aanstoot aan. Seks tussen homoseksuele mannen vindt 21 procent ‘walgelijk’. Laat dat woord even op u inwerken.

Om toch een positieve draai te geven aan deze cijfers worden ze vergeleken met het eerste moment dat het SCP deze opvattingen onderzocht: 2006. Ja, er is een stijgende lijn is, maar die lijn stijgt tergend traag. Als we verder kijken dan deze surveyvragen, treffen we een samenleving die nog steeds doordrenkt is van homofobie.

‘Homo’ is het populairste scheldwoord op Nederlandse schoolpleinen. Het Jeugdjournaal maakte er in maart een mooie reportage over. Aanleiding waren de grappen in programma’s als Voetbal Inside en scheldpartijen op straat in een aantal strafzaken. De 14-jarige Daan kwam aan het woord en legde uit wat LHBTI’ers dagelijks voelen: hoe kun je je nu goed voelen bij wie je bent als op het schoolplein jouw geaardheid als een acceptabel scheldwoord wordt gezien? Een wezenskenmerk van wie je bent wordt door een grote groep Nederlanders ervaren als iets dat zo verwerpelijk is dat je er anderen mee kunt beledigen en dat zo afwijkend is dat je er grapjes over kunt maken op tv. En nog erger: iedereen lacht mee. Schelden met ‘homo’ is niet hetzelfde als schelden met ‘klootzak’.

Toch lijkt justitie die mening toegedaan. Antihomogeweld wordt nauwelijks juridisch erkend. Terwijl zeven op de tien LHBTI’ers in hun leven te maken krijgt met fysiek of verbaal geweld, leidt dit zelden tot vervolging. De aangiftebereidheid is laag, omdat er nauwelijks iets mee wordt gedaan. Ieder jaar zijn er slechts zeven veroordelingen.

Dezelfde ‘tolerante’ Nederlander die ‘Geer en Goor’ leuk vindt, vindt genderneutraal taalgebruik ‘waanzin’ en bestempelt mensen die opkomen voor een inclusievere samenleving als ‘drammers’. We staan op plaats 11 in de Rainbow Index, een rangschikking van Europese landen op basis van een evaluatie van wetten en beleid over LHBTI’ers. Boven ons tien landen die de rechtspositie van hun LHBTI-burgers beter hebben geregeld.

Schijntolerantie onderdeel van onze nationale identiteit

Socioloog Laurens Buijs spreekt van ‘de Nederlandse paradox’: onze samenleving lijkt in enquêtes progressiever te worden, maar LHBTI’ers lopen nog altijd tegen uitsluiting aan. Mensen die niet in handige hokjes passen leiden nog steeds verborgen levens. Ze worden alleen getolereerd als er niets van hun seksualiteit zichtbaar is in de publieke ruimte. Wanneer de achterblijvende acceptatie van LHBTI’ers aan de kaak wordt gesteld, wordt steevast gewezen naar nieuwkomers in ons land. Zij zouden debet zijn aan het percentage walgers. Dat is niet alleen feitelijk onjuist, het laat bovendien zien hoe schijntolerantie onderdeel van onze nationale identiteit is geworden. ‘Homonationalisme’ is de term die sociaalwetenschappers hiervoor gebruiken: de ogenschijnlijke omarming van homoseksualiteit is onderdeel van een groeiende afkeer van moslims. ‘Wij’ zijn beschaafd en vinden homo’s tof, ‘zij’ niet.

Beleidsvoorstellen blijven hangen bij een vrijblijvende inzet en politici hebben de mond vol van emancipatiebeleid, maar hoeven nooit concreet te worden. Acceptatie kan je natuurlijk niet afdwingen. Je kunt wel mensen aanspreken op hun achterblijvende en discriminatoire opvattingen, je kunt rechten formuleren en garanderen en je kunt uitsluiting en geweld passend bestraffen. Het is prachtig dat Nederland LHBTI-acceptatie als nationale waarde ziet, het is de hoogste tijd dat waar te maken.

    • Linda Duits