Spannende passages uit de Odyssee

2.987 vwo-leerlingen maakten woensdag het examen Grieks. Dichter, poëziecriticus en classicus Piet Gerbrandy deed het ook.

Toen ik in 1976 klassieke talen ging studeren, verklaarden vriend en vijand mij voor gek: die vakken waren volslagen achterhaald en zouden ongetwijfeld binnenkort op de meeste scholen worden afgeschaft, waarna je als classicus tot werkloosheid gedoemd was. Daar kwam bij dat over de klassieke auteurs zo langzamerhand wel alles bekend was, dus wetenschappelijk viel er al evenmin eer aan te behalen. Maar zie, 42 jaar later zijn er nog steeds gymnasiasten die voor hun eindexamen Homerus lezen, en wereldwijd is het academisch debat rond de interpretatie en waardering van de grote klassieken booming business. Goethe, die in het examen van dit jaar geciteerd wordt, constateert dat Homerus’ Ilias en Odyssee even onverwoestbaar zijn als de Germaanse goden, ‘die elkaar ’s ochtends in stukken hakken en ’s middags weer met ongeschonden ledematen aan tafel zitten’.

De examenstof van dit jaar bestond uit een aantal spannende passages uit de Odyssee, en in het examen worden daaruit twee fragmenten voorgelegd waarover de kandidaten een twintigtal vragen moeten beantwoorden. Zo wordt getoetst of ze het Grieks goed hebben bestudeerd, en of ze enige greep hebben op de inhoud. Daarnaast moeten ze een ongeziene tekst van zestien regels, eveneens uit de Odyssee, vertalen. De twee voorgelegde tekstfragmenten behoren tot de absolute hoogtepunten van de Odyssee: Odysseus’ ontmoeting met Nausicaä, en het moment waarop hij, na de moord op zijn rivalen, keurig schoongewassen tegenover zijn vrouw Penelope zit, maar door haar met ijzige afstandelijkheid bejegend wordt.

Als ik afga op mijn ervaring als leraar (mijn laatste leerlingen deden examen in 2004), vermoed ik dat dit, voor wie een beetje heeft opgelet, geen moeilijk examen is. De vragen toetsen wat ze moeten toetsen. Vertelt Odysseus Nausicaä dat hij bij een van zijn reizen ‘veel volk bij zich had’, dan moeten de leerlingen begrijpen dat hij impliciet aangeeft hoe machtig hij ooit was. Ook een vraag over het metrum ontbreekt niet.

Toch zie ik wel een paar gemiste kansen. De subtiliteit waarmee Odysseus het meisje nét niet staat te verleiden en de discrete wijze waarop zij daar níet op ingaat had een mooie vraag kunnen opleveren, evenals het pijnlijke gesprek tussen de held en zijn echtgenote, die elkaar aanspreken met het bijvoeglijk naamwoord daimonios (door een demon bezeten), waarvan het niet zo eenvoudig is de gevoelswaarde aan te geven. Ten slotte blijkt uit het examen niet dat men kennis heeft moeten nemen van de Homerus-interpretatie van na 1960. Dat lijkt me jammer.

    • Piet Gerbrandy