opinie

    • Rob van Essen

Roth en zijn stijl: een monument van ruisend gruis

Bij de dood van Philip Roth Ach, die Nobelprijs. De woorden van Roth blijven tóch wel, springlevend als ze zijn. Ze wemelen, verdringen elkaar, de boeken duwen elkaar uit de kast, bij recensent Rob van Essen thuis.

‘Als Newark van de kaart wordt geveegd zou je het aan de hand van de boeken van Roth zó weer kunnen opbouwen.’ Foto Bob Peterson/Time Life Pictures/Getty Images

Roth ging dood en meteen plaatsten mensen op Twitter foto’s van de boeken van hem die ze in hun boekenkast hadden staan. Keurige ruggetjes naast elkaar – en daar verbaasde ik me over, hoe keurig die boeken op die foto’s in het gelid stonden, zwijgend, roerloos, recht. In mijn boekenkast kun je de boeken van Roth niet netjes naast elkaar zetten, ze staan bol van alle woorden die ze bevatten, ze verdringen elkaar, die woorden, als ik Roth lees komt er vrijwel altijd een moment dat ik het boek van me af gooi en roep: wat is dit, wordt deze man per woord betaald?! Ze wemelen, die woorden, ze drukken elkaar de pagina af, het boek uit, en de boeken drukken elkaar van de plank, ik loop bij mij thuis voortdurend boeken van Roth op te rapen en terug te zetten.

Een paar jaar geleden heb ik Roths boeken op de onderste plank gezet, dan vallen ze tenminste niet zo hard. Soms hoor ik door de stofzuigerslang een somber maar uiterst levendig geratel omhoog schieten en dan weet ik dat ik weer wat woorden van Roth heb opgezogen. Soms tref ik onder de boekenkast een aantal straten van Newark aan en die probeer ik dan weer terug te stoppen in het boek waaruit ze zijn gevallen. Maar de vraag is dan natuurlijk uit welk boek ze gevallen zijn, het kan bijna elke roman zijn, het is om gek van te worden, steeds weer die straten van Newark, als Newark van de kaart wordt geveegd zou je het aan de hand van de boeken van Roth zó weer kunnen opbouwen – maar dan volledig opgetrokken uit woorden, en in woorden kan je, zoals bekend, niet wonen; dit in tegenstelling tot, en ik zal dat dan toch nog maar even benadrukken, huizen zonder boekenkasten.

Toch is het goed om foto’s van boeken te plaatsen als er een schrijver doodgaat, want die boeken leven nog, dus eigenlijk valt alles nog mee. En nu geen valse romantiek, Roth is niet doodgegaan omdat hij ophield met schrijven, hij ging dood omdat hij ophield met leven. Tussen zijn besluit te stoppen met schrijven en zijn dood zat vijf en een half jaar. Je zou willen dat meer schrijvers zouden stoppen met schrijven, misschien moet het comité dat elk jaar (nou ja, toch bijna elk jaar) bepaalt wie de Nobelprijs voor Literatuur krijgt vervangen worden door een comité dat elk jaar een schrijver uitkiest die er nu maar eens mee moet ophouden.

De schrijver is dood, maar in mijn boekenkast gaan z’n boeken nog steeds als gekken tekeer

Roth en de Nobelprijs, ook daar stond Twitter vol mee. Dan zal hij hem nooit gekregen hebben – is dat echt wat er aan zijn carrière ontbreekt? Wees blij, zou ik zeggen, zeker nu we weten welk gezelschap bepaalt wie die prijs krijgt. (En toen ze het dan toch weer eens aandurfden een Amerikaan te bekronen, kozen ze uit alle schrijvers die konden schrijven een zanger die niet kon zingen.) Er moet een Rothprijs in het leven worden geroepen die slechts één keer wordt uitgereikt, en wel postuum, en wel aan de man zelf. Zijn we daar ook vanaf. Alle schrijvers krijgen voortaan na hun dood een eenmalige naar hem- of haarzelf genoemde prijs en alle andere literaire prijzen schaffen we af. Is dat een idee?

De schrijver is dood, maar in mijn boekenkast gaan z’n boeken nog steeds als gekken tekeer. Nog geen minuut stilte kan eraf. Het beste monument voor Roth zou een muur zijn met een gat waaruit als ruisend gruis een oneindige hoeveelheid woorden stroomt. En daar sta je dan als lezer, tot aan je knieën in de woorden en je weet: ik kan alleen maar gaan liggen, ik moet me laten bedelven, verzet is zinloos, ik moet me op de grond uitstrekken zoals Zuckerman toen hij last van zijn rug had en het over me heen laten komen. Je kan natuurlijk ook een boek van een andere schrijver uit de kast pakken en misschien valt dat zelfs aan te raden maar opeens lijken die andere boeken zo tam.

    • Rob van Essen