Opinie

    • Auke Hulst

Roth en de politiek: toen Philip over Tricky schreef

Bij de dood van Philip Roth Een van Roths minst bekende boeken is Our Gang, een genadeloos grappige ontmanteling van de controversiële president Nixon. Het inspireert schrijver Auke Hulst.

Philip Roth tijdens zijn verblijf in de artist's retreat Yaddo, in de Amerikaanse staat New York. Foto Bob Peterson/Getty images

‘Ik ben een schrijver, maar ik ben niet Emile Zola’, zei Philip Roth in 1981. Dit was naar aanleiding van de ‘kwestie Kathy Boudin’. Boudin was lid van de extreem-linkse actiegroep The Weather Underground en betrokken bij een overval waarbij twee politieagenten de dood vonden. Activisten zagen haar als een moderne Dreyfuss, maar Roth wenste zich niet aan te sluiten bij de roep om haar vrijlating.

Was hij dus geen politiek schrijver? Integendeel. Het hele oeuvre van Roth is van politiek doordesemd. Denk aan het dystopische The Plot Against America (2004), waarin een fascist – hoe is het mogelijk?! – president van Amerika is, denk aan The Counterlife (1986) en Operation Shylock (1993), waarin hij diep ingaat op zionisme en Israël, denk aan American Pastoral (1997) en vrijwel elke roman waarin Roth Amerika ontleedt in de politieke en maatschappelijke context van de tijd. In de jaren zeventig reisde hij bovendien veelvuldig naar communistisch Tsjechoslowakije, waar hij vriendschap sloot met schrijvers die op de zwarte lijst stonden, onder wie Milan Kundera en Vaclav Havel. Veel van hen bracht hij in het Westen onder de aandacht als samensteller van de reeks Writers from the Other Europe.

Roths meest openlijk politieke boek – en minst gelezen roman – ligt al een tijd op mijn bureau, op een grote stapel over een andere Amerikaanse gigant van de 20ste eeuw: Richard Nixon. Our Gang (1971), in het Nederlands verschenen als Tricky Dixon en zijn vrienden, is Roths afrekening met de (tot dan toe) controversieelste Amerikaanse president. Ik herlas de satire omdat ik momenteel zelf werk aan een roman over Nixon, geen satire overigens, werktitel: Zoeklicht op het gazon. (Searchlight was Nixons codenaam). Misschien zou het nu meer voor de hand liggen een roman over Trump te schrijven, maar zo gelaagd als Nixon was, zo plat is Trump, de één een neurotisch, beschadigd mens met grote kwaliteiten, dito feilen en innerlijke morele conflicten, de ander de eendimensionale uiting van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Een ordinaire gangster.

Om nu te zeggen dat Roth in Our Gang de grijstinten van Nixon heeft weten te treffen: nee. Het is vooral een genadeloos grappige ontmanteling van de publieke Nixon, die door Roth wordt neergezet als een hypocriet, een opportunist, een man die mensen in slaap sust met zijn (volmaakt getroffen) woordenbrij. Een gewiekst jurist ook, die elk argument in de knoop kan leggen. Waarmee Roth het karikaturale publieke beeld niet nuanceert maar tot kermisattractie opblaast.

Voorbeeld: wanneer, in het kader van het abortusdebat, de vicepresident suggereert dat rond de vijfde maand foetussen veranderen in trappende oproerkraaiers, meldt Tricky dat niemand in de regering dat gelooft, dat Amerika de beste foetussen ter wereld heeft, maar dat de politie zal worden ingezet tegen die paar lummels die wél hun moeder maltraiteren. En o ja, mogelijk krijgen ongeborenen stemrecht, want was hij niet ook zelf ooit een ongeboren Quaker-foetus in Californië? En was niet ook de vicepresident ooit een ongeboren foetus? En ja, oké, ook Lyin’ B. Johnson was ooit een foetus, ‘maar ik twijfel er niet aan of hij was een prominente foetus ginds in Texas voor hij zijn land ging dienen’.

Natuurlijk gaat het in Our Gang veelvuldig over de Vietnam-oorlog, hét thema van die tijd. Maar daarvoor moet u lekker het boek gaan lezen. Het eindigt met de moord op Tricky. Nu ja, eindigt? Tricky komt in de hel, en begint daar zijn zoveelste campagne. Speechend: ‘…en daarom zeg ik dat het tijdstip is aangebroken om in plaats van een verzoenende, een volkomen onverzoenlijke houding aan te nemen tegenover de God des Vredes. […] Want het is niets minder dan een ideologische strijd waarin wij verwikkeld zijn, en daarom hebben we ook een Duivel nodig die bereid en in staat is, om waar zijn idealen in het geding zijn, geen duimbreed toe te geven. […] Laat er geen twijfel over bestaan: indien ik tot Duivel word verkozen, ben ik van plan ervoor te zorgen dat het Kwaad uiteindelijk triomferen zal, ben ik van plan ervoor te zorgen dat onze kinderen en kleinkinderen de afschuwelijke gezel van Gerechtigheid en Vrede nooit zullen hoeven kennen. Ik dank u.’

Nee, Philip Roth, ik dank u.

    • Auke Hulst