Opinie

    • Toef Jaeger

Roth en de dystopie: de terugkeer van ‘America First’

Bij de dood van Philip Roth Roths populaire The Plot Against America was altijd een if-history over 1940. Sinds het presidentschap van Donald Trump heeft het een nieuwe lading gekregen, constateert recensent Toef Jaeger.

‘Trump is alleen maar een oplichter’, zei Roth over de vergelijking met Charles Lindbergh.

Voordat Philip Roth een paar boeken ging schrijven over wat het betekent om een oude man te worden, schreef hij The Plot Against America, de meest dwarse poging die hij ooit deed een ‘Great American Novel’ te schrijven. Dwars, omdat het Amerika dat in dit boek floreert, een duistere, zeg maar gerust donkerbruine versie van de Amerikaanse geschiedenis presenteert.

Het verhaal speelt zich af in de jaren veertig, waar de ‘right wing saboteurs of democracy, so-called patriots and so-called Christians’ de dienst uitmaken. Het is daags nadat Charles Lindbergh de Amerikaanse presidentsverkiezingen heeft gewonnen in plaats van Roosevelt. Omdat Lindbergh tegen Amerikaans ingrijpen in Europa is, kan Duitsland zich concentreren op de communisten. Bovendien: omdat hij een rabiate antisemiet was, wordt het klimaat voor de Joodse familie waarover het verhaal gaat, nauwelijks houdbaar. Stadse jongens worden naar het zuidelijke en westelijke platteland gestuurd voor een heropvoeding; om ze te ‘amerikaniseren’.

De roman was dus een historische dystopie, een what if-geschiedenis waarbij je opgelucht kunt ademhalen dat het zo niet is gelopen, kortom een virtuoos spel met de geschiedenis, en waarbij je, als je eerlijk bent, moet toegeven dat er uiteindelijk niet zo heel veel op het spel stond. Amerika koos verstandiger, in 1940.

En toen kwamen de presidentsverkiezingen van 2016, en opeens voegde de werkelijkheid een laag toe aan The Plot Against America: in plaats van een historische dystopie had de roman veel weg gekregen van een futuristische dystopie. Want met Lindbergh als president voelden antisemieten zich gesterkt om het masker af te doen; Jodenhaat werd mainstream. Precies zoals racisten en white supremacists zich sinds 2016 gerechtvaardigd voelen om met fakkels rond te lopen en tegen iedereen die niet roomblank is te gillen dat ze terug moeten naar hun eigen land. Extreem-rechts is mainstream geworden, dat had Roth toch maar mooi voorzien. Of zoals Roth het verwoordt in The Plot Against America: ‘And who’s next, Mr. and Mrs. America, now that the Bill of Rights is no longer the law of the land and the racial haters are running the show?

De schrijver zelf ontkende de parallellen tussen Trump en Lindbergh (beide presidenten gebruikten nota bene de leus ‘America First!’), net zoals hij er in 2004 niets van wilde weten dat je het boek kon lezen als een vorm van kritiek op het neo-isolationisme van George W. Bush. Maar de reden die Roth aanvoert dat je Lindberg en Trump niet mag vergelijken, doet naïef aan. De roman lijkt de tijdgeest beter aan te voelen dan de schrijver zelf. Want Lindbergh was, behalve een bekrompen antisemiet, tenminste eerst óók nog een echte Amerikaanse held. „Trump is alleen maar een oplichter”, zoals Roth zelf zei.

Wat The Plot Against America nu juist zo mooi laat zien, is dat Amerikaans heldendom een multi-inzetbaar begrip is, en je kunt je voorstellen dat Lindbergh ook zónder zijn heldenstatus een kans had kunnen hebben: ‘Kies voor mij of kies voor de oorlog’ (zoals Lindbergh in de roman zegt) is al net zo pakkend als ‘Make America Great Again’. En Lindbergh gebruikte zijn roem; maar Trump was ook beroemd, wat kan het schelen dat dat vanwege een reality-tv-serie was? Roth dacht dat het een façade van achterhaald heldendom zou vergen om Amerika zichzelf op democratische wijze naar de ondergang te laten leiden.

De afgelopen twee jaren hebben geleerd dat dat nog veel te optimistisch is. De geschiedenis heeft van The Plot Against America een dystopische sciencefiction-farce gemaakt.

    • Toef Jaeger