‘Nieuwe’ Royal Academy: meer ruimte voor kunst en studenten

Uitbreiding De Royal Academy in Londen werd na 250 jaar te veel museum en te weinig kunstacademie, vonden ze. Met een verbouwing en uitbreiding lijkt dat opgelost.

De Royal Academy Collection Gallery: links een zestiende-eeuwse kopie van het 'Het laatste Avondmaal' van Leonardo da Vinci. Rechts 'Taddei Tondo', een sculptuur van Michelangelo. Foto Rory Mulvey,

Als half april de Royal Academy minder dan een maand voor de feestelijke opening meer bouwput is dan museum, maakt president van de instelling Christopher Le Brun zich allerminst druk. „Deze verbouwing moet de volgende 250 jaar inluiden. Een paar dagen doorklussen na de opleverdatum is dan geen ramp. Ik zeg gewoon tegen de gasten tijdens de opening dat alles wel afkomt”, aldus Le Brun.

De laconieke houding van de president verraadt dat de Royal Academy geen doorsnee museum is. Eigenlijk mag je ook niet museum zeggen: het is een academie, waar jonge kunstenaars worden opgeleid, waar academici, gevestigde kunstenaars als Gilbert & George, Tacita Dean en Anish Kapoor, dienen als mentor, en als uithangbord. Le Brun is zelf een bekende Britse schilder en beeldhouwer. „Een van de doelen van de verbouwing was juist om aan het publiek duidelijk te maken dat wij een opleidingsinstituut zijn, dat hier ateliers zijn waar echt gewerkt en geleerd wordt”, zegt hij.

Werkelijk een probleem had de Royal Academy of Arts, de oudste kunstschool van het Verenigd Koninkrijk opgericht in 1768, nu 250 jaar geleden, niet. Toegegeven, de entree en de foyer waren vol en chaotisch, zeker in de weekenden als er grote exposities waren. De rij voor het vrouwentoilet was altijd lang. Maar dat kan je ook zien als een teken van succes.

In het boekjaar 2016-17 kwamen 1,1 miljoen bezoekers naar de Royal Acadamy. In dat jaar waren Abstract Expressionism (317.000 bezoekers) en Revolution: Russian Art 1917-1932 (209.000) de meest populaire tentoonstellingen. Met een totaal aantal bezoekers van meer dan een miljoen — dat ook in 2015-16 gehaald werd — is de dip van een aantal jaren geleden weer te boven. In 2013-2014 kwamen er slechts 789.000 bezoekers naar de Royal Academy en in 2014-2015 waren dat er 907.000.

Weston Bridge in The Lovelace Courtyard.
Foto Simon Menges
Weston Bridge in The Lovelace Courtyard.
Foto Simon Menges

Spontaniteit

Toch waren de kunstenaars die de Royal Academy bestieren niet tevreden. Ze vonden het te veel een ‘theatermuseum’ worden, waar het publiek van tevoren een duur kaartje koopt voor een afgebakend tijdslot, alsof ze podiumkunsten bezochten in het West End.

Er was geen plek voor de omvangrijke vaste collectie (academici dienen een of meerdere werken bij toetreding af te staan) die gratis tentoongesteld kon worden, zoals de andere grote musea in Londen dat wel doen. Le Brun: „We misten spontaniteit. Mensen uit de buurt die hier tijdens hun lunchpauze een kwartiertje aanwaaien. Studenten die doordeweeks een kijkje komen nemen.”

The Vaults van de Royal Academy. Foto Simon Menges

Logisch dat een museum wil etaleren wat het te bieden heeft, toch verliep de aanloop naar de uitbreiding moeizaam. Om meer ruimte te hebben moest de Royal Academy uitbreiden naar het pand aan de achterzijde, het voormalige Museum of Mankind. Dat betekende dat een verbinding gemaakt moest worden die niet alleen door de binnentuin, maar ook door de ateliers zou lopen. De docenten vreesden het dierentuineffect: toeristen zouden naar de schilderende, boetserende en beeldhouwende leerlingen gaan kijken als aapjes in een kooi. Pas na eindeloos praten, denken en tekenen kwam er een plan.

Uiteindelijk kreeg het plan van het architectenbureau van David Chipperfield, ook verbonden aan de Royal Academy, steun. Een gang van beton, uiterst industrieel en minimalistisch, verbindt nu Burlington House, uit de 17de eeuw, met 6 Burlington Gardens, het pand uit de 19de eeuw waar het Museum of Mankind ooit zat.

Alvast een spoiler: de verbouwing was op tijd gereed. De relaxte houding van president Le Brun bleek gerechtvaardigd. De Royal Academy beschikt nu over een nieuw amfitheater waar lezingen en debatten gehouden kunnen worden. Er zijn speciale zalen waar de leerlingen van de academie hun kunst kunnen tonen.

Het pronkstuk van de uitbreiding is de zaal waar een zestiende-eeuwse kopie van het Het laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci hangt naast Taddei Tondo, de enige sculptuur van Michelangelo op Britse bodem. „Het was bizar. Dat is zo’n uniek en belangrijk deel van onze collectie, maar voor de uitbreiding hing het ergens in een nis. Ik schat dat nog geen honderd mensen per jaar het zagen”, zegt Le Brun. „Vroeger was het altijd heel vredig om even naar Taddei Tondo te kijken. Dat zal nu anders zijn, maar kunst bestaat om gezien te worden.”

    • Melle Garschagen