Opinie

‘Gevallen’ vrouwen dwingen tot arbeid verjaart niet zo snel

Het verhaal over de 15.000 uitgebuite vrouwen tussen 1860 en 1973 in handen van de katholieke Zusters van de Goede Herder, deze week in NRC, kan niet anders gelezen worden dan als een terechte vraag om genoegdoening en herstel. Ook in 2018 zijn er immers nog vrouwen in leven die in de zogeheten Magdalene-wasserijen tegen hun wil zijn te werk gesteld. En daarvan nu nog de gevolgen ondervinden, fysiek en mentaal. Maar ook materieel: ze kwamen onderwijs tekort en verrichten in plaats daarvan gedwongen onbetaalde arbeid.

Nu zijn niet alle gemiste kansen in een leven op geld waardeerbaar, maar dat hier sprake is van reële schade is duidelijk. De opmerking van P. Kalbfleisch, lid van de commissie-Deetman die het onderzoek deed naar seksueel misbruik en geweld in de Katholieke Kerk, dat „niemand van werken ooit slechter is geworden”, is ronduit een belediging en een blijk van hetzelfde paternalisme dat de uitbuiting in deze gestichten ooit mogelijk maakte.

Bovendien lijkt het erop dat hier de betreffende congregatie er juist beter van is geworden. En juist niet degenen die de arbeid moesten verrichten. De correcte kwalificatie is dan uitbuiting – daar wordt een mens wel slechter van, zoals iedereen kan weten. Het is treurig dat deze eenvoudige waarheid hier herhaald moet worden.

Ooit werden deze, destijds jonge vrouwen ‘bij de nonnen’ geplaatst door hun ouders, voogdijverenigingen, de kinderbescherming of door de overheid. Het betrof een diverse groep van verweesde, verwaarloosde, misbruikte, gehandicapte kinderen; soms ongehuwd zwanger of in de prostitutie beland. Maatschappelijk opgevat als ‘gevallen vrouwen’, die de facto bij de zusters van hun vrijheid werden beroofd en te werk gesteld. In deze gestichten kwam vervolgens weer misbruik en geweld voor.

Het was een arrangement dat diep wortelde in verzuild Nederland, waarin geloofsrichtingen in grote autonomie zorg, onderwijs en sociale opvang in eigen kring mochten bieden. Onderling gold non-interventie: het toezicht van de staat was minimaal, de leerplicht werd graag geofferd aan de normen van de Orde over wat gepaste opvang is en wat niet.

De uitbuiting is goed gedocumenteerd, ook internationaal en al veel langer bekend. Het wekt tenminste verwondering dat de commissie-Deetman die misbruik en geweld binnen de Katholieke Kerk onderzocht, deze kwestie niet bij het onderzoek wilde betrekken. Daarmee liep de kerk niet alleen een kans passeren om écht schoon schip te maken, maar wordt ook de indruk bevestigd dat er een uitvlucht werd gezocht. Dat ‘dwangarbeid’ strikt genomen niet als geweld kan worden beschouwd is wel een hele beperkte invulling van dat begrip.

Inmiddels boden de Zusters van de Goede Herder excuses aan, een stap in de goede richting. Hun verweer dat de vraag om financiële compensatie is verjaard, hoeft niet te worden gehonoreerd door de rechter.

In de zaak-Rawagede, waarin nabestaanden van een oorlogsmisdrijf in toenmalig Nederlands-Indië compensatie eisten, maakte verjaring op de rechtbank geen indruk. Vooral omdat de gevolgen daarvan ‘onaanvaardbaar’ zouden zijn voor de weduwen.

Overigens heeft financiële compensatie meer waarde en meer moreel gezag, als ze juist niet hoeft te worden afgedwongen. Dit gaat ook om reputatie en aanzien. Of de Kerk zich daarvan nóg meer verlies kan permitteren laten we graag aan henzelf over.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.