Een robotje in het distributiecentrum van een warenhuis in Zhengzhou, in de provincie Henan, heeft net een pakje opgehaald en brengt het naar een medewerker.

Foto Imagine China/HH

‘In digitaal opzicht is China ons de baas’

Interview China is veel innovatiever dan in het Westen vaak gedacht wordt. „Europa is overgereguleerd”, zegt onderzoeker Mark Greeven.

Lakse omgang met intellectueel eigendom, een top-down systeem, en onderwijs dat creativiteit niet op waarde schat – er zijn redenen genoeg om sceptisch te zijn over het innovatievermogen van de tweede economie ter wereld, China.

Is innovatie wel een mogelijkheid in een land waar jongeren geweldig goed kunnen rekenen, maar vrij denken niet wordt gestimuleerd? Zeker, zegt de Nederlandse bedrijfskundige Mark Greeven (36) die korte metten maakt met het idee dat Chinezen volgzaam en dogmatisch zijn. „Ik denk dat iedereen in beginsel creatief is; je moet het vooral niet afleren. In het Chinese onderwijs komt langzaam meer het besef dat dat belangrijk is.”

Greeven schreef Business Ecosystems in China: Alibaba and Competing Baidu, Tencent, Xiaomi and LeEco (2017). Het leverde hem een plek op in de tweejaarlijkse Thinkers50, een internationale lijst met invloedrijke denkers.

De van oorsprong Rotterdamse bedrijfskundige woont zowel in Shanghai als in Hangzhou, een half uurtje verderop met de trein. In Hangzhou doceert hij aan de Zhejiang universiteit en onderzoekt hij sinds 2004 Chinese bedrijven en hun innoverende vermogen. Dat vermogen is onverwacht groot, concludeert hij. „Europa is overgereguleerd. Het leuke van China is dat het een groot experimenteel lab is. Wereldwijd bestaat dat alleen hier.”

Zijn Chinezen creatief ondanks of dankzij een gebrek aan regelgeving?

„De regelgeving is ambigu. De erfenis van het socialisme bestaat nog altijd. Voor 2004 stond een bedrijf altijd geregistreerd als collectieve onderneming. Een rode hoed op een bedrijf dat zich als een marktconforme, private onderneming gedraagt. Veel beursgenoteerde bedrijven zitten nog steeds half bij de overheid, half in de markt. Die onzekerheid over het eigenaarschap en over de toekomst van je bedrijf, heeft ondernemers heel creatief gemaakt.”

Je kunt ook zeggen dat die onzekerheid leidt tot kortetermijndenken, niet tot investeren in de diepte, tot inhoudelijke verandering.

„Juist als je gewend bent aan een omgeving die continu verandert, kun je niet op de korte termijn denken. Chinese bedrijven zijn goed in het opbouwen van een organisatiestructuur met mechanismen die continuïteit waarborgen. Je ziet bijvoorbeeld veel overvloed die moet werken als een soort buffer. Dat kunnen te veel medewerkers zijn, maar veel bedrijven hebben ook drie of vier strategieën. Bedrijfseconomisch gezien is dat niet logisch – een bedrijf moet goed zijn in één ding. Chinese bedrijven investeren juist in meerdere competenties.”

In zijn boek over ecosystemen in het Chinese bedrijfsleven legt Greeven uit hoe de grootste spelers bedrijven verzamelen die elkaar aanvullen, versterken en vervolgens nauw samenwerken. De structuur van Chinese bedrijven zet Europese of Amerikaanse bedrijven vaak op het verkeerde been. Greeven geeft graag het voorbeeld van Uber dat dacht de Chinese markt weleens even te kunnen veroveren. „Uber dacht te concurreren met de kleinere, lokale speler Didi Chuxing. In werkelijkheid concurreerde ze met de eigenaren ervan: Alibaba en Tencent. Het ging die bedrijven niet om de taxiritjes maar om de online transacties via Alipay en WeChat Pay. Daar verdienden ze aan.”

Ze werken goed, die ecosystemen. Maar zijn ze niet te breed om diep te kunnen gaan? Wat komt daar voor innovatie uit?

„Ze stimuleren innovatie omdat ze middelen beschikbaar stellen. In de laatste vijf jaar zijn bijna duizend bedrijfjes opgericht door mensen die bij Baidu, Alibaba of Tencent gewerkt hebben. Menig multinational is al blij met drie start-ups per jaar.”

Het bruto nationaal inkomen van China drijft voor 70 procent op private bedrijven. Zelfs president Xi Jinping zei dat die bedrijven nodig zijn om in 2020 een innovatieve grootmacht te worden – zijn grote ambitie. Krijgen ondernemers voldoende ruimte in een centraal gestuurde economie als China?

„Dat hangt heel erg af van waar in China ze zitten. In Beijing voelen ze de druk van de centrale overheid, maar in de provincie Zhejiang, waar Alibaba bijvoorbeeld vandaan komt, is dat heel anders. China heeft helemaal niet zo’n sterke, monolitische overheid als vaak wordt gedacht. Het is hartstikke gedecentraliseerd. Je kunt zo’n groot land niet vanuit één plek organiseren. De centrale overheid biedt een framework dat de provincies kunnen inrichten zoals ze willen. Ik denk dat de vrijheid voor ondernemers onder Xi Jinping minder aan het worden is. Al kan hij natuurlijk A zeggen, B doen en C via de achterdeur regelen. Maar de uitvoering blijft bij de provincies liggen.”

Een van de groeisectoren die zich vrij, zonder overheidsinmenging kon ontwikkelen is mobiel betalen. De eerste wet kwam pas in 2010 – de grootste speler Alipay bestond toen al zes jaar. Pas toen de overheid zag hoeveel data werd verzameld kwam de regel dat alle transacties bij de centrale bank geregistreerd moeten worden. „Ik vind dat eerlijk gezegd heel slim”, zegt Greeven.

Kunnen westerse ondernemers meeprofiteren van die veranderingen?

„Over China heerst het beeld van een black box: alles is zo ontzettend anders. Je moet meer investeren om het landschap te begrijpen dan in bijvoorbeeld Europese landen. Als Nederlandse ondernemers hier komen om hetzelfde te doen als ze thuis doen, komen ze van een koude kermis thuis. ‘Het is westerse technologie, dus het zal wel goed zijn’ is een slechte grap geworden. Nobody cares!”

Want in die technologie loopt China voorop?

„Heel breed gezegd is China, in alles wat er in de digitale sfeer gebeurt, voorloper. Fintech, digitale gezondheidszorg, e-commerce-gerelateerde dingen, augmented reality, virtual reality... In Europa of Amerika gaat het traag, maar hier wordt het echt gebruikt. Het is geen visie meer. In Nederland zeggen we altijd: we moeten experimenteren. Maar er zijn te veel regels. Echt experimenteren kan alleen in China.”