Sherifa Zaiyat vluchtte uit Syrië naar Nederland, waar ze nu vier jaar woont.

Foto Julia Gunther

‘Ik at soep met tranen!’

Ramadan Sherifa Zaiyat vluchtte vier jaar geleden uit Syrië, en moest de ramadan in haar eentje vieren. Ze is gelukkiger nu. „Je moet niet beginnen met iets zwaars.”

‘Mag je zelf kiezen welke dagen van de ramadan je meedoet met vasten?”, vraagt Diny. Nee, legt Sherifa uit: „Je moet iedere dag meedoen, de hele maand. Tenzij je oud bent of ziek bijvoorbeeld. Kinderen hoeven ook niet te vasten.” Sherifa Zaiyat (39) is het wel gewend, al die vragen. Zo veel moslims wonen er ook niet in dit deel van Heemstede. De moeders op de school van haar oudste zoon vinden het ook bijzonder. „‘Je leeft nog!’, roepen ze als ik aan kom lopen. Ze kunnen niet geloven dat ik de hele dag niets drink en toch gewoon werk en voor de kinderen zorg”, vertelt de geboren Syrische in haar woning in Heemstede. Als Sherifa even later een beker thee inschenkt voor vriendin Diny, vraagt zij: „Neem je zelf niks?” Sherifa lacht. „Nee, alleen kinderen drinken stiekem, volwassenen wachten gewoon!”

Het is half negen ’s avonds. De tafel is gedekt, de kannen zijn gevuld met water en sap van tamarinde, een fris-zure tropische vrucht. De koude gerechten staan ook al op tafel, alleen de linzensoep en de gevulde druivenbladeren moeten straks nog worden opgewarmd. Het is de eerste dag van de maand ramadan en de vasten mag om precies 21.33 uur worden verbroken met de iftar, zoals de maaltijd heet. Diny van der Graft (72) eet vanavond met Sherifa mee. De vrouwen leerden elkaar kennen via Vluchtelingenwerk: vier jaar geleden, toen Sherifa en haar zoontje nog maar net in Nederland waren en dit huis kregen toegewezen, werd Diny als vrijwilliger aangesteld om haar wegwijs te maken in de Nederlandse samenleving. En dat was heel fijn, want er waren nogal wat papieren die ingevuld moesten worden. Sherifa: „Dit is een land van post.”

Lees ook: ‘Al vanaf het moment dat ik wakker word, heb ik honger’

Sherifa koestert geen goede herinneringen aan die eerste ramadan in Nederland. „Ik at soep met tranen! Mijn man Ismail zat in Aleppo, ik had alleen mijn zoontje. Ramadan is echt een tijd om met familie, vrienden en buren door te brengen. Ik kende helemaal niemand in Nederland.” Ze wordt er nog verdrietig van als ze eraan terugdenkt. „Je had mij toch”, zegt Diny. Sherifa veegt haar tranen weg. „Ja, dat is ook zo.”

Veilig

Ook vanavond verbreekt Sherifa de vasten zonder familie erbij, maar de omstandigheden zijn ondertussen al een stuk minder zwaar. Ismail woont inmiddels ook al drie jaar in Nederland, maar is nu voor zijn werk even in Duitsland. Abdulah (6) en Adam (2) liggen boven al lang te slapen, het is immers gewoon een schooldag morgen. Voor de aankomende avonden heeft Sherifa al afspraken staan om samen met vrienden te eten. En ook in Aleppo, waar het grootste deel van haar familie nog woont, gaat het ietsjes beter. „Deze ramadan kunnen mijn ouders ook weer vaker met mijn broers en zussen eten. De voorgaande jaren was het vaak niet veilig genoeg om ’s avonds over straat te gaan.” Twee van haar neven, van 18 en 27 jaar, zijn omgekomen door oorlogsgeweld.

Bijna iedere dag heeft Sherifa even contact met haar ouders. Zodra er stroom is, en dat is geen vanzelfsprekendheid in Aleppo, bellen of whatsappen ze elkaar. Geregeld krijgt ze van Nederlanders de vraag of ze weer terug zou willen, als het leven daar weer een beetje op orde is. „Ik weet het echt niet. Ik ben bang dat het nog heel lang gaat duren voordat ik mijn kinderen daar een goed leven zou kunnen bieden. Bijna iedereen is gevlucht, ook de docenten en de artsen. Aan de andere kant, ik heb mijn ouders en mijn wortels daar.”

Aan het leven van Sherifa en Ismail in Nederland zal het in ieder geval niet liggen. Ismail heeft zijn eigen bedrijf, zelf geeft ze Nederlandse les aan vluchtelingen op een taalschool – daarnaast tolkt ze vrijwillig bij Vluchtelingenwerk. Sherifa doet bescheiden over haar kennis en uitspraak van het Nederlands. „Ach, ik sprak al heel goed Engels en dat verschilt niet zo van het Nederlands. Alleen de uitspraak is een beetje anders.”

Lees ook: ‘Ik was niet bang om gedood te worden, ik was bang om te doden’

Het is kwart over negen wanneer Sherifa naar de keuken loopt om de laatste hand aan het eten te leggen. „Dat lijkt me nog het ergste”, zegt Diny, „dat je moet koken en dat je er niet aan mag komen.” Terwijl ze in de pannen staat te roeren en tussendoor cakejes van de Egyptische buurvrouw in ontvangst neemt, probeert Sherifa de lens van de inmiddels gearriveerde fotografe te ontwijken. „Wacht, ik heb mijn hoofddoek nog niet op!” Snel pakt ze een lichtroze, glanzende doek en speldt ze die vast om haar hoofd. De fotografe kan haar gang gaan, Sherifa doet voor de grap alsof ze snel nog even gel in haar hoofddoek en wenkbrauwen smeert.

Een paar minuten na de vastgestelde tijd is alles gereed. Sherifa verbreekt de vasten, zoals veel moslims dat traditiegetrouw doen, met een dadel. Daarna volgen een glas water en een kommetje linzensoep. „Dat brengt je maag tot rust. Je moet niet meteen beginnen met iets zwaars.” Dan zijn er toastjes met hummus en baba ganoush, een auberginepasta, gevolgd door fatoush: een kruidige salade met gebakken broodsnippers. Ten slotte is er kip met gevulde druivenbladeren.

Aleppo

Tussen de gerechten door vertelt Sherifa over haar leven in Aleppo van voor de oorlog, waar ze Engelse taal en literatuur studeerde en al jong haar eigen taalschool had. Voor haar ouders, die haar studie en zelfstandigheid stimuleerden, reden om trots te zijn. Andere familieleden waren er minder gerust op, vooral toen ze de dertig naderde en nog niet getrouwd was. „Je gaat nóóit kinderen krijgen!”, imiteert Sherifa een tante terwijl ze zichzelf met vlakke handen op de wangen slaat. „Je blijft alléén!” Ze moet er nu hard om lachen. „Ik zei dat het me niet uitmaakte, ik wilde helemaal geen man.” Het lot bepaalde anders: op haar 31ste trouwde ze met Ismail.

Dan is het tijd voor koffie en de Egyptische cakejes, het laatste wat Sherifa vandaag drinkt en eet. Straks gaat ze even bidden en dan gauw naar bed. In de winter, als de nachten lang zijn, loont het de moeite om nog even de wekker te zetten zodat je voor zonsopgang nog een keer iets kunt eten en drinken. Maar in deze periode zou dat betekenen dat je de wekker vóór drie uur ’s nachts zou moeten zetten. „Daar begin ik niet aan, ik moet om zes uur al weer op.”

Lees ook: Ramadan gaat over meer dan voedsel

Nog zo’n groot verschil tussen de ramadan in Syrië en Nederland: niet alleen wordt de familie gemist, maar ook dat speciale ramadanritme. „In Syrië zijn de werkdagen nu iets korter, je begint bijvoorbeeld een uur later. De winkels zijn juist weer heel laat open, tot drie uur ’s nachts. Iedereen wil natuurlijk winkelen nadat de vasten is verbroken. Je gaat dan de straat op om te kletsen of een ijsje te halen of je gaat even bij mensen thuis langs. Die gezelligheid mis ik echt.” Sherifa zucht. „Maar wij hebben toch 5 mei?”, zegt Diny troostend. „Ja, maar dat is maar één dag, niet een hele maand!”

Het is tegen elven als Diny op huis aan gaat, de vrouwen zien elkaar de volgende dag weer. „Mijn kinderen houden erg veel van haar”, glimlacht Sherifa. „Ze leert Abdulah schilderen op de doeken die nog van haar overleden man zijn geweest. Morgen breng ik hem naar haar toe, dan hebben ze weer een afspraak.”

    • Lamyae Aharouay
    • Anna Krijger