Het is billenknijpen, maar de aflossingsvrije lening is razend populair

Bedrijfsfinanciering Banken en andersoortige financiers komen bedrijven steeds verder tegemoet. Lage rentetarieven, weinig voorwaarden. Er is van alles mogelijk, zeggen schuldexperts en financiers.

In een paar jaar tijd is het aantal financiers omhoog geschoten. „Voorheen waren er vijf banken waar een bedrijf terecht kon, nu zijn er iets van 120 of 130 partijen”, zegt Ard Burgers, hoofd schuldadvies van PwC. Illustratie Studio NRC

Voor bedrijven is het ideaal: een lening waar ze jaren niet naar om hoeven te kijken. Ja, ze betalen er elk jaar rente over. Maar terugbetalen hoeft pas over vijf, zes, soms zeven jaar. Die bulk geleend geld kan de bedrijfstop dus naar hartelust uitgeven om mooie plannen te bekostigen. Een overname hier, een investering daar. De bank moet er ondertussen maar op vertrouwen dat ze haar geld jaren later terugziet.

Een handige financieel directeur vraagt tegenwoordig om een bullet loan. Dat is financieel jargon voor aflossingsvrij. Anders dan de aflossingsvrije hypotheek, die na de kredietcrisis uit de gratie is geraakt, is de bullet loan juist sterk in opkomst. Eigenlijk zien banken hun uitgeleende geld liever stukje bij beetje terugkomen. Dat is minder risicovol. Maar banken komen bedrijven steeds verder tegemoet, ook op andere punten. Lage rentetarieven, weinig knellende financiële voorwaarden. Er is van alles mogelijk, zeggen schuldexperts en financiers tegen NRC.

Bedrijven zijn als een kind in een snoepwinkel. Er kan nog meer dan voor de crisis

Martijn Mouwe, Avaxa Debt Advisors

Voor bedrijven is dit „fantastisch”, zegt Daan Bouwman van Nielen Schuman, een adviesfirma gespecialiseerd in schuldfinanciering. Bankenlogica schrijft voor dat bij meer financiering – dat betekent: meer risico – ook strengere voorwaarden horen. Maar die logica gaat niet meer op, zegt Bouwman. „Bedrijven kunnen meer financiering krijgen, tegen flexibeler voorwaarden.” Bedrijven zijn „als een kind in een snoepwinkel”, zegt Martijn Mouwen van Avaxa Debt Advisors. „Er is nog meer mogelijk dan voor de crisis.”

Waar komen deze onbegrensde mogelijkheden vandaan? En gaat het niet té makkelijk?

Kiezen tussen 120 partijen

De luxe positie van bedrijven heeft een simpele oorzaak: er is veel geld beschikbaar, hoofdzakelijk door het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Financiers staan te popelen om uit te lenen. Als gevolg van deze geldberg is de concurrentie stevig toegenomen. In een paar jaar tijd is het aantal financiers omhoog geschoten. „Voorheen waren er vijf banken waar een bedrijf terecht kon, nu zijn er iets van 120 of 130 partijen”, zegt Ard Burgers, hoofd schuldadvies van PwC.

Wie een lening wil, peilt dus bij soms wel tientallen banken en andere financiers wat er mogelijk is. De inzet: zo min mogelijk rente, zoveel mogelijk vrijheid.

Dat botst met de belangen van banken. Vanzelfsprekend willen zij juist zoveel mogelijk aan een lening verdienen. Daarnaast willen ze zoveel mogelijk controle. Een bank maakt graag strakke afspraken over de financiële prestaties die een bedrijf tijdens de looptijd van de lening moet behalen. Elke voorwaarde wordt vastgelegd in een apart convenant. Haalt een bedrijf de resultaten niet, dan mag de bank ingrijpen.

Lees ook de column van Maarten Schinkel over de oprukkende convenant-lite-leningen waar haast geen voorwaarden aan zijn verbonden.

Maar banken kunnen steeds minder eisen stellen. De rentetarieven en voorwaarden zijn in het eerste kwartaal van dit jaar wederom verder „versoepeld”, meldde de ECB zelf in april in haar laatste rapport over bankleningen in de eurozone. Dat gaat ook over Nederland. Banken hanteren lagere rentemarges – over gewone leningen, maar ook over „risicovoller leningen”. Voorwaarden worden steeds losser als gevolg van „concurrentiedruk”.

De race naar beneden is lastig te kwantificeren, want het verschilt per bedrijf en type lening sterk wat er mogelijk is. Hoe groter en stabieler het bedrijf, hoe meer het kan afdwingen. Ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf hebben minder te kiezen, zij zijn nog gewoon aangewezen op de bank. Maar, zeggen schuldexperts, over de hele linie schuiven banken en andere financiers op. Steeds meer bedrijven kunnen een bullet loan krijgen. Voor agressieve financiering, waarbij een relatief hoge schuld wordt aangegaan, is het gemiddeld aantal convenanten in Europa gedaald naar 1,3. Vijf jaar eerder was dat nog bijna drie keer zoveel, blijkt uit data van Standard & Poor’s.

Schuldfondsen

De nieuwe concurrenten zijn buitenlandse banken, maar ook andersoortige kredietverstrekkers. ‘Alternatieve financiers’ worden deze niet-banken genoemd. Dat zijn bijvoorbeeld pensioenfondsen en verzekeraars, maar ook gespecialiseerde schuldfondsen. Dat zijn veelal Britse of Amerikaanse partijen die een bestemming zoeken voor het geld dat ze voor hun klanten beheren. Tijdens die zoektocht komen deze fondsen, een groeiende groep, ook in Nederland terecht.

Lees ook het eerdere verhaal van NRC over bedrijven die steeds vaker bij fondsen lenen: Snoepgeld: zoet, maar niet onschuldig.

Anders dan banken vinden schuldfondsen het juist wel prettig als bedrijven hun schuld pas later aflossen. Een fonds heeft een bepaalde looptijd en wil het geld graag voor een langere periode wegzetten. „Wij willen het een tijdje niet meer terugzien”, zegt Herman Vocking van HIG WhiteHorse, een Brits schuldfonds dat zeer actief is in Nederland.

Ook geven fondsen minder om convenanten. Zij zitten meer op afstand, hebben minder behoefte er bovenop te zitten als het minder gaat met een bedrijf. „Onder druk van dit soort fondsen schuiven banken op”, zegt Karel Knoll, schuldadviseur bij Deloitte. „En fondsen winnen steeds meer terrein.” Nog steeds leent de grote meerderheid van Nederlandse bedrijven bij een gewone bank. Die zijn vertrouwd en ook goedkoper. Maar schuldfondsen zijn wél een mogelijkheid, en dingen ook mee in de veiling.

‘Fingers crossed’

Is het nu goed of slecht, deze groeiende toegang tot geld? „Er is meer aanbod, dat is gezond”, zegt schuldadviseur Ard Burgers van PwC. „Er zijn mensen die zeggen: zijn we geen nieuwe bubbel aan het creëren? Maar dat geloof ik niet. Banken denken goed na over wat ze verantwoord vinden.” Daan Bouwman van Nielen Schuman wijst ook op de gezondheid van meer concurrentie. „Banken hadden wel erg veel macht.” Maar hij zegt ook: „We hebben weinig geleerd van de financiële crisis. Bedrijven waren toen overgekrediteerd, dat zien we nu weer.”

Hoogleraren gespecialiseerd in ondernemingsfinanciering zijn sceptischer. „Je ziet het heilige geloof dat de markt zichzelf weer kan redden”, zegt Jaap Koelewijn, als deeltijdhoogleraar verbonden aan Nyenrode. „Maar er hoeft maar iets te gebeuren in het financiële systeem, of het is weer bal.”

Arnoud Boot, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, trekt een vergelijking met de situatie voor de financiële crisis. Ook toen stelden banken nauwelijks voorwaarden aan bepaalde leningen. „Maar een bank moet kunnen ingrijpen als het misgaat.” De aflossingsvrije bullet loans vindt Boot onverstandig. „Je moet maar hopen dat zo’n lening aan het eind van de looptijd weer geherfinancierd kan worden.” Als dat niet kan, zit zowel het bedrijf als de bank met een probleem. „Het brengt extra risico met zich mee.”

Boot wijst er op dat banken nu wel grotere buffers moeten aanhouden dan vóór de crisis. „Dat zet enige rem op te onverantwoord gedrag, zou je hopen.” Maar, zegt hij ook: „Bankiers kunnen alsnog zoeken naar manieren om meer risico te nemen zonder dat daar extra kapitaal tegenover hoeft te staan.”

Ook onder financiers leeft ongemak. „In de meeste gevallen gaat het goed, maar natuurlijk knijp ik weleens met mijn billen”, zegt een bankier op voorwaarde van anonimiteit. „Iedereen wil een flexibel jasje, iedereen wil een bullet loan. We doen eraan mee omdat er te veel geld in de markt is, maar eigenlijk... fingers crossed.”

    • Teri van der Heijden