De toekomst van de zorg: zo dicht mogelijk bij huis

Zorgakkoord

Het ministerie wil meer zorg thuis en minder in het ziekenhuis. Een nieuw zorgakkoord moet daarbij helpen.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) sloot het akkoord met de wijkverpleegkundigen Foto Bas Czerwinski

Kwetsbare ouderen zo lang mogelijk thuis verzorgen, meteen na een operatie in eigen huis herstellen, gezonder leven om niet in een ziekenhuis te belanden. In die richting wil het kabinet Rutte-III de gezondheidszorg in Nederland veranderen. Er is de komende vier jaar 435 miljoen euro extra beschikbaar voor wijkverpleegkundigen – hoofdrolspelers in de plannen van het ministerie.

Dat kan worden opgemaakt uit het donderdag openbaar gemaakte zorgakkoord dat minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) sloot met brancheverenigingen in de zorg, patiëntenorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars. Het is het tweede van vier grote zorgakkoorden die het ministerie van Volksgezondheid sluit.

Minder geld voor ziekenhuizen

Voor de bewindslieden is het de meest effectieve manier om duidelijk te maken welke kant ze op willen met de zorg. De richting is na het sluiten van de eerste twee akkoorden duidelijk: minder geld voor medisch-specialistische zorg in het ziekenhuis, meer geld voor zorg dichtbij huis. In totaal moet minder worden uitgegeven aan zorg: in het regeerakkoord is afgesproken 1,9 miljard euro minder te besteden dan dat de prognoses van het Centraal Planbureau aangeven bij ongewijzigd beleid.

Lees ook het artikel over het eerste zorgakkoord: minder ziekenhuiszorg

De wijkverpleging is een grote sector, met soms grote problemen. Volgens cijfers van enkele jaren geleden maken ongeveer 512.000 mensen ieder jaar gebruik van wijkverpleging. Tegelijkertijd is er een flink personeelstekort. Het ministerie becijferde eerder dat het tekort kan oplopen tot 3.500 wijkverpleegkundigen in 2019.

Het geld uit dit akkoord moet, samen met een eerder gepresenteerd arbeidsmarktplan voor de zorg, meer mensen verleiden om wijkverpleegkundige te worden. Lukt dat niet, dan staat het plan voor meer zorg dichtbij huis onder zware druk.

Groep bleef lang buiten beeld

Extra personeel is dus noodzakelijk, vooral vanwege vergrijzing en ouderen die langer thuis wonen. Er wonen naar schatting 700.000 zeer kwetsbare ouderen thuis, ook omdat de verzorgingshuizen gesloten zijn. De gevolgen zijn de laatste jaren steeds duidelijker zichtbaar: overbelasting op 70 procent van de spoedeisende hulpposten doordat hulpbehoevende ouderen zich vaak melden en zware overbelasting onder mantelzorgers.

Terwijl het kabinet 2,1 miljard euro uittrok voor verbetering van verpleeghuizen, bleef de groep thuiswonende kwetsbare ouderen grotendeels buiten beeld. Het nieuwe kabinet leek zelfs even van plan 100 miljoen euro te bezuinigen op wijkverpleegkundigen.

GroenLinks waarschuwde onlangs al dat „mensonwaardige situaties” dreigden te ontstaan bij kwetsbare mensen thuis. Het extra geld dat nu naar de wijkverpleegkundigen gaat kan dus worden gezien als een eerste signaal dat nu ook naar deze groep wordt gekeken, al verhoudt het bedrag zich nog niet met de investeringen in de verpleeghuiszorg.

Ingewikkelde inrichting

Eén van de grote problemen voor thuiswonende hulpbehoevenden is de ingewikkelde inrichting van de Nederlandse zorgsector. Zo is er regelmatig gedoe met de betaling voor kosten van verpleging en verzorging thuis. Wijkverpleegkundigen hebben soms moeite om in een gering aantal door de zorgverzekeraar of gemeente ingekochte uren al hun werk te doen. Soms overlappen sociale taken (een blik in de koelkast werpen om te zien of iemand nog goed voor zichzelf zorgt) en echte zorgtaken (wondverzorging), waardoor niet altijd duidelijk is waarvoor financiering is.

In het akkoord is afgesproken dat de inkopers van ondersteuning en zorg (gemeenten, verzekeraars en zorgkantoren) meer samen kijken wat patiënten nodig hebben. Het is de bedoeling dat er minder rigide wordt omgegaan met muren tussen sociale taken en echte zorg. De inkopers worden daar zeer nadrukkelijk voor verantwoordelijk gesteld, al blijft onduidelijk hoe deze soepelere omgang afgedwongen kan worden.

Dat de samenwerking tussen inkopers van de zorg en wijkverpleegkundigen verbetert, is daarom cruciaal. Lukt dat niet, dan vormt het (samen met het aantrekken van meer personeel) een groot risico voor het slagen van het kabinetsplan.

    • Enzo van Steenbergen